Skip to content

IJstijden - Gesteenten EarthCache

This cache has been archived.

LekkerSlim: Nu de antwoorden lekker rondgaan is het mooi geweest met deze cache

More
Hidden : 4/2/2014
Difficulty:
2.5 out of 5
Terrain:
1.5 out of 5

Size: Size:   other (other)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Related Web Page

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:

IJstijden - Gesteenten
 


Door de lengte van de listing kan het zijn dat deze niet volledig in je GPSr past!



Deze cache is gelegd in samenwerking met Geopark de Hondsrug

IJstijdsporen op zwerfstenen


11.600 jaar geleden eindigde de laatste ijstijd, in de geologie het Weichselien genoemd. Binnen 11 tot 50 jaar steeg de gemiddelde temperatuur met vele graden. Daarmee begon het warme Holoceen, de periode waarin we nu leven. Het Weichselien is niet de enige ijstijd geweest. In de afgelopen 2,4 miljoen jaar zijn er op zijn minst 23 koudeperioden geweest, van elkaar gescheiden door relatief kortdurende warmere periodes.

In de afgelopen 500.000 jaar is het noorden van ons land tweemaal door een dik pakket Scandinavisch landijs bedekt geweest. De eerste maal was tijdens het Elsterien (Elster-ijstijd). In de ijstijd daarna -het Saalien, zo'n 150.000 jaar geleden - gebeurde dat nogmaals. De gevolgen van de ijsbedekking uit het Saalien zijn voor ons land van grote betekenis geweest. De belangrijkste contouren in ons landschap dateren namelijk uit die tijd.

De gevolgen van schuivend ijs

Schuivend landijs neemt van de ondergrond waarover het beweegt losse bodemlagen op als klei, zand, maar ook grind en stenen. Stenen en zelfs rotsblokken worden afgeschuurd, kapot gedrukt,  deels vergruisd en fijngemalen. Van de rotsondergrond in Scandinavië zijn tijdens het Saalien heel wat meters keiharde rots verdwenen,  intensief afgeschuurd en bekrast.

De gevolgen van de ijsbedekking destijds zijn vandaag-de-dag nog overal in die landen zichtbaar. Rondachtig afgesleten bultrotsen, afgeschuurde steenoppervlakken met daarop reeksen parallel verlopende krassen, talloze drukbarsten e.d. zijn zonder veel moeite te vinden.

Sterk afgeschuurde larvikietrotsen bij Sandefjord, Zuid-Noorwegen.

Bizar uitgeschuurde larvikietrots bij Sandefjord, Zuid-Noorwegen

Bij het voortschuiven kunnen ijsmassa's zich met elkaar vermengen of over elkaar heen glijden. Stenen die eerst aan de onderkant van het landijs zaten, kwamen daardoor soms op een hoger niveau in het landijs terecht, waar ze veel minder van het transport te lijden hadden. Op deze wijze zijn enorme hoeveelheden gletsjerpuin uit Zuidwest-Finland en het noordoosten van de Oostzee, honderden kilometers in het ijs naar het zuiden getransporteerd en als zgn. rode keileem uiteindelijk in het Hondsruggebied afgezet.

Er zijn veel zwerfstenen die vrijwel zonder afschuring en polijsting deze reis van Zuidwest-Finland naar Drenthe hebben doorstaan, toch zijn de meeste keien op zijn minst aan de randen en hoeken flink afgeschuurd.

Op veel van deze zwerfstenen zijn de gevolgen van het ijstransport te zien. Je kunt dit herkennen aan krassen maar ook de vorm, die bepaald is door een specifiek afschuringsproces.


Sporen uit het Saalien


Gletsjerkrassen

De sporen op de zwerfstenen van het ijstransport zijn niet moeilijk te vinden. Van enkele krassen tot diepe krassen. Zwerfstenen met een vlak, glad afgeschuurd oppervlak waarover talrijke parallelle en vaak diepe krassen lopen waren veelal ingevroren in de bodem van het landijs waarbij ze over de rotsige ondergrond bewogen en daardoor afschuurden. Ook ontstonden dergelijke vlakgeschuurde zwerfsteenoppervlakken indien de meegevoerde keien over een ondergrond met vastgevroren stenen bewogen.

