Langs de Grote Beer -
Aap, Noot, Mies
Het leesplankje van Hoogeveen met de woorden aap, noot, mies enz., is een houten
plankje van Nederlandse origine met daarop afbeeldingen en daaronder de bijbe-
horende woorden. Het is in Nederland het bekendste voorbeeld van een leesplankje.
De ouderen onder ons zullen dit leesplankje wel kennen. Zij hebben misschien met
dat plankje wel leren lezen. Ikzelf heb dat leesplankje nog . Ik heb de “verbeterde versie”
variant met de rode doosjes.
Een leesplankje was een hulpmiddel bij het leren lezen. Het bestaat uit een plankje met
één of meer richels, waarop de letters van het woord dat boven die richel is afgebeeld,
gelegd kon worden. Het sluit aan bij de omstreeks 1800 geïntroduceerde klankmethode
waarbij kinderen de letters van een woord na elkaar uitspreken, zoals ze moeten klinken,
dus aa-p, nn- oo- t, mm-ie-ss, en zo het woord leren lezen.
Het leesplankje helpt daarbij, doordat de leerling de letters legt en zo het woord ziet ont-
staan. De klankmethode betekende een grote vooruitgang ten opzichte van de tot dan ge-
bruikte spelmethode, waarbij de leerling een woord spelt door de letters op te lezen, zoals
ze heten, dus aa-pee, voor aap, en-oo-tee, voor noot en em-ie-es voor mies.
De eerste versie van dit leesplankje werd bedacht in 1897 door de hoofdonderwijzer Hoogeveen
uit Stiens (1863 – 1941). De plankjes en bijbehorende leesboekjes werden uitgegeven nadat
Hoogeveen in 1894 schoolhoofd was geworden in Deventer. Het ontwerp was naar duits voor-
beeld en bestond uit 15 normaalwoorden. Omdat de klanken “uu”en “eu” ontbraken, was er
snel behoefte aan een opvolger. Een jaar later kwam er een 2de versie met 16 woorden.
Een paar jaar later kocht de uitgeverij J.B.Wolters de rechten en verzocht aan Jan Lighthart en
Rieks Scheepstra een nieuwe serie leesboekjes te schrijven met een nieuw leesplankje.
Lighhart bedacht de geschiedenis en Scheepstra schreef de boekjes. Door Cornelis Jetses
werden de boekjes en het plankje voorzien van nieuwe afbeeldingen: aap, noot, mies, wim, zus,
jet, teun ,vuur, gijs, lam, bok, weide, does, hok duif, schapen. In de boekjes waren Wim, Zus en Jet
de hoofdfiguren.
Het aap, noot, mies leesplankjes bestaat uit 17 woorden. De variant “2”, rode doosje bij Wim, komt
veel vaker voor.
In 1905 verscheen er een versie speciaal voor katholieke scholen. Deze werd uitgegeven door het
Rooms-katholieke Jongensweeshuis in Tilburg en was samengesteld door frater Euthymius Becker.
Verder bestond er nog het “Indische leesplankje”
Begin jaren 30 volgde een niet geringe modernisering van het verbeterde leesplankje van Hoogeveen.
Jetses moest alle plaatjes aan die tijd aanpassen. Op de bijbehorende wandplaat
(die met een aangelijnde aap in de dakgoot ) waren dan ook een auto en fietser te zien. Oma werd
vervangen door een boerin, Wim is zijn petje kwijtgeraakt en de bok kijkt de andere kant op.
Voor prinses Juliana maakte Jetses een uniek exemplaar van het leesplankje. Samen met Hoogeveen
zou hij dit exemplaar op paleis Soestdijk aan koningin Wilhelmina aanbieden. Tot grote teleurstelling
van Jetses en tegen de afspraak in, ging Hoogeveen alleen.