Haringe 'Dorp in harmonie' Traditional Cache
balou de beer: Deze is helaas verdwenen. En daar om het specifieke eigen gemaakte cache ging word deze niet meer vervangen.
More
Haringe 'Dorp in harmonie'
-
Difficulty:
-
-
Terrain:
-
Size:
 (regular)
Related Web Page
Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions
in our disclaimer.
Deze caches is een zelf ineengestoken ideetje. iets dat al jaren in mijn tuinhuis lag, en waarvan ik zei, eens doe ik hier iets mee. ik weet niet of het geslaagd is, maar vond dat hij wel past bij deze plaats. Om hem te openen heb je geen materiaal nodig, graag terug mooi dicht draaien.
Haringe is een landelijk dorpje in de Belgische provincie West-Vlaanderen, op minder dan een kilometer van de Franse grens. Haringe vormt samen met het wat grotere dorpje Roesbrugge de Poperingse deelgemeente Roesbrugge-Haringe. Haringe telt een kleine 400 inwoners. Ten westen van Haringe stroomt de rivier de IJzer België binnen, die er een eindje de landsgrens vormt. Ook de Heidebeek, die vanuit het zuiden naar de IJzer stroomt, vormt een stuk van de Belgisch-Franse grens ten westen van Haringe. Het dorpje was vroeger door zijn ligging het werkterrein van smokkelaars, "blauwers" genoemd. In het dorpscentrum staat nog het beeld van Karel de Blauwer, een sagenfiguur die staat voor alle smokkelaars van vroeger. Het historisch Van Peteghemorgel is het pronkstuk van Haringe. Het heeft een internationale faam en organisten van over heel de wereld komen op dit authentieke en unieke barokorgel musiceren. Elk jaar organiseren de Vrienden van het Orgel tijdens de zomermaanden een hoogstaande concertreeks. Pater Joris Declercq, een begrip !!!!. Joris Declercq werd op 27 maart 1921 eigenlijk als Georges Declercq geboren. Hij was het 14de kind in het gezin van Remi en Octavie Declercq - Cuvelier. Na zijn schooltijd trok hij met zijn vader mee als huisschilder, en na zijn dagtaak fietste hij naar kunstschilder Jules Boudry te Poperinge. De jonge Declercq kon niet alleen uitzonderlijk goed met tekenpotlood of penseel en verf overweg, maar hij speelde ook uitstekend viool. In 1943 verliet Joris Declercq Westouter. Hij trok naar het Limburgse Bitsingen om er voor priester te studeren. Maar hij bleef kunstenaar en zijn eerder nononformistisch gedrag bezorgde hem zelfs daar af en toe last. Zijn priesterwijding werd zelfs 3 maanden uitgesteld. ‘Ce sont les qualités de vos défauts qui font ça’ , argumenteerde de provinciaal de beslissing, die pater Declercq wat verveeld maar de glimlach aanvaardde. Hij werd priester gewijd in Brussel op 23 december 1950, en enkele maanden later trok hij als pater van het Heilig Sacrament naar Burundi. Eigenlijk een beetje tegen zijn zin, want hij had liever les gegeven. Maar zijn oversten vonden hem daarvoor op dat moment niet echt geschikt. Hij hielp de missiepost van Gitega stichten, en hij raakte er in de ban van het volk en de natuurpracht