
parkeren: N 52º42.936 E 005º12.431
03-08-2021 De begroeiing is regelmatig zeer uitbundig. Draag daarom een lange broek en goede schoenen.
21-01-2022 WP8 gewijzigd.

De cache ligt in polder het Grootslag (6820 hectare groot) in Oostelijk West-Friesland. Tot 1973 was het Grootslag een vaarpolder. De ruilverkaveling, uitgevoerd tussen 1973 en 1979, maakte daar een einde aan. In het hele gebied lagen slechts twee wegen, die de dorpen benoorden en bezuiden de polder met elkaar verbonden. De beroepsbevolking in deze regio bestond destijds voornamelijk uit tuinders, die met de schuit naar hun akkertjes in de polder voeren. Het waren vaak kleine bedrijven ter grootte van een 5-tal hectares geschikt voor arbeidsintensieve tuinbouw. Om risico’s te spreiden verbouwden de tuinders meerdere producten, bloemkool, aardappelen, uien, wortelen en bloembollen. Het voornaamste product van de polder was/is bloemkool. De tuinders werden “bouwers” genoemd. Het hele gezin was bij de tuinderij betrokken. Een rijk leven was het niet, maar men kon meestal redelijk goed van de opbrengst leven. Het werk was lichamelijk zwaar en er moesten lange dagen gemaakt worden. Men vertrok met de schuit ’s morgens tussen vijf en zes uur naar het land om ’s avonds om zes uur weer thuis te komen. De winterperiode was rustig. Men verwerkte opgeslagen bewaarproducten zoals aardappelen, uien of wortelen, zorgde voor onderhoud en nam ook extra tijd voor zichzelf om er het komende seizoen weer tegen te kunnen.
In 2014 ziet de polder het Grootslag er heel anders uit. De verkaveling zorgde voor een andere bedrijfsvoering. De vele kleine bedrijfjes maakten plaats voor een gering aantal grote, bijna industriële bedrijven. Een deel van de polder werd ingericht voor de glastuinbouw.
Midden door het verkavelde gebied loopt van oost naar west een strook waarin het vroegere waterrijke gebied nog herkenbaar is, De Weelen. Hierbij is tuinbouwgebied veranderd in natuurgebied. In 2013 is een waterberging aangelegd om in geval van overlast water op te kunnen vangen.
Binnen de polder lagen vroeger een aantal Weelen, waterplassen ontstaan door dijkdoorbraken, die ingepolderd zijn. Deze cache loopt langs twee van deze polders, de Oude Moer ingepolderd omstreeks 1860 en nu voor een deel opgenomen in het natuurgebied en de Lutjebroeker Weel, ingepolderd in 1872 en in 1978 weer onder water gezet en teruggegeven aan de natuur. Het diepste punt van de Weel ligt ruim twee meter onder het slootwaterpeil.
Veel plezier met het wandelen van de cache, gebruik de hints bij het zoeken.
WP1 De laars N 52º42.888 E 005º12.419
Je ziet hier een plattegrond (zie spoilerfoto). Het getal 25 zit op de neus van de laars. Hoe lang is de omtrek van de laars afgerond op hele kilometers?
17km A= 3
19km A= 4
21km A= 5
Mijn vader had in de vaarpolder een vijftal stukken land op gemiddeld een half uur varen met de motorschuit van huis. Dit betekende dat hij vroeg in de ochtend naar het land ging (om de noord gaan noemden wij dat) en pas om zes uur ’s avonds weer thuis kwam. Halverwege de werkdag hielden we een lange pauze van twaalf uur tot één uur, waarin we behalve eten ook een half uurtje probeerden te slapen om de zware lichamelijke arbeid vol te kunnen houden. Vanaf het land kon je de kerk (N 52.41.875, E 005.12.285) van het dorp Lutjebroek, waar wij woonden, goed zien. Het is een mooie kerk ontworpen door de beroemde architect P. Cuypers, die ook het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam getekend heeft. Tijdens de bouw van de kerk werd wekelijks gebeden voor het welzijn van de bouwvakkers. Wonderwel zijn er geen dodelijke slachtoffers gevallen en dat was in die tijd uniek bij projecten van deze omvang. Voor de kerk staat het beeld van Pieter Janszoon Jong, de held van Lutjebroek, in 1867 gesneuveld als Zouaaf in Italië tijdens de strijd om de Kerkelijke Staat. Vanuit Lutjebroek zijn in die tijd acht jonge mannen vertrokken om te vechten voor de paus.
