De Nederlandse Gouden Eeuw is een wereldwijd bekend begrip, maar voor de plaats “Roosendaal” was de zeventiende eeuw niet zo goudgerand. De periode na 1854 komt hiervoor veel meer in aanmerking. De rol van Roosendaal als spoor- en industriestad, grensplaats en Rooms bolwerk gaf de stad een eigen karakter. Groei en ontwikkeling zijn dé trefwoorden om de tweede helft van de negentiende en twintigste eeuw in Roosendaal te benoemen.
Dit zou niet mogelijk zijn geweest zonder de inzet van velen: De Helden van Roosendaal
Begin de wandeling van ongeveer 4 kilometer bij WP1 (N51 32.038, E004 27.076).
Hier staat de vroegere kerk van de Paters Redemptoristen staat. Deze kerk, ook wel de Paterskerk genoemd, werd vaak gefotografeerd door de eerste fotograaf van Roosendaal Antonius M. Bruglemans (1862-1928). Dit kerkgebouw diende samen met een kerk in Boston (USA) als inspiratie voor één van de grootste houten gebouwen ter wereld, de kathedraal van Paramaribo. Alle drie deze kerken werden door redemptoristen gebouwd.
Vraag: Boven huisnummer 19A staan één letter en drie getallen van drie cijfers. Stapeltel de waarde van de letter. Dit is A.
Loop nu door naar WP2 (N51 32.062, E004 27.013) waar een monument staat met een ijsbeer.
Het monument is gemaakt door de lokale kunstenaar Joop Vlak en werd op 5 mei 1960 onthuld. De ijsbeer herinnert aan de mannen van de Britse Polar Bear Division, die eind oktober 1944 Roosendaal bevrijdden.
Vraag: Door het hoeveelste battalion van de Royal Tank Regiment is Roosendaal bevrijd? Dit is B.
De Roosendaalse Vliet lag vroeger op ditzelfde WP. Het was het domein van de schippersfamilie Lonck. In de vijftiende en zestiende eeuw voeren Roosendaalse schippers met turf naar Vlaamse steden als Antwerpen, Brugge en Gent. Maar ook is bekend dat zij voeren op Engeland, West-Frankrijk en het Oostzeegebied. Uit de familie Lonck stammen meerdere bekende kapiteins, zoals admiraal Hendrik Lonck (1568-1634). In 1624 wordt hij benoemd tot kapitein bij de West-Indische Compagnie en in 1628 neemt hij als admiraal, de tweede man naast Piet Hein, deel aan de verovering van de Zilvervloot waarbij meer dan elf miljoen florijnen buit gemaakt worden. Toen Piet Hein ontslag nam bij de WIC, nam Lonck in 1629 onmiddellijk zijn functie van kapitein-generaal over en veroverde in 1630 met een vloot van twintig schepen een deel van Brazilië: Olinda en Pernambuco.
Begeef je nu naar WP3 (N51 32.240, E004 27.303).
Het beeld van de Ludwigstraat wordt bepaald door de huizen die zijn ontworpen door architect Jac Hurks (1890-1977). Zijn kenmerkende stijl is wellicht deels te danken aan zijn verblijf in Canada gedurende een paar jaar. In 1923 kreeg hij zijn eerste grote opdracht als architect: het ontwerpen van de Sint Josephkerk in Roosendaal. Hierna volgde in de jaren 1930 de bouw van 19 huizen in de Ludwigstraat. Daarvan werden er een aantal in de Tweede Wereldoorlog vernield. Het huis op nummer 2 was zijn eigen huis dat uiteraard door hemzelf is ontworpen. Na het bombardement van mei 1940 durfde zijn vrouw niet meer in dit huis te wonen. Hurks bouwde daarom na de oorlog een nieuw huis om de hoek aan de Vughtstraat, in een veel soberder stijl.
Vraag: Hoeveel rijen ramen (1 raam = 3 rijen ruitjes) zie je boven de voordeur? Dit aantal is C.
Draai je om een bekijk op WP4 (N51 32.236, E004 27.306) het woonhuis van de familie Geerts in 1940. Na de Duitse inval vluchtte dochter Paula Geerts (1922-1940), die sinds 1939 in Nijmegen studeerde, per fiets naar Roosendaal. Terug in haar geboortestad werd zij, samen met haar enige broer Olaf, slachtoffer van een bombardement. Een jaar na haar dood in 1941 werd haar dagboek, onder de titel `Mijn dagboek` gepubliceerd. Na een mooie recensie werden hiervan binnen een jaar honderdduizend exemplaren verkocht. Nog altijd bestaat een naar haar vernoemde scoutinggroep in Hoofddorp.
