Een pioniersoort is een soort die een meestal leeg of bijna leeg gebied koloniseert waar het niet eerder voorkwam. Een pioniersoort kan een plant of dier zijn, maar ook bijvoorbeeld een bacterie, alg of korstmos. De vestiging van pioniersoorten is meestal de eerste stap in ecologische successie.
Pionieersoorten zijn vaak specialisten in het innemen van een kaal gebied; ze hebben over het algemeen een korte levenscyclus en vermeerderen zich snel.
Pionierplanten hebben veelal diepe wortels en relatief grote bladeren. Er wordt veel en licht zaad geproduceerd, waardoor het gemakkelijk verspreid geraakt, en vertoont een lange kiemkracht om bij verstoring de vrijgekomen plaats te kunnen innemen. Kruidachtige pionierplanten zijn meestal eenjarig. Ze worden typisch als onkruid ervaren.
Met pionierbegroeiing worden meestal de eerste planten bedoeld die op pas ontstane terreinen voorkomen. Het kan gaan om stukken land van opgespoten grond, recent drooggevallen of afgebrand land, nieuwe eilanden ontstaan door vulkanische activiteit, enz. De zaden van deze vegetatie komen meestal via de wind, door aanspoeling of door menselijke activiteit.
Pionierplanten worden gewoonlijk na verloop van tijd weggeconcurreerd door meer specialistische vegetatie. Onder natuurlijke omstandigheden kunnen pionierssoorten standhouden bij steeds weer voorkomende storing zoals brand of verhoogde waterstanden.
Ook onder de dieren komen pioniersoorten voor die snel open gebieden kunnen koloniseren.
Voorbeelden van pionierplanten zijn:
Heb je al de getallen gevonden bij ZB 2, 3, en 4? Dan kan je op N51 46.ABC E004 21.DEF, de Bonus vinden!