Sta me eerste toe uit te leggen vanwaar de naam Zwingelstraat.
Bij Zwingelen was een onderdeel bij de vlasverwerking, de stukjes houten pijp (lemen) van de bundel vezels verwijderd zonder de vlasvezels te schaden. De vlassers maakten aanvankelijk gebruik van een eenvoudige zwingelspaan en een zwingelberd om de lemen uit te slaan.
Vanaf 1860 deed de stermolen haar intrede, met de spanen als wieken. Achteraan de boerderijtjes verschenen nu primitieve zwingelkoten, waar de boer zijn vlas bewerkte. Voor de introductie van de 'gaz-pauvre' (ca. 1910), een kleine motor op brandgas, was mankracht de voornaamste aandrijving van de stermolen.
Het zwingelen was trouwens een erg lastig en stoffig karwei. De 'stofbuk', een longaandoening, was dan ook een typische vlasserskwaal.