Friet met of Patat met is friet met mayonaise. In Nederland serveren de meeste snackbars tegenwoordig fritessaus, omdat dat goedkoper is (gezien het minder olie bevat) en de emulsie langer houdt op de warme frieten. Dit wordt door de meeste klanten niet als problematisch ervaren, ook omdat fritessaus als minder ongezond wordt beschouwd door het lagere vetgehalte. In Nederland wordt onder "Patat met" dus veelal friet met fritessaus verstaan.
De naam van friet of patat is afgeleid van patates frites, Frans voor 'gefrituurde aardappelen'. In Vlaanderen wordt meestal van frieten,frietjes of fritten gesproken, in de drie zuidelijke provincies van Nederland spreekt men van friet of frites, en in de rest van Nederland wordt ook vaak het woord patat gebruikt. Het gebruik van het woord "patat" kan in Vlaanderen, Zeeland, Nederlands-Limburg en Noord-Brabantverwarring veroorzaken, bij de eerste twee omdat het daar in de streektaal "aardappel" of "klap/slag" betekent, en in de laatste gevallen omdat het woord er niet of nauwelijks gebruikt wordt.
De bekende geschiedenis van friet zou beginnen rond 1680, althans dit verhaal wordt verteld in België. De inwoners van Namen, Andenneen Dinant hadden toen de gewoonte om te vissen in de Maas en de kleine visjes die ze er vingen in olie te bakken. Tijdens vorstperiodes of bij gevaarlijke stromingen werd het echter riskant om te vissen. Als alternatief sneden de inwoners aardappelen in de vorm van kleine visjes, die ze dan eveneens in de olie bakten. Dit verhaal is afkomstig van de hand van de Belgische historicus en gastronoom Jo Gérard, naar zijn zeggen uit een oud familiedocument van zijn betovergrootvader Joseph Gérard,[1] dat echter nooit werd gepubliceerd. Hierdoor is het verhaal nooit door anderen gecontroleerd of bevestigd. Bij het verhaal kunnen ook inhoudelijk vraagtekens geplaatst worden. Zo zijn (Naamse) frieten in de zeventiende eeuw een anachronisme, daar de aardappel pas ca. 1735 in de streek werd geïntroduceerd. Bovendien was het, gezien de toenmalige economische situatie, ondenkbaar dat de gewone man zoveel vet had willen besteden aan de bereiding van frieten.
Een andere verklaring voor het ontstaan van friet is afkomstig uit Frankrijk. De Fransen eisen evenzeer de creatie van hun patates frites op, en verwijzen daarbij naar 'de allereerstefriture' die op de Pont Neuf zou hebben gestaan.
Rond 1900 waren frieten al gemeengoed in België, maar in Nederland nog vrijwel onbekend. Het is niet bekend waar en wanneer in Nederland de eerste frites is gemaakt of verkocht. De Nederlandse snack- en fastfooddeskundige Ubel Zuiderveld oppert in Een eeuw frites in Nederland de mogelijkheid dat dit rond 1905 geweest zou kunnen zijn op de kermis vanBergen op Zoom. Wel is zeker dat via Belgische vluchtelingen in Nederland gedurende de Eerste Wereldoorlog al menig Nederlands gastgezin op grotere schaal met frites kennismaakte.
Friet of patat kan thuis worden bereid als volgt:
- Grote aardappelen schillen
- Deze wassen
- De aardappel in staafjes snijden, met de hand of met behulp van een frietsnijder
- De aardappelstaafjes afspoelen en goed drogen
- Eerste maal frituren in olie of vet van circa 130 °C, tot ze gaar en bleekgeel zijn, in een friteuse of in een frituurpan
- Laten uitlekken en afkoelen
- Tweede maal frituren in olie of vet van circa 190 °C, tot ze goudbruin zijn
- Kort laten uitlekken, eventueel bestrooien met zout
- Opdienen
Het meest gebruikte alternatief voor deze bereidingswijze is het gebruik van voorgefrituurde fabrieksfrites, al dan niet uit de diepvries, die thuis in een friteuse wordt bereid. Een ander alternatief is ovenfriet. Deze friet heeft in de fabriek al een bewerking ondergaan waardoor men de friet zonder te frituren kan bereiden in de oven.
De meest gebruikte aardappels voor friet zijn ‘melige’ aardappelen (zo genoemd wegens hun hoge zetmeelgehalte). De bekendste daarvan is het bintje. Dit is geschikt als frituuraardappel omdat het een lange vorm heeft, de ogen aan de oppervlakte liggen en het de juiste samenstelling heeft. Bovendien kunnen de kleinere aardappels gebruikt worden als kookaardappel. Het bintje is vrij bevattelijk voor ziekten, zodat vrij veel bestrijdingsmiddelen nodig zijn. Andere aardappelrassen die voor de frietproductie geschikt zijn:
- Agria
- Asterix
- Challenger
- Innovator
- Felsina
- Première
- Victoria
- Ukema
Aardappels mogen voor verwerking tot friet niet te koud bewaard zijn, omdat er dan te veel suikers gevormd worden. De frieten kleuren vervolgens tijdens het frituren donkerbruin. Dit kan voorkomen worden door ze te blancheren en ze daarna af te spoelen en te drogen. Hierdoor wordt het suikergehalte gereduceerd waardoor de frieten niet meer bruin kleuren.