Het duidelijkst vinden we dergelijke vlakken met gletsjerkrassen bij grote zwerfstenen. Ook kleinere zwerfstenen met bekraste vlakken zijn niet moeilijk te vinden. Het vaakst lukt dat bij kwartsitische zandstenen en en bij kalkstenen. Zandstenen zijn door hun homogene en korrelige structuur makkelijker en ook zichtbaarder te bekrassen en bij kalkstenen is dat mogelijk omdat het relatief zachte gesteenten zijn. 

Gletsjerkrassen op zandsteen - Zwerfsteen van Winschoten (Gr.).

IJskanter

IJskanters zijn zwerfstenen waarop minstens twee vlakken met  gletsjerkrassen aanwezig zijn die elkaar onder een hoek raken. De krassen op de vlakken lopen in verschillende richtingen.

IJskanter van groengrijze Beyrichiënkalk met twee vlakken met gletsjerkrassen - Zwerfsteen van Heiligenhafen (Dld).

Druk- of parabolische barsten

Harde kwartsitische zandstenen, porfieren en vuurstenen en soms ook granieten vertonen aan het oppervlak zo nu en dan afzonderlijke of achter elkaar gelegen reeksen hoefijzervormige barsten. De barsten zijn vaak gekoppeld aan gletsjerkrassen. De gebogen lijntjes liggen met hun open einde in dezelfde richting. Het zijn drukbarsten, veroorzaakt doordat een harde steen onder grote druk over het aardoppervlak heeft bewogen. Die beweging verliep niet vloeiend, maar ging letterlijk met horten en stoten. Iedere stoot veroorzaakte een barst. De open zijden van de kromme of parabolische barsten geven de bewegingsrichting van het ijs aan.

Drukbarsten detail



Sporen uit het Weichselien


Tijdens het Weichselien reikte het ijs tot aan de Elbe bij Hamburg.  Niettemin waren de gevolgen voor ons land groot. Ook zonder ijsbedekking was het hier duizenden jaren achtereen bitter koud en was de ondergrond tot vele meters diep permanent bevroren. Van enige vegetatie was nauwelijks sprake.

Zwerfstenen die toen aan de oppervlakte lagen zijn door het heersende klimaat sterk beïnvloed. Een groot aantal vuurstenen vroor in die tijd letterlijk kapot.

Windlak

Vooral aan het strand kennen we de werking van stuivend zand maar al te goed. De fijne prikjes van verwaaiende zandkorrels zijn duidelijk op de huid te voelen. Als zandkorrels door de wind verplaatst worden maken zij stuiterende bewegingen. Botsen zij tegen andere voorwerpen aan dan worden deze langzamerhand gezandstraald. Iedere botsing van een zandkorrel veroorzaakt een heel klein krasje. Stenen worden hierdoor op den duur glad geslepen. Harde, dichte gesteenten als vuursteen en kwartsiet, krijgen een typische vet- of lakglans. In de geologie staat dit bekend als windlak.

Vuursteen met windlak - Zwerfsteen van Hoge Veld, Norg (Dr.).

Vorstbarsten

Door vorstwerking onstaan scheuren en barsten in zwerfstenen, vuursteen is hier vooral gevoelig voor. Vuursteen heeft weliswaar een dichte structuur, maar door de microkristallijne bouw neemt het makkelijk water op. Bij vorst bevriest het water in de microporiën, wat tot spanningen leidt. Herhaaldelijk bevriezen en ontdooien veroorzaakt barsten, die de neiging hebben geleidelijk groter en dieper te worden. In de ijstijd zullen van vuurstenen op grote schaal scherven zijn afgesprongen.

Bruine vuursteen met vorstbarsten - Zwerfsteen van Norg (Dr.).

Soms lijken vuurstenen nog stevig, maar een kleine slag met de hamer is al voldoende om ze in talloze brokstukken uiteen te  laten vallen. Deze breukgevoeligheid vormde in de prehistorie een probleem om vooral grotere werktuigen uit vuursteen te maken. De kans op mislukken was door de aanwezigheid van onzichtbare vorstbarsten vrij groot.

Windkanters

Windkanters bezitten opvallende platte glanzende vlakken, die een hoek met elkaar vormen; de vlakken zijn door ribben van elkaar gescheiden. Dit zijn de ultieme voorbeelden van stenen die aan langdurige zandstraalwerking waren blootgesteld. Windkanters ontstaan alleen in onbegroeide woestijngebieden, hier is stof en zand volop aanwezig. De windkanter krijgt zijn vorm doordat de wind lange tijd uit dezelfde richting waait.

