wat hem was toebereid...
"Hij had teveel van 't bier gesnoept
en at een pruimentaart.
Elk weet wat men van pruimen roept:
ze zijn van kwade aard."
De kermis was nog aan de gang.
't Was in de pruimentijd.
Men hoorde nog noveen-gezang.
Maar hij zat met de spijt.
Tot hij het niet meer houden kon.
Hij zag een pompesteen
en rapper dan je ' t volgen kon
liep hij er jankend heen.
Zijn broek al op zijn hielen hing
eer hij die steen besteeg.
En voor de pomp lag ras een ding,
als donkre taartendeeg.
En van wat pruimen en wat bier,
een pistolet of twee
bracht onze brave Daiselnaar
een pompeschitter mee.
Een pompeschitter bij de markt
zit eenzaam op een steen.
Zijn broek hangt op de grond gezakt
hij zit en eet alleen.
Hij eet er weer een pruimentaart
die pompeschitter heet,
opdat wie komt en naar hem staart
ook pompeschitters eet.