Zandverstuivingen ontstonden in het verleden doordat de heidevelden werden overbegraasd en te veel werdenafgeplagd. De heideplaggen werden gebruikt in de potstal en als bemesting van het bouwland. Als er te veel werd geplagd kon de hei zich niet meer herstellen. Een andere schadelijke activiteit was het maken van soms honderden meters brede karrensporen.
De wind zorgde er dan voor dat het stuifzand zich steeds verder verspreidde waardoor de zandverstuiving steeds groter werd. In een grote zandverstuiving kunnen door de wind duinen ontstaan. Langs de rand van een zandverstuiving ligt meestal een hoge zandwal, waar het zand zich op verzamelt. Soms werden hele dorpen bedreigd door het oprukkende zand. Zo kon een enkele storm vanuit de zandverstuiving een oogst door een dunne zandlaag op de kwetsbare plantjes vernietigen.
Zandverstuivingen zijn in Europa, afgezien van Nederland zeer zeldzaam en hadden in de 19e eeuw een areaal van 78.600 hectare. Omdat dit gebied zich (mede als gevolg van overbegrazing van weidegronden) uitbreidde, werd Staatsbosbeheer opgericht, dat gebieden als de Veluwe met bos beplantte. Tegenwoordig is nog 1400 hectare over, vooral in de provincies Drenthe, Gelderland, Utrecht en Noord-Brabant. Het grootste stuifzandgebied in Nederland vormen de Stuifzanden van het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen in Noord-Brabant.
Op deze pagina kun je 1 coordinaat vinden, die haal je door de geochecker