Het koolstofskelet
Koolstof heeft een unieke eigenschap die geen enkele ander atoom heeft : het kan sterke en stabiele ketens vormen. In een dergelijke keten is elke koolstof verbonden met één of meer andere koolstofatomen met een sterke enkele binding (covalente binding) of met een nog sterkere dubbele binding. Alle levend materiaal en de meeste kunststoffen kunnen alleen maar bestaan omdat ze grotendeels uit koolstofketens zijn opgebouwd.
Een koolstofskelet is de basis van een organische molecule. Daarop zijn andere atomen of groepjes van atomen gehecht die de molecule zijn specifieke eigenschappen geven. Vaak worden alleen die andere atomen (bv. O, S, Cl, I, N, Br, ...) expliciet genoteerd. De impliciete afspraak is dat 1° elk hoekpunt een koolstofatoom (C) voorstelt en 2° dat elk koolstofatoom exact vier verbindingen met (4 of minder) buuratomen moet hebben en 3° dat buuratomen die niet genoteerd zijn automatisch waterstofatomen zijn (H)
De puzzle
U had natuurlijk al lang door dat op de coördinaten hierboven niets verstopt zit en dat er een puzzel moet opgelost worden om de juiste plek te kennen.
Tel even na hoeveel atomen van elke soort deze molecule bevat :
De cache ligt op:
N 50° 50.(O+N) [(SxO) + C + H + N]
E 003° 15.(Cl-N) [(H+C+N)/S - O]
Controleer je oplossing