Op 28 juni 1914 werd in Sarajevo de Oostenrijkse troonopvolger vermoord. Deze moord blies de fragiele gewapende vrede, die op dat moment al sinds 1870 in Europa heerste volledig op. Iets meer dan een maand later staat heel Europa in brand. België is op dat moment een neutraal land, dus als de Duitsers een vrije doortocht vragen om over het grondgebied naar Frankrijk te trekken, kan (en wil) koning Albert I niet anders dan weigeren. Op dat moment weet de koning heel goed dat het Belgische leger, dat vanwege die neutraliteit slecht georganiseerd en uitgerust is, absoluut niet opgewassen is tegen het grote, goed getrainde en uitstekend uitgeruste Duitse leger. Bovendien dreigen de Duitse bevelhebbers dat elke tegenstand vanwege de Belgen, soldaten en burgers zwaar bestraft zal worden. En ze menen dat. Overal waar het Duitse leger komt, laat het een spoor van vernieling, plundering en doodsangst achter. En hoewel het Duitse leger het Belgische grondgebied vrij snel verovert, gebeurt het toch niet zonder slag of stoot. Hoewel in Herk-de-Stad zelf geen slag werd geleverd, hebben de inwoners van deze gemeente zwaar geleden tijdens de Groote Oorlog.
Begin augustus 1914 vormde het station van Schulen het toneel van hartverscheurende afscheidstaferelen: “ Zaterdag 1 augustus. Ik ga naar het station om de trein van 7 uur naar Hasselt te zien vertrekken. Daar is een menigte soldaten verenigd van alle soorten: piotten, cavaliers, artilleurs enz…enz…’t Zijn jongens uit Schulen, Lummen, Berbroek, Herk. De jongens zijn over ’t algemeen kalm, maar inwendig klopt het hart bij velen van aandoening, dat ziet men. Arme dutsen…. De trein komt binnengestoomd. Stevige handdrukken worden gewisseld met Jef Lucas, Jef Vos en … Henri. Ik schreeuw buiten, aan ’t station: Vive l’armée! En weg zijn onze jongens. Tot wanneer? Met bedrukt gemoed keer ik terug. Ik ga bij Modeste Vanschoonbeek binnen. Josephine, zijn vrouw, is bezig met Modeste te helpen kleden. Zijn kind, Liza, staat tegen hem aangedrukt en vader strijkt het al wenend over haar bolleke. De vrouw huilt. Mij komen de tranen ook in de ogen bij dit schouwspel. Overal geween en gekerm van de getrouwde vrouwen en van de moeders.” (Uit het onuitgegeven 'Dagboek van de oorlog' van Frans Aerts. Dit fragment werd overgenomen uit het boek 'WO I in Groot-Herk 1914-1918', pag. 12)
Bonus: Op welke dag vertrokken de eerste soldaten ?