WP2 De kerk N 52º42.729 E 005º12.(A-1)79
In zuidelijke richting zie je de Neogotische Nicolaaskerk van Lutjebroek. Hoe groot is de afstand tussen WP2 en deze kerk?
1380 m B=4
1580 m B=6
1780 m B=8
Als tuinderszoon was het normaal dat je in de drukke periode meehielp op het bedrijf. Als tienjarige pelde je bollen, hielp je op het land met het handmatig planten van bloemkoolplanten, wiedde je onkruid (kwaadjes zoeken) en hielp je bij de oogst van de bloembollen. Als het heel druk was hielp je voor schooltijd een paar uurtjes mee en ging je daarna op een holletje naar de lagere school met een bloemkooltje voor de meester.
WP3 Eilandjes N 52º42.B10 E 005º12.209
Polder Het Grootslag bestond voor de ruilverkaveling uit meer dan drieduizend eilandjes in grootte variërend van 50 roeden tot drie hectaren,( Rijnlandse roede is 14,2 m2, 700 roede in één bunder, of hectare) allemaal voorzien van een eigen naam. In het water bij dit WP vind je een afkorting die bestaat uit vier letters. Zoek in de namen van de onderstaande eilandjes deze letters op en noteer de hoeveelste letter van de naam deze is. In iedere naam 1 letter in de volgorde van afkorting. Afkorting soms door begroeiing gecamoufleerd, daarom ook op grijze kast.
VIERHONDERDJE plaats=
HONDERDSTIK plaats=
VROUWENBOS plaats=
DE KALE ZIJ plaats=
De stapeltelling van deze cijfers is C=
In de polder komen twee waterpeilen voor. Het peil van de oude vaarpolder, waardoor enkele bevaarbare sloten behouden zijn en het verlaagde peil aangebracht tijdens de verkaveling. Het peil is verlaagd ten behoeve van de agrarische sector, die graag met een lager grondwaterpeil werkt. Om bevaarbare routes te behouden zijn in het gebied enkele aquaducten aangelegd.
Tijdens de wandeling naar Wp4 kom je langs een bankje met een mooi uitzicht op de Lutjebroeker Weel, nu een paradijsje voor watervogels. Tot 1978 was dit een vruchtbaar poldertje van behoorlijke afmeting binnen het Grootslag en stond het vol met aardappelen en bloemkool. Werken in de bloemkool zorgde voor een pijnlijke rug. Mijn vader zei altijd: “Jullie zijn nog jong en hebben nog geen echte rug, het kan dan ook nooit veel pijn doen”.Met de rug krom moest de bloemkool gesneden worden en als dat klaar was werd de dag voor een groot deel gebruikt om de bloemkool te dekken. Hierbij werd de jonge kool met blad afgedekt om geelverkleuring te voorkomen.
Bloemkool werd naar de veiling gebracht in bakken. Van de grootste maat gingen er zes in een bak, van kleinere maten acht of tien. Op de veiling spreekt men dan ook van zessen, achten en tienen.

WP4 Bloemkool snijden N 52º42.(C+1)54 E 005º12.117
Op de foto mijn vader bij veiling de Tuinbouw in Grootebroek-Bovenkarspel. Hij heeft 81 bakken zessen en 81 bakken achten, allemaal eerste kwaliteit, mee op de schuit zoals je op het marktbord kunt lezen. Bereken het totale aantal bloemkolen op de schuit. Stapeltel de uitkomst tot 1 cijfer en tel daar het eerste cijfer van de vaarroute, dat je op een paaltje in de sloot kunt lezen (I.v.m. de leesbaarheid: Het cijfer komt overeen met het aantal elektriciteitskabels aan de onderste rij) bij op. Stapeltel ook deze uitkomst tot 1 cijfer, de uitkomst is D.
