De Belgische militaire begraafplaats van Oeren werd tijdens de oorlog aangelegd rond het 16de-eeuwse, laat-gotische kerkje. Waarschijnlijk is men in 1915 gestart met begravingen, aan de rechterkant van de kerk, vooraan en achteraan. De graven van doden uit 1914 liggen verspreid en werden dus vermoedelijk later bijgelegd. Vermoedelijk volgden dan begravingen in 1917: achteraan links (juni-juli 1917), daarna het linkse middendeel (augustus-oktober 1917), daarna links vooraan (oktober-november 1917), tot slot volgden in november en december 1917 de perken achteraan rechts van de kerk. Tenslotte werden vooraan rechts de laatste graven in 1918 bijgelegd, vooral van de eerste helft van het jaar.
In de nacht van 9-10 februari 1918 smeerden onbekenden de letters AVV-VVK van 38 Heldenhuldezerkjes dicht. Flaminganten reageerden prompt en de nacht erop overschilderden ze de gedichte letters met zwarte verf. Op 16 februari vond een nieuwe grafschennis plaats. In 1923 vond hier dan ook de 4de IJzerbedevaart plaats onder het thema 'Eerherstel aan de geschonden graven', na bedevaarten naar het graf van Joe English (Steenkerke), de gebroeders Van Raemdonck (Steenstrate) en Renaat De Rudder (West-Vleteren). Na Oeren zouden alle IJzerbedevaarten plaatsvinden op de locatie van de huidige Ijzertoren in Kaaskerke.
In augustus 1920 telde het kerkhof van Oeren 651 graven. Er vonden daarna een aantal ontgravingen en repatriëringen, maar ook enkele herbegravingen plaats. De Belgische staat eiste de grond op. Ook deze begraafplaats kreeg vermoedelijk in de jaren 1924-1925 zijn huidige aanleg. De officiële Belgische grafsteen werd in 1920 ontworpen door de Brusselse architect Simons, in opdracht van het Ministerie van Landsverdediging. Het duurde tot 1924 eer de grafsteen officieel werd voorgesteld. Toen werd het amalgaam aan graftekens vervangen door deze uniforme grafsteen. Ook een deel van de Heldenhuldezerkjes moest eraan geloven. Vandaag staan er hier nog slechts 5 Heldenhuldezerkjes.
Onder de 508 doden, waarvan er 6 niet meer geïdentificeerd konden worden, bevinden er zich 16 officieren. Qua wapenkorps zijn er bij de infanterie veel jagers te voet en zijn er weinig cavaleristen. Qua artillerie gaat het voornamelijk over manschappen uit de veldartillerie (weinig zware artillerie). Er liggen eveneens doden van vervoerskorpsen en genie-eenheden bij de diverse legerdivisies en hulptroepen van de genie. 1 dode behoorde tot de Gendarmerie. Er ligt eveneens 1 regimentsdokter en verschillende brancardiers. Het graf van onderluitenant Getteman is leeg: hij werd in 1956 nog ontgraven op verzoek van zijn echtgenote en herbegraven op het kerkhof van Maffle.
(Bron : inventaris onroerend erfgoed)
Ga respectvol op zoek naar de cache met eerbied voor de doden.