FR : L'activité économique
L'activité économique principale du village a été rurale.
Avant 1850 la civilisation rurale est principalement tournée vers l’exploitation du bois. En plus d’être agriculteur, le paysan est également bûcheron, charbonnier ou encore forestier.
De nombreuses forges existaient dans la région et une affinerie de fer était également présente au sein du village. En raison du déplacement des sites métallurgiques de la province vers des zones plus accessibles (bassin liégeois, etc.), la fermeture des forges laissent des personnes qualifiées sans emploi. Celles-ci se convertissent dans la production de sabots.
Durant la première moitié de la période industrielle (1850-1950), le village va connaître son âge d’or en devenant un des plus gros producteurs de sabots (plus de 490m³ en 1889) dans la région. En ces temps la deux moulins à eau servant à scier le bois sont également construits au nord du village.
Une scierie mécanique est construite en 1937, employant de 25 jusqu’à 90 ouvriers en 1961, avant sa fermeture.
Cette scierie, dont plus rien ne subsiste, se trouvait en face de la chapelle ou la cache se trouve.

Scierie Renard, on reconnait encore les maisons représentées à gauche.
NL : De economische activiteit
De belangrijkste economische activiteit van het dorp was hoofdzakelijk toegespitst op de landbouw.
Voor 1850 was de activiteit eveneens gericht op houtwinning. Naast landbouwer, waren de inwoners houthakker, steenkoolboer of boswachter.
In de regio waren verschillende smederijen aanwezig, in het dorp was er eveneens een raffinaderij van ijzer. Vanwege de verhuis van de metallurgische sites naar meer toegankelijke gebieden in de provincie, sloten de smederijen en werden gekwalificeerde mensen werkloos. Deze werden nadien tewerkgesteld in de productie van klompen.
Tijdens de eerste helft van de industriële periode (1850-1950), gaat het dorp zijn economisch hoogtepunt bereiken door één van de grootste klompenproducenten uit de regio te worden (meer dan 490m ³ in 1889). In deze periode werden ten noorden van het dorp twee watermolens voor het zagen van hout gebouwd.
Een mechanische zagerij werd gebouwd in 1937, deze zagerij had vóór zijn sluiting in 1961 90 werknemers in dienst.
De zagerij, waar niets meer van overblijft, bevond zich aan de overkant van de kapel waar de cache zich bevindt.