In deze regio zijn een flink aantal grote bloembollenbedrijven gevestigd. Deze kweken meer dan 50 hectare bollen. In de zestiger jaren van de vorige eeuw teelden veel tuinders naast groente ook een klein hoekie tulpen, irissen of gladiolen. Een grote bollenbouwer had een “bollenkraam” van een hectare of vijf. Op de kleine akkertjes kon je met een trekker, die over het water moest worden aangevoerd, bijna niet uit de voeten. Het arbeidsintensieve handwerk hield de bedrijven klein. Toen men met de teelt uitweek naar grotere percelen grond, zoals in de Wieringermeer, groeiden de bedrijven snel. Ook de verkaveling zorgde voor bedrijfsvergroting. Veel kleine tuinders zagen geen mogelijkheden om veel te investeren en stopten met hun bedrijf.
WP5 Bedrijvigheid N 52º42.819 E 005º12.D99
Je vindt hier de naam van een bedrijf (13 letters). Zoek in onderstaande woordzoeker deze naam en verbind de letters met een lijn. Het cijfer dat nu ontstaat is E.

In de polder stonden tientallen windmolentjes, die de kleine poldertjes in de grote polder droog moesten houden. In de Oude Moer stond een van de grootste molens van de polder, een roosmolen. In een regenachtige periode in de zestiger jaren kwam de molen ondanks een flinke wind tot stilstand. Bij nader onderzoek door mijn vader, die voor de molen zorgde, bleek een polsdikke paling van een dikke meter lengte de boosdoener van deze stilstand. Hij zat om de aandrijfstang gedraaid.
De Kom, een plas midden in polder de Oude Moer waar de binnenslootjes op uit kwamen, bevroor in de strenge winter van 1963 tot aan de bodem. Toen het ijs gesmolten was dreven nog enkele van deze gigantische palingen dood aan de oppervlakte.
WP6 De paling.N 52º42.(C+E)(D+E)(B+D) E 005º12.E(B+E)7
Je vindt hier een aantal letters. Tel de letterwaarde van deze letters bij elkaar en stapeltel de uitkomst tot één cijfer. Dit is F.
In de bloemkooltijd, die startte in juni en kon doorlopen tot in november, voeren de tuinders bijna dagelijks met een schuit geladen met bloemkool naar de veiling. De bloemkool werd ’s morgens tussen zes en negen uur gesneden. Daarna werd de kool vaak tijdens een uur durende vaartocht naar vaarveiling de Tuinbouw in Grootebroek gebracht.
De vaartijd werd gebruikt om te eten en was niet risicoloos, omdat de schuiten vaak heel diep, tot de rode rand, geladen werden.
WP7 De klok N 52º42.9(D-E)9 E 005º11.9(F+1)C
Laat de klok draaien en vind het woord. Op zes plaatsen krijg je gelijktijdig een cijfer en een letter duidelijk in beeld. Tel de cijfers van de eerste, de tweede en de vierde letter van het gevonden woord bij elkaar. Stapeltel de uitkomst tot één cijfer, dit is G.
Polder het Grootslag was voor de verkaveling een van de grootste gebieden in Nederland zonder wegen. De polder was alleen varend te betreden. De tuinders gebruikten zwartgeteerde ijzeren schuiten met een rode boordrand en een dieselmotor van ongeveer tien pk van de merken farrymann, petter, of lister, die in de eigen regio gebouwd werden door zogenaamde schuitenpiks.
De polder was een overzichtelijk gebied zonder bebouwing of bomen. Buiten de windmolentjes en enkele veldersboetjes (schuilhutjes) was het een kaal gebied.
WP8 Kwaadjes zoeken. N 52º42.85(G+1) E 005º11.7GG
Een van de klusjes (niet ons lievelingsklusje) op het land waarbij we regelmatig hielpen was onkruid wieden. In onze regio noemden ze dat kwaadjes zoeken. Je kreeg een linnenzak om je middel, een zogenaamde kwaadjeszak, waar je het onkruid in verzamelde. Het bleef zodoende niet op het land liggen. Mijn vader was een tuke bouwer, zijn land lag er altijd netjes bij. Brandnetels, Bramen en Berenklauw die hier nu veel voorkomen kwamen in het toenmalige cultuurland bijna niet voor. Veel voorkomende onkruiden vind je hieronder.

