De Trekvaart Haarlem-Leiden, ook wel bekend onder de namen Leidsevaart, Leidse Trekvaart en Haarlemmertrekvaart (niet te verwarren met de Haarlemmertrekvaart in Amsterdam), was een belangrijke route voor trekschuiten tussen Haarlem en Leiden, door de Bollenstreek. De vaart begint bij de voormalige Marepoort in Leiden en mondt uit in het Spaarne.
De vaart is in 1657 gegraven. Het kostte 8 maanden om de vaart graven. Vooral aan de Leidse kant kon gedeeltelijk gebruik worden gemaakt van bestaande watergangen, zoals het riviertje de Mare, die werden verbreed. De vaart heeft een lengte van 30 kilometer, de breedte varieert van 15 tot 30 meter en de diepte is zo'n anderhalve meter.
Over de lengte van het hele traject zijn vele vaste bruggen, de Leidsevaart is dan ook niet erg geschikt voor pleziervaart. Hierdoor en doordat er veel witvis en in het voorjaar karpers zijn, is het water geliefd bij sportvissers.