Een eroev (voluit: eroev chatserot) is een omheining of muur rond een gebied waarbinnen tijdens de sjabbat goederen vervoerd mogen worden. De eroev is al sinds de Sinaïsche wetgeving (1312 voor de gewone jaartelling) gebaseerd op de muren van de stad. Indien de stad of nederzetting geen muren of omheining had dan werden de muren van het woonhuis of erf automatisch de begrenzing van de eroev. Toen de stadsmuren van veel steden werden afgebroken, werd, waar geografisch mogelijk, een eroev rond een stad gecreëerd door het plaatsen van Sabbatpalen.

In Leeuwarden hebben verscheidene Sabbatspalen gestaan. Veelal bij de uitgangen (bruggen) van het stadscentrum. Bij deze brug stonden in het verleden twee Sabbatspalen. Aan beide kanten van de weg 1. Het was de bedoeling dat men tijdens de Sabbat een touw of ketting spande tussen beide palen om zo de grens duidelijk weer te geven. Dit zal in de praktijk nooit gebeurd zijn omdat dat ernstige verkeersproblemen zou veroorzaken.
Deze Sabbatpaal zou zo rond 1930 zijn geplaatst, na de vernieuwing van de brug. In deze periode waren de joden voornamelijk werkzaam als winkeliers, handelsreizigers, marskramers en dergelijke. Daarnaast waren onder hen handwerkslieden, professoren, overheidsdienaars en artsen. Een vetfabriek, een schoenfabriek en een metaalbedrijf hadden een joodse eigenaar.
Bij de Duitse inval is vanuit Leeuwarden een vergeefse poging gedaan om 800 joodse vluchtelingen uit Westerbork in de stad onder te brengen; eind mei moesten zij naar het kamp terugkeren. In oktober 1941 werden de joodse leerlingen uit het algemene onderwijs verwijderd, waarna er een aparte lagere- en middelbare school werd geopend. In november van hetzelfde jaar werd in Leeuwarden een vertegenwoordiging van de Joodse Raad gevestigd. De eerste razzia in Leeuwarden vond op 13 april 1942 plaats, de massale deportaties begonnen in augustus 1942 en hebben tot februari 1943 geduurd. Het overgrote deel van de joden, dat zich tijdens de bezettingsjaren in Leeuwarden bevond, is omgebracht in de concentratiekampen. De overigen wisten door onder te duiken te overleven. Een aantal kinderen van elders werd dankzij de activiteiten van het Utrechtse Kindercomité in Leeuwarden ondergebracht. De grote synagoge is tijdens de bezetting gespaard gebleven, net als het grootste deel van het interieur. De bibliotheek van het leerhuis en de joodse school werden door de Duitsers geplunderd.
Na de oorlog werd het joodse leven in Leeuwarden op beperkte schaal hervat. De synagoge werd in 1948 opnieuw gewijd, maar bleek al snel te groot voor permanent gebruik. In 1964 besloot men de synagoge aan de Sacramentsstraat te sluiten. Een groot deel van het interieur en de rituele voorwerpen werd geschonken aan het jeugddorp Kfar Batja, nabij Ra'ana in Israël. Een ander deel van de rituele voorwerpen werd na 1986 overgedragen aan het Joods Historisch Museum.
De Sabbatpaaltjes verloren in deze tijd hun betekenis en zijn alle opgeruimd door de gemeente. Een exemplaar heeft de tijd doorstaan en werd onwetend geel met blauw, de Leeuwarder kleuren, geschilderd. Zo heeft dit exemplaar het nog jaren weten vol te houden totdat er weer historisch besef kwam. De paal is inmiddels gerestaureerd en donkergroen geschilderd. Hij is in 2016 teruggeplaatst, samen met een prachtig informatiebord. Dit was de reden dat de cache na een jaar archivering ook teruggeplaatst werd op 23 april 2017, om 19:45 uur.