Vraag: Aan de linkerzijkant van het huis zie je een heleboel ramen onder elkaar die gescheiden zijn door witte kozijnen. Het aantal rijen ramen is D (niet stapeltellen!)
Loop nu door naar WP5 (N51 32.358, E004 27.478). In 1905 werd hier, in het toenmalige hotel Orthel, de componist Leon Orthel geboren, later docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en het Amsterdams Conservatorium. Zijn Tweede Symfonie en de door hem gecomponeerde liederen op teksten van de dichter Rilke werden regelmatig uitgevoerd. Als componist was hij geen vernieuwer, maar ontwikkelde hij wel een eigen stijl. Na zijn overlijden schonk hij zijn partituren aan de gemeente Roosendaal. Orthel werd in 1985 in zijn geboortestad begraven.
Vraag: Hoeveel balkons zie je op de eerste verdieping. Dit is E (meer dan een.)
Het huidige stationsgebouw op WP6 (N51 32.397, E004 27.527) dateert uit 1907. De eerste spoorlijn in Noord-Brabant werd in 1854 aangelegd. De lijn liep vanuit Antwerpen via Roosendaal naar Moerdijk en Rotterdam. In september 1914 kende dit station de grootste toeloop uit de geschiedenis. Vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kwamen een miljoen Belgen naar Nederland. Naar schatting kwamen vijftig duizend Belgen kwamen naar Roosendaal zelf. De plaats telde op dat moment 18.000 inwoners. Het vergde dan ook een bovenmenselijke inspanning om al die vluchtelingen van de meest noodzakelijke te voorzien. In de dagen “dat Antwerpen naar Roosendaal kwam” hebben de inwoners van Roosendaal zich van hun beste kant laten zien door het opvangen van hun buren.
Vraag: Hoeveel wereldbollen versieren hier de gevel? Dit is F.
Het Norbertus Lyceum is sinds 1924 gevestigd is op WP7 (N51 32.311, E004 27.756). In de jaren dertig en veertig was Toon Weijnen (1909-20008) leraar Nederlands aan het lyceum. Hier heeft hij de grondslag gelegd voor zijn onderzoek naar Brabantse dialecten. Toon Weijen kan nu beschouwd woorden als één van de grondleggers van het dialectenonderzoek in Nederland. Na zijn vertrek bij het lyceum werd hij hoogleraar aan de universiteit in Nijmegen en stelde hij een enorm groot woordenboek van Brabantse dialecten samen.
Vraag: Op de voorgevel staat “…….. Norbertus Lyceum”. Het aantal letters voor “Norbertus” is G.
Vervolg de wandeling naar WP8 (N51 32.282, E004 27.661).
West-Brabant staat bekend om het enthousiasme voor de wielersport en kent een groot aantal succesvolle wielrenners. Jef van de Vijver (1915-2005), die hier op nummer 3 woonde, was één van die succesvolle sporters. Hij werd in 1937 en 1938 wereldkampioen sprint voor amateurwielrenners. Hiervoor werd hij destijds uitgebreid gehuldigd in zijn woonplaats. Vandaag herinnert de jaarlijkse sportprijs van de gemeente Roosendaal nog aan zijn prestaties.
Vraag: Hoe hard mag je in deze straat rijden? Het antwoord stapeltellen en dit is H.
Mariadal en de bijbehorende tuin op WP9 (N51 32.277, E004 27.618) zijn in 1934 door Joseph Cuypers en Bernard Sturm ontworpen voor de congregatie van de zusters Franciscanessen Penitenten Recollectinen. Deze orde richtte zich op onderwijs en zorg. Mariadal was een opleidingsinstituut voor Brabantse zuster-onderwijzeressen, waar ruimte was voor een communiteit van ongeveer 70 zusters. De zusters hebben in Brabant en daarbuiten op scholen les gegeven en zijn belangrijk geweest voor de ontwikkeling van Brabant en Brabanders.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1942 zocht een monnik uit het trappistenklooster de Achelse Kluis (Valkenswaard) zijn toevlucht tot het klooster. Pater Alphonsus Averdieck wist zijn verzetswerk hier voort te zetten tot aan zijn arrestatie in 1944. Hij is later gefusilleerd in Vught. Ter herinnering aan de pater werden zowel een plaquette op de muur als een “Stolperstein” in het trottoir aangebracht.
Vraag: Wat is het derde cijfer van het geboortejaar van Pater Alphonsus Averdieck? Dit is I.
In 1890 begon Jan Vermunt (1867-1942) op WP10 (N51 32.160, E004 27.659) heel kleinschalig met een borstelfabriek. Het bedrijf groeide uit tot één van de grootse werkgevers van Roosendaal. Het bedrijf werd later verplaatst en de productie van borstels in Roosendaal werd in 2003 gestaakt, maar het merk Vero (Vermunt Rosendaal) bestaat nog altijd. Voor veel buurtbewoners was de “fluit van Jan Munt” destijds hét teken van de tijd. Hier werd het begin en einde van werk en pauze voor de fabrieksarbeiders mee aangekondigd. Zo wist iedereen bijvoorbeeld wanneer het vuur onder de aardappels moest worden ontstoken voor vader die tussen de middag thuis kwam eten.
Vraag: Aan de linkerkant zie je een huis met een witte garagedeur. Hoeveel witte stenen zie je boven de garage? Dit is J.
Loop verder naar WP11 (N51 32.098, E004 27.670) waar maar liefst twee bekende Roosendaalse slagerszonen werden geboren. C.J. alias Kiske Dekkers (1887-1947) schreef in de jaren twintig, verblijvend op het eiland Borneo en verteerd door heimwee naar zijn geboortegrond, het Roosendaolsch Lieke. Het is één van de voorbeelden in de provincie van een lokaal “volkslied”. Ook slagerszoon Wim Schütz (1921) groeide hier op. De kunstschilder bracht enkele jaren geleden zijn herinneringen in beeld aan het bombardement van 14 mei 1940 dat zijn geboortehuis helemaal vernielde.
Vraag: Voor de slagerij is een beeld geplaats. Welk even cijfer zie je hierin? Dit is K.
Jarenlang was het woonhuis op WP12 (N51 32.064, E004 27.504) van de familie Van Poll Suijkerbuijk, eigenaren van een drukkerij en uitgevers van het lokale dagblad De Grondwet, later Brabants Nieuwsblad. Ook de redactielokalen van de krant waren hier gevestigd. De laatste directeur uit de familie is beter bekend als de jazzpianist Jack van Poll.
Vraag: hoeveel “roosjes” versieren de gevel van nummer 7 onder het rechterraam op de begane grond? Dit aantal is L.
Steek de straat over naar WP13 (N51 32.056, E004 27.509). De voormalige pastorie van de parochie Sint Jan is nu Museum Tongerlohuys. Hier is een staalkaart te zien van het lokale erfgoed van Roosendaal. Onderdeel daarvan is een schilderij van Pastoor Siardus de Groot (1862-1924), dat door de Belgische schilder Jean Laenen werd gemaakt als uiting van dankbaarheid voor de inzet van de pastoor bij de opvang van de Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog.
Vraag: Uit hoeveel segmenten bestaat het raam direct boven de deur? Dit is M.
Ooit stond op WP14 (N51 32.005, E004 27.499) een rommelig geheel van kleine huisjes. In het midden stond een pomp en er was een klein cafeetje genaamd De Regenbak. Daar werd in 1810 Willem Hellemons geboren, die in het kader van zijn opleiding tot geestelijke een aantal jaren in Rome verbleef. Vanaf 1842 was hij pastoor in Oudenbosch. Zijn Romeinse jaren inspireerden hem tot het plan om in Oudenbosch een kerk te laten bouwen die grotendeels een verkleinde kopie was van de Sint-Pietersbasiliek. Helaas heeft Willem Hellemons heeft zijn basiliek nooit voltooid gezien, hij overleed in 1884. Het gebouw vormt nu hét herkenningspunt van Oudenbosch.
Vraag: Hier vind je het kunstwerk Octogon gemaakt door kunstenaar Nicolas Dings. Op het kunstwerk staan twee jaartallen vermeld. Wat is het laatste cijfer van het tweede jaartal? Dit is N.
Op WP15 (N51 32.042, E004 27.468) staat een voormalige Nederlands Hervormde Kerk. Deze kerk kon in 1810 tot stand komen dankzij een gift van Koning Lodewijk Napoleon. De broer van de bekende keizer Napoleon was een viertal jaren koning van Holland (1806-1810). Bij zijn bezoek aan Roosendaal in 1809 schonk de koning niet alleen geld voor de Hervormde en Katholieke Kerk, maar verleende hij Roosendaal bovendien stadsrechten.
Vraag: Op de kerk staan Romeinse cijfers. Hoeveel keer komt de letter “C” in dit Romeinse jaartal voor? Dit is P.
Ga nu naar WP16 (N51 32.082, E004 27.428). In 1921 werd hier de jongste zoon van de Roosendaalse gemeentesecretaris geboren: Fons Rademakers (1921-2007). Na het voltooien van zijn opleiding aan het Norbertus Lyceum vertrok Rademakers naar Amsterdam om een loopbaan als acteur, filmregisseur en filmproducent te beginnen. Rademakers debuteerde met Dorp aan de rivier (1958), de eerste Nederlandse speelfilm die werd genomineerd voor een Oscar. Voor zijn film De Aanslag, naar het boek van Harry Mulisch, kreeg hij in 1987 een Oscar.
Vraag: Hoe heet het appartementencomplex aan de overkant? De letterwaarde van de derde letter van deze naam is Q.
Het raadhuis van de gemeente Roosendaal op WP17 (N51 31.989, E004 27.386) heeft nu de uiterlijke vorm die het had bij het bezoek van Koning Lodewijk Napoleon in 1809. Boven in de gevel is het gemeentewapen met drie rozen en een leeuw te zien. Het gebouw is echter veel ouder. De gewelvenzaal beneden dateert al uit de vroege zestiende eeuw. Burgemeester Claudius Prinsen werkte vanaf 1932 in het raadhuis. In 1942 werd de burgemeester door de Duitse bezetters gegijzeld in het voormalige seminarie in Sint-Michielsgestel. Daar schreef hij een ode “Aan Roosendaal”. In 1944 keerde hij terug in zijn oude functie. In 1947 werd Prinsen burgemeester van Breda, waar hij in 1952 stierf. Hij ligt in Roosendaal begraven. Prinsen had vier dochters en twee zonen, onder wie de acteur Joost Prinsen.
Vraag: Hoeveel verschillende kleuren heeft het schildje dat hangt naast het huisnummer 1? Het aantal is R.
Het gebouw op WP18 (N51 31.994, E004 27.340) is van oorsprong een 18-de eeuwse herberg. De aan de Antwerpse Academie opgeleide kunstschilder Hendrik Gerard Dirckx (1827-1909) heeft hier gewoond. Op het einde van de markt ligt een straat die naar hem vernoemd is en die iedere Roosendaler kent als “de HGD”. Museum Tongerlohuys heeft diverse schilderijen van Dirckx in haar collectie.
Vraag: Wat is het eerste cijfer op de lantaarnpaal die voor het huis staat? Dit is S.
Tussen 1936 en 1979 was dit gebouw op WP19 (N51 31.992, E004 27.267) het gemeentehuis van Roosendaal. Koningin Wilhelmina en prins Bernhard brachten hier in het voorjaar van 1945 een bezoek aan burgemeester Claudius Prinsen. De tragische geschiedenis van de laatste particuliere bewoonster Maria van Gilse-van Loon inspireerde de Roosendaalse romanschrijver Jan Cartens (1929-2007) tot zijn boek “De verborgen tuin”. Ook zijn roomse jeugd en de herinneringen van zijn moeder aan de Eerste Wereldoorlog inspireerden hem als schrijver.
Vraag: Wat is de kleur van de klompenschrapers die zich links en rechts van de voordeur bevinden?
Groen T=1
Zwart T=2
Rood T=3
Loop een klein stukje door naar WP 20 (N51 31.995, E004 27.227). Hier woonde in 1914 de verf- en behangverkoper Jac van der Veken (1866-1944). Tijdens de Eerste Wereldoorlog legde hij zijn ervaringen vast in een dagboek. Dit dagboek geeft een goed beeld van het dagelijks leven in Roosendaal gedurende de Eerste Wereldoorlog. Tevens geeft het boek een levendig beeld van de chaos die ontstond na de komst van de Belgische vluchtelingen in het najaar van 1914.
Vraag: Kijk naar het Zuid-Westen. Wat voor dier staat er op het uithangbord?
Hond U=5
Kat U=7
Muis U=9
Van 13 september 2014 t/m 8 februari 2015 kunt u in Museum Tongerlohuys de tentoonstelling "Alles vlucht naar Roosendaal. Dagboek uit de Eerste Wereldoorlog" bekijken. De tentoonstelling geeft een beeld van het Roosendaal in de oorlogsdagen door de ogen van de destijds 48-jarige Jac van der Veken.
Aan het eind van deze route moet je de volgende berekening maken om bij de cache te komen:
N51. (F-L)(K-U).(H+C)(R+T)(M-N)
E004 (P-A)(B-G).(Q-J)(E+S)(D-I)
Veel plezier en succes!