In de tweede helft van de laatste ijstijd lagen in sommige delen van ons land zwerfstenen op keizandvlakten vele honderden jaren achtereen bloot aan de oppervlakte. Waarschijnlijk zijn de meeste windkanters in enkele tientallen jaren tijd ontstaan.

Windkanter van Alandrapakivi - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.).


Overige windsporen


Windkanters vinden we maar op enkele plaatsen in ons land. Daarbuiten vertonen de zwerfstenen die in het keizand zitten weliswaar kenmerken van zandstraalwerking en polijsting, maar blijkbaar waren de omstandigheden destijds toch niet geschikt om windkanters te laten ontstaan. Toch zijn aan veel van de keizandstenen duidelijke sporen te vinden van afslijting door verstuivend zand. De randen van de keien zijn vaak enigszins rondachtig afgesleten terwijl sommige vlakken van de steen door zandstraalwerking enigszins hol zijn geworden.

Alandgranofier met gezandstraald oppervlak waardoor langwerpige putten zijn ontstaan. De wind kwam van links - Zwerfsteen van het Hoornsemeer (Gr.)

Karakteristiek zijn stenen met vlakken met kuiltjes (putten) die in de windrichting spits ellipsvormig verlengd uitgeblazen zijn.  Vergelijkbaar uitgesleten steenoppervlakken komen ook voor bij sommige vlekkenzandstenen. De zandkorrels in de vlekken  waren onderling minder sterk met elkaar verkit dan die in hun omgeving.  De vlekken werden tot ondiepe kratertjes uitgeblazen met ook hier weer een karakteristieke staartvormige verlenging. De kuiltjes en hun verdiept liggende staarten lopen allemaal in dezelfde richting.

Tenslotte bestaan er ook napjesstenen. Dit zijn zwerfstenen waarvan het oppervlak bezet is met talrijke aan elkaar grenzende en elkaar deels afsnijdende uitblazingskuiltjes. De grootte van de napvormige kommetjes wisselt sterk. Het oppervlak van de stenen bezit daarbij vaak een sterke windlakglans.

Microkliengraniet - Haren (Gr.).De voorzijde van de kei plus een ca. 8cm brede rand aan linkerzijde zijn in de laatste ijstijd gezandstraald. De voorzijde bezit bovenaan ondiepe napvormige uitblazingsholten. Bron: Geopark de Hondsrug, Harry Huisman

Vragen

Nu je meer weet over het ontstaan en de kenmerken van zwerfstenen is het tijd om naar buiten te gaan. Ga naar de verschillende Waypoints en beantwoord de vragen.

Denk erom: wat in de listing staat heb je nodig om de vragen correct te beantwoorden! Aan de transportsporen kun je zien uit welke IJstijd deze sporen zijn

Om deze cache als found te mogen loggen zal eerst antwoord gegeven moeten worden op de onderstaande vragen.
De antwoorden graag mailen naar mij via mijn profielpagina.

Vragen:

1. WP1 N 52 55.820 E 006 47.950:
Je staat hier bij een steen, welke transportsporen zie je op deze steen en uit welke ijstijd zijn deze sporen?

2. WP2 N 52 55.825 E 006 47.927:
Je staat hier bij Gneis met transportsporen. Uit welke ijstijd komen deze sporen en waardoor?

3. WP3 N 52 55.825 E 006 47.960:
Je staat hier bij graniet uit de laatste ijstijd. Vertel in eigen woorden waardoor deze steen deze aparte vorm heeft gekregen.

4. WP4 N 52 55.831 E 006 47.958:
Je staat hier bij graniet. Uit welke ijstijd komen deze sporen en hoe worden deze sporen genoemd?

5. WP5 N 52 55.842 E 006 47.962:
Je staat hier bij een Balkazandsteen uit de voorlaatste ijstijd. Wat voor bijzonders zie je aan de steen? Waardoor komt dit?

6. WP6 N 52 55.827 E 006 47.967:
Aan de sporen van deze steen kun je zien uit welke ijstijd deze sporen komen. Leg uit. (hoe noemen ze dit transportspoor en uit welke ijstijd?)

7. Het zou leuk zijn als je een foto maakt van jezelf en/of je team, dit is echter niet verplicht maar optioneel.

Additional Hints (No hints available.)