In 2014 werd op een nabijgelegen akker een grote hoeveelheid gouden munten en zilverwerk gevonden.
De goudschat bestaat uit 12 gouden munten (solidi), een gouden ring, een zilverbaar en 9 stukken verknipt en verbogen zilver afkomstig van diverse stukken vaatwerk, waaronder 3 grote borden. De jongste munten zijn geslagen door keizer Constantijn III (407-411). Deze munten zijn vrijwel stempelfris, wat betekent dat de schat kort na 411 zal zijn begraven. Op de vondstlocatie, een onbewoonde plek aan het uiteinde van een landtong omgeven door drassige laagten, zijn geen andere sporen uit de laat-Romeinse tijd gevonden. Dat duidt er op dat er in die tijd geen mensen in de directe omgeving van de schat woonden. De schat zal destijds bewust zijn begraven, uit veiligheidsoverwegingen in een crisissituatie, uit religieuze overwegingen, of - beter nog - een combinatie van beide. In het begin van de 5e eeuw heerste er politieke en militaire chaos en het Romeinse rijk stond op instorten. Vandalen, Alanen en Sueven viellen ons land binnen. Constantijn III, keizer sinds 408, had de grootste moeite de Romeinse Rijngrens te verdedigen tegen de Germaanse indringers. Geschiedschrijvers berichten ons dat de keizer de indringers voor zich trachtte te winnen door met de geldbuidel te zwaaien en allianties te sluiten. Hij kocht daarmee hun militaire steun en gebruikte deze voor de verdediging van de grenszone. De begraver van de schat van Peij zou dan een Germaanse officier in Romeinse dienst uit het netwerk van Constantijn III geweest kunnen zijn. Het goud en zilver zou hij verkregen kunnen hebben als beloning voor zijn diensten.
De schat van Peij is uniek in zijn combinatie van gouden munten en zogeheten hakzilver. Het hakzilver is afkomstig van diverse stukken vaatwerk, waaronder zeker drie verschillende schalen. De kostbare zilveren schalen werden in stukjes geknipt om als betaalmiddel te dienen. Een van de zilveren borden is van exceptionele kwaliteit en behoort tot het beste dat in het Laat-Romeinse rijk vervaardigd werd. Op het teruggevonden randfragment staat een verguld paardje met ruiter gegraveerd. Hakzilver weerspiegelt de economische en militaire crisis van het Laat-Romeinse rijk. In deze context ontwikkelde zich de praktijk om kostbaar vaatwerk te verknippen ter betaling van Germaanse soldaten, voor wie uiteindelijk alleen de zilverwaarde telde.
De informatie over de goudschat is ontleend aan: http://www.raap.nl/pages/RAAPnieuws_romeinse_goudschat_Echt.html
De cache ligt zo'n 40 meter verwijderd van het monument. Als er gebruik wordt gemaakt van de opgegeven parkeer-coördinaten is het zo'n 800 meter wandelen over de route van het Pieterpad, waarbij men ook nog een paar caches van het Rondje Pey-Slek passeert.