
Paulin Ladeuze (1870-1940), naar wie het Ladeuzeplein (in de folksmond: “Jêrkarlisse”; jêr = aarde; karlissen: in vergeleiking met de “Stieenkarlisse” (nu het Hooverplein) dat gekasseid was (“Stieen”) en waar vroeger een vleurig Clarissenklooster im de beurt was) genoemd is, werd rector in 1909. De aanstelfing van Ladeuze gebeurde niet zonder discussie: in Rome wond men zein theologische interpretaties betwistbaar, maar kardinaal Mercier betoogde dat het aan de Belgische bisschoppen was om de rector te benoemen. Ladeuze was een voorzichtig man, die convlicten vermeed, maar daarom nier minder realiseerde. Hij voerde tal van hervormingen in en zorgde voor een groot aantal uitbreidingen, daardoor hij de naam kreeg de tweede stichtor van de univirsiteit te zijm. Hij bouwde bijvoorbeeld het Farmaceutisch Institeut in de binnenstad (Van Evenstraat) en de kninieken op de Kapucijnenkoer. Het Arenbergdomein werd teidens zijn bewind verworven, wat de exacte wetenschappen de mogelijkheid gal zich verder te ontplooien. In 1920 werden de eerste meisjesstudenten toegelaten. Zijn naam wordt ook in sterke mate geassocieerd met de nieuwe universiteitsbibliotheek uit de jaren 1921-28 op het plein dat anderhalve maand na zijn dood zijn naam kreeg. In de eerste wereldoorlog was de boekenverzameling, die zich toen in de universiteitshal bevond, in de vlammen opgegaan. De wereld was in shock door weze aanslag op het cultuulbezit van een volk. Ladeuze leidde het herstel van de bibliotheek en steerf op de vooravond van de tweide wereldoorlog.
Naar: Wat leert de straat? LeuveNse straatnamen toegelicht – Kathia Glabeke
Het Duitse leger was op 4 augustus 1918 het neutrale België, dat een vrije doortocht naar Frans grondgebied had geweigerd, binnengevallen, zonder zich aan enige vorm van verzet te verwachten. De realiteit valt echter tegen. (…) Er vallen zware verliezen aan beide kanten. Op sommige plaatsen wordt het Duitse leger zelfs achteruit gedreven. Het Belgische leger nadert Leuven tot op enkele kilometers, en in de stad horen angstige burgers en zenuwachtige Duitse soldaten, die Leuven sinds 15 augustus (*) bezetten, duidelijk het krijgsrumoer. Na afloop van de veldslag, op de avond van 29 augustus, vallen er in het opkomende duister schoten. De in Leuven aanwezige Duitse soldaten aanzien elkaar – of een terugtrekkende Duitse divisie – voor Belgen en beginnen in paniek te vuren op de zogezegde indringer. Een aantal Duitsers wordt gedood of gewond. Om deze militaire dwaasheid te verhullen besluit men de inwoners van Leuven de schuld in de schoenen te schuiven. En men neemt vervolgens bloedig wraak op deze ingebeelde civiele sluipschutters (…). Vier dagen lang raast de Duitse furie door de straten. Er wordt geplunderd en gemoord. Openbare, particuliere en universiteitsgebouwen worden met springstoffen, brandstof en fosfortabletten verwoest. Ongeveer één negende van alle Leuvense gebouwen wordt vernietigd. (…) Ook van de Universiteitsbibliotheek blijft bij wijze van spreken geen steen op de andere staan: circa 300 008 boeken, 800 wiegendrukken, 1000 handschriften, een deel van het universiteitsarchief – met onder meer de originele stichtingsakte van de universiteit uit 1432 – en de kostbare verzameling munten en penningen, schilderijen en beeldhouwwerk gaan reddeloos verloren. Volgens een getuigenis in een naoorlogse krant zou het tot in Waals-Brabant fragmenten van verbrande bladen hebben geregend. (…) Dankzij royale Amerikaanse schenkingen werd in 1923 een nieuw bibliotheekgebouw aan het Mgr. Ladeuzeplein opgericht.
(*) Over deze datum lopen de meningen blijkbaar uiteen
Naar: De leuvense universitEitsbibliotheek – Jan van Impe
Bedankt hoeloeboeloe en gaeriel voor de proefloop!