Ongeveer twee kilometer oostelijk van Buitenpost liggen 'De Stuiver' en 'De Steenharst' op een kruispunt van twee belangrijke doorgaande routes.
Op een oude kaart van Achtkarspelen (Eekhoff 1844) vindt wordt de naam 'Stuiver' al aangegeven. Waar zou de naam vandaan komen? Op recentere kaarten komt de naam niet meer voor. Men spreekt in Buitenpost en omgeving nog steeds van 'De lêste Stuver' of 'De Stuver'. Ook door historieschrijvers in de 18e en 19e eeuw werd geen melding gemaakt van 'De Stuiver'. Wel worden als oostwaarts van Buitenpost gelegen buurtjes genoemd: het Uitland, Klein-Uitland, de Horne en Scharnehuizen. Verder is het ook niet de naam van een stuk land in deze buurt. Een verklaring van de naam 'De Stuiver' kan niet anders zijn dan dat die afkomstig is van de herberg 'De Laatste Stuiver'.
Uit de archieven blijkt dat deze kroeg zeker in het jaar 1775 al bestond. De herberg lag aan de trekweg bij de Stroobosser trekvaart van Dokkum naar Stroobos. In vorige eeuwen kon men hier als passagier met de trekschuit mee en werd er vracht in- en uitgeladen.
Herberg 'De Laatste Stuiver'
In oude notariële akten kunnen we lezen dat deze herberg in de periode van 1801 tot en met 1827 zeker driemaal van eigenaar is gewisseld. In 1801 werd het beschreven als staande en gelegen aan de trekweg bij Steenharst onder Buitenpost. Jan Manderts, koopman te Kollum werd de nieuwe eigenaar voor 700 caroli guldens. Ruim 8 jaar later is de verkoopprijs gestegen tot 975 caroli guldens. In 1825 was de klandizie waarschijnlijk sterk teruggelopen, want het ging toen van de hand voor f 325,- De koper was Durk Makkes Adema, landbouwer te Buitenpost. Maar deze boer wilde er twee jaar later alweer vanaf en er volgde een openbare verkoping. Provisionele koper werd Kornelis Durks Zijlstra, koopman te Buitenpost voor f 301,- Bij de finale toewijzing werd het bod niet verhoogd en Adema hield het in. De provisionele koper werd voor zijn bod bedankt. Uiteraard had de herberg in de loop der jaren nog andere eigenaren. In de periode 1880 tot 1911 waren deze: Jan Harmens van der Veer, Riekele Westra, Gerke Dijkstra, Tjibbe van Maassen en Jan Pama.
'De Eerste Stuiver'
Hoewel de indruk wordt gewekt dat herberg 'De Eerste Stuiver' er eerder was dan 'De Laatste Stuiver', is dit zeer waarschijnlijk niet het geval. In het jaar 1827 werd de herberg met een perceel weiland gekocht door Elze Louws Sikkema te Buitenpost voor een bedrag van f 1850,00 Hij deed dit in opdracht van Hendrik Hogeboom, hovenier te Oudeschoot. De koper werd belast met 'onderhoud van weg en pad, alsmeede met een hout en steiger'. Omstreeks 1860/1870 was Ritske Jacobs Boersma de kroeghouder. Hij was getrouwd met Duifke Klazes Smids die in 1878 kwam te overlijden. Na dit jaar kwam een eind aan de tapperij in dit pand. De Armvoogdij van Buitenpost-Lutjepost kocht het gebouw in 1883 voor de huisvesting van bedeelden. In de koopakte werd het pand als volgt omschreven: "Eene Huizinge met Schuurtje en Stalling en twee afzonderlijke verhuurd wordende woonkamers, benevens erf, tuin en boomgaard, staande en gelegen aan den Straatweg bij Steenharsterbrug onder Buitenpost". Jarenlang hebben hier mensen gewoond die door de armvoogdij werden ondersteund. Het pand is al vele jaren afgebroken. In een krantenadvertentie, geplaatst in 1925, wordt de herberg De Laatste Stuiver nog genoemd, in verband met een verkoping. In dat jaar moet het gebouw er nog hebben gestaan. In de jaren veertig van de 20e eeuw waren de fundamenten nog te zien.