Nepal heeft een lange geschiedenis die teruggaat tot voor het begin van de christelijke jaartelling. Het is de geboorteplaats van de Boeddha. Door de ligging van het land staat het zowel onder Indiase als onder Tibetaanse invloed.
In 1962 kreeg Nepal een nieuwe grondwet. De macht van de koning werd zeer uitgebreid en politieke partijen werden verboden. Daarvoor in de plaats kreeg Nepal het Panchayat-model, een partijloze "democratie", die volgens de koning beter bij de volksaard paste. Alle volwassenen moesten voortaan 15% van de partijloze leden voor de Nationale Panchayat (parlement) kiezen, terwijl de overige 85% van de leden door de koning werden benoemd. In 1972 volgde Birendra Mahendra op als koning. Na een volksopstand in 1990 schafte koning Birendra het Panchayat-model af en voerde een democratische grondwet in. Sindsdien wordt Nepal geregeerd door de Nepalese Congrespartij. In 1994-1995 stond een communist aan het hoofd van de regering.
In februari 1996 raakte het land verwikkeld in de Nepalese burgeroorlog. Op 1 juni 2001 werd het koninklijk huis bijna uitgeroeid door kroonprins Dipendra. Hij was boos op zijn ouders omdat die zijn keuze voor een echtgenote niet accepteerden. Daarom schoot hij zijn vader, koning Birendra, en zijn moeder, koningin Aishwarya, neer en vermoordde ook nog een aantal andere koninklijke familieleden. Daarna schoot hij zichzelf neer, maar hij overleed niet meteen. Terwijl hij nog in coma lag, werd hij tot nieuwe koning uitgeroepen. Drie dagen na de slachtpartij overleed hij, waarna zijn oom, de broer van zijn vader, Gyanendra Bir Bikram Shah Dev, de nieuwe koning werd. In 2002 trok koning Gyanendra tijdelijk de macht naar zich toe, maar herstelde later dat jaar de democratie.
Het land bleef ondertussen lijden onder de burgeroorlog. Met hun 10.000 tot 15.000 strijders bezetten de maoïstische opstandelingen meer dan 60% van Nepal. Hun grootste doel was om de koning Gyanendra af te zetten en een communistische natie te beginnen zoals China na de revolutie. Ondanks het feit dat Gyanendra veel buitenlandse steun genoot bleven de rebellen terrein winnen. Op 1 februari 2005 nam koning Gyanendra alle macht in handen en stelde de grondwet buiten werking. Hij ontsloeg minister-president Sher Bahadur Deuba van de Nepalese Congrespartij (premier sinds 3 juni 2004) en nam zelf het premierschap op zich. De koning verweet Deuba dat hij niet in staat was de rust in het land te herstellen. Koning Gyanendra regeerde sindsdien als autoritair monarch, maar werd in 2006 gedwongen zijn macht op te geven. Op 21 november 2006 werd tussen de democratische regering en de maoïstische rebellen een vredesovereenkomst gesloten. De burgeroorlog had op dat moment meer dan tien jaar geduurd en aan meer dan 12.000 mensen het leven gekost.
Op 28 december 2007 stemde een overgrote meerderheid in het Nepalese parlement voor afschaffing van de monarchie. De Nepalese Grondwetgevende Vergadering besloot op 28 mei 2008 deze wet officieel in werking te stellen, waarmee het Koninkrijk Nepal overging in de Democratische Federale Republiek Nepal.
In juni 2011 werd de laatste landmijn in Nepal onschadelijk gemaakt en werd het land landmijnvrij verklaard