Zicht op Hieslum

Hieslum.
Het dorp Hieslum wordt in 825 voor het als Hasalon genoemd. In 855 is er sprake van Haslum en in 944 wordt er Heselon geschreven. Deze varianten komen voor in kopieën uit de twaalfde eeuw van vroegere geschriften, o.a. wanneer Folckerus een schenking doet van 20 gras (*) aan het klooster Werden in Duitsland. Later heeft het klooster Werden de Friese bezittingen verkocht aan de Johannieters van Sneek.
In 1245 en in 1493 komt de naam Heselum voor en de huidige naam Hieslum komt het eerst voor in 1522. In 1543 wordt er ook Hyslum geschreven.
(*Een gras is de oppervlakte die voor een koe nodig is, vroeger bijna een halve hectare)

Kaarten.
Op zestiende-eeuwse kaarten komt overwegend de naam Hesselem voor, soms zonder m’. Ook komt de naam Hetzlum voor, waar de ‘t’ dan voor een ‘i’ staat, dus Heizlum. Vroeger waren er rondom Hieslum veel poelen en meren. Zoals het Sensmeer dat al meer dan 200 jaar is geleden is drooggelegd. De wegen van en naar Hieslum zijn meestal verhoogde hemdijken. Een hemdijk is de polderdijk om de hempolders heen aan de zuid- en oostkant van de Middelzee. Ook hadden deze dijken een belangrijke verkeersfunctie tussen de dorpen.

Waar komt de naam vandaan?
De naam Hieslum komt oorspronkelijk van ‘hasel’, wat de meervoudsvorm is van een plantennaam, namelijk de hazelaar.
De hazelaar komt ook nu nog veelvuldig voor in Fryslân. Vooral waar de grond vochtig is, groeit de hazelaar goed. Het hout werd vaak gebruikt voor gereedschap en de noten leverden extra voedsel op in de wintermaanden.
Bij Hieslum zal deze struik zoveel zijn voorgekomen, dat men in 825 de nederzetting er naar vernoemde.
Mogelijk staat hier nu nog een hazelaar bij iemand in de tuin.