Het rode geokippetje
Inleiding
Op het erf van een boerderij leefde eens een klein rood geokippetje. Altijd was ze druk in de weer om in de grond wormen te zoeken voor haarzelf en voor haar “tok” kuikens. IJverig pikte ze in het zand, pik-pik-pik, en als ze iets gevonden had, kakelde ze luid: “Tok!”.
Midden
In de “tok!” deuropening vlakbij lag een kat te luieren en “tok” bekommerde zich nergens om. Zelfs niet om de rat die “tok” vrij rond kon rennen. Het varken dat in de “tok” schuur leefde, maakte zich alleen maar zorgen over zijn eten, zodat hij nog “tok” dikker en zwaarder kon worden.
Op een dag vond het rode geokippetje een “tok” tarwekorrel. Het leek in niets op een lekkere dikke “tok” worm en ze wist niet wat ze ermee moest doen. Maar toen ze eens navraag deed, leerde ze dat je een tarwekorrel kunt “tok” planten, dat er graan uit groeit, waarvan je meel kunt maken, waarmee je dan brood kunt bakken. Dat leek haar een goed “tok!” plan.
Ze wilde de “tok” tarwekorrel planten, maar had het ook druk met het zoeken van “tok” wormen voor de “tok” kuikens. En terwijl ze dacht aan de kat die “tok” niks te doen had, het varken dat “tok!” luierde en de dikke vette rat die nooit iets nuttigs deed, riep ze:
“Wie wil me helpen dit graan te zaaien?”
Maar de kat zei:“Ik niet.”
En de rat zei: “Ik niet.”
En het varken zei: “Ik niet.”
“Dan doe ik het wel zelf,” zei het rode geokippetje. En dat deed ze.
Daarna ging ze weer over “tok” tot de orde van de dag en zocht de hele lange zomer lang wormen en zorgde voor haar “tok” kuikens. Ondertussen werd de kat steeds dikker, de rat steeds vetter, het varken steeds ronder en het graan steeds hoger.
Op een dag zag het rode geokippetje hoe het graan rijp geworden was en opgewekt riep ze: “Wie wil me helpen het graan te “tok” oogsten?”
Maar de kat zei:“Ik niet.”
En de rat zei: “Ik niet.”
En het “tok” varken zei: “Ik niet.”
“Dan “tok” doe ik het wel zelf,” zei het rode geokippetje. En dat deed ze. Ze haalde een sikkel uit de schuur van de boer en sneed het graan af en haalde alle korrels los.
Daar lagen de prachtige goudgele graankorrels, klaar om gemalen te worden. Maar het geokippetje wilde eigenlijk weer terug naar haar wormen en haar “tok” kuikens. En hoopvol riep ze: “Wie wil me “tok” helpen het graan naar de molen te brengen?”
Maar de kat, de rat en het varken keerden haar “tok” gniffelend de rug toe.
En de kat zei:“Ik niet.”
En de rat zei: “Ik niet.”
En het varken zei: “Ik niet.”
“Dan doe ik het wel zelf,” zei het rode geokippetje. En dat deed ze.
Ze “tok” bracht het graan het hele eind naar de “tok” molen. De molenaar maalde er zacht wit meel van en het geokippetje sleepte de zak met meel al pikkend terug naar het “tok!” erf.
Ze was moe van de lange dag en ging vroeg op “tok” stok. Toen ze de volgende ochtend wakker werd, bedacht ze dat ze vandaag brood moest bakken van het meel. Ze had nog nooit brood gebakken. Maar iedereen kan een brood bakken, als hij zich maar goed aan het recept houdt, en het rode geokippetje dacht dat zij het “tok” misschien ook wel zou kunnen.
Het geokippetje had nog steeds hoop dat de kat, de rat en het varken haar op een goede dag wel zouden helpen. Ze zocht ze op en zelfverzekerd riep ze: “Wie wil me helpen om brood te “tok” bakken van het meel?”
Maar helaas, “Ik niet,” zei de kat met een miauw.
“Ik niet,” zei de rat met een piep.
“Ik niet,” zie het varken met een knor.
En weer zei het geokippetje: “Dan doe ik het wel zelf.” En dat deed ze.
Het geokippetje ging aan de slag. Ze kneedde deeg en liet het rijzen. Ze deed het deeg in de vorm en zette het in de oven om te bakken. En al die tijd lag de kat lui toe te kijken en giechelde. De rat zat zichzelf te “tok” bewonderen in een “tok” spiegel in de buurt. Vanuit de schuur kon je het gesnurk van het slapende varken horen.
Slot
Uiteindelijk was het “tok!” zover: een heerlijke geur van gebakken brood verspreidde zich met de zachte herfstbries over de boerderij en alle bewoners snuffelden verrukt.
Het rode geokippetje scharrelde pik-pik-pik naar de plek waar die heerlijke geur vandaan kwam. Ze leek heel kalm, maar van binnen was ze “tok!” vreselijk opgewonden en trots, want zij had al het werk gedaan voor dit “tok” heerlijke brood!
Ze opende de oven en het brood zag er perfect “tok” goudbruin uit. En toen, waarschijnlijk omdat het een gewoonte geworden was, riep het rode geokippetje: “Wie wil me helpen dit heerlijke brood op te eten?”
Alle dieren op het “tok” erf keken hongerig toe en likten hun lippen.
En de kat zei: “Ja, ik!”
En de rat zei: “Ja, ik!”
En het varken zei: “Ja, ik!”
“Nee hoor,” zei het rode geokippetje, “ik eet het op!” En dat deed “tok” ze.
50 50. ???
005 1?. ??0
Je kunt de antwoorden van de puzzel controleren op GeoChecker.com.