Zoek op dit WP naar de kwaadjes. Neem van de afbeelding die je hier vindt de bovenste rij voor het Noorcoördinaat en de onderste rij voor het Oostcoördinaat van WP9. Gebruik hiervoor de cijfers die bij de afbeeldingen in de beschrijving staan.
De waarde van H is het tweede cijfer van de bovenste rij.
WP9 De verdwenen vogel. N 52º42.xxx E 005º11.xxx
De verkaveling heeft voor grote veranderingen in flora en de fauna gezorgd. Zo is het aantal vogelsoorten veranderd, er zijn er bijgekomen, maar er zijn er ook verdwenen. Oorzaken hiervan zijn o.a. de verlaging van de waterstand, het peil is 130 cm omlaag gebracht, en de aanplant van bomen. De vogel waar wij hier naar vragen was in 1970 een van de meest voorkomende in Nederland. Het aantal broedparen lag toen op ongeveer 650.000. Momenteel schat men de populatie op ongeveer 35.000.
Toen ik als jonge jongen met mijn vader “naar de bouw ging” was deze vogel regelmatig (zeker in het voorjaar) te horen. Hij bouwde zijn nest in het veld en floot zijn herkenbare lied terwijl hij van vaak zo’n 100 meter hoogte schroevend omlaag vloog.
Vind hier de naam van de vogel waarvan de populatie sinds de jaren 70 van de vorige eeuw met 90% is afgenomen en bepaal de waarde van I.
WP10 Rondje varen N 52º42.(I+5)52 E 005º11.8G2
Voor mensen die niet vaak in de polder vaarden was het gebied een groot doolhof. Als zoon van een tuinder leerde je al op jonge leeftijd de weg tussen de vele eilandjes te vinden. Je vaarde over sloten zoals de Kerkesloot, De Put, de Kadijk, de Heufelingesloot, de Tochten, de Doedesloot, of de Banscheiding. In de vroege ochtend kon je in de schuit nog even rustig wakker worden, na een lange werkdag kon de vermoeidheid op de terugweg uit je lichaam wegtrekken. En je moest natuurlijk wel even naar iedereen zwaaien die je tegenkwam.
Tel het aantal landjes binnen het vaarrondje. Dit is K
WP11 De Oude Moer
In oostelijke richting zie je een deel van binnenpolder de Oude Moer. Het is momenteel onderdeel van de Weelen en bedekt met gras. Voor een deel was het eigendom van mijn vader. Ik heb er in mijn jeugd heel wat uurtjes werkend doorgebracht
Om half zes riep mijn vader “’t is hoilig”en dat was het teken dat de dag op het land erop zat en dan de schuit kon worden opgezocht.
In de oogsttijd, de roderstoid, moest vaak na het avondeten nog een uurtje of twee in de schuur gewerkt worden om de bollen die overdag door mijn moeder en zussen gepeld waren te verwerken.
Ook voor jullie is "t hoilig. Dus zoek de schuit maar op.
Via de Kom N 52º43.HAD E 005º12.EAI
Op de terugweg naar het parkeerterrein loop je langs het laatst overgebleven stukje van de Kom, de waterplas midden in de Oude Moer. Ook de smalle binnenslootjes die dienden voor de afvoer van het overtollige water naar de molen zijn nog goed te zien.
Tip: Ga na afloop koffie/thee drinken op zorgboerderij/fruitbedrijf 't Keetje N52 42.273 E005 12.534. Op zondag gesloten.
 |
Als je de cache gelogd heb, kun je de banner in je profiel plaatsen door onderstaande link daarin te plakken.
<img src="https://s3.amazonaws.com/gs-geo-images/dc3bd88f-8ace-42af-b7ff-eb6f091b5961_l.jpg" alt="…….. en z’n ouwe moer" border="0" width="245" height="80"> |