Sinds de aanplant van bossen in het duingebied van PWN zijn de meeste paden dichtgegroeid en veranderd in schaduwrijke tunnels door een bos. Open duingebieden zijn door het aangeplante bos geïsoleerd geraakt voor plant-en diersoorten die van een zonnige leefomgeving afhankelijk zijn. De oplossing is het maken van ‘zonnige zomen’. Een beperkt aantal van de oost/west lopende bospaden is aangewezen als verbindingszone tussen open duingebieden. Langs deze paden groeien al struiken als meidoorn, vlier en sleedoorn. Door hoge, schaduwgevende bomen over een breedte van 20 á 30 meter te verwijderen, komt er meer licht en ruimte voor de flora om door te groeien en uit te zaaien.
De meest opvallende gebruikers van een zonnige zoom zijn dagvlinders en zangvogels. Zangvogels als nachtegaal, zwartkop en braamsluiper zijn soorten die te verwachten zijn als broedvogel op de grenzen van zonnige bosranden en laag struweel. Het grootste deel van de gebruikers van zulke bosranden zijn echter minder opvallend. De solitairbij en sommige soorten zweefvliegen en nachtvlinders zijn zelfs alleen maar te vinden op deze zonnige, luwe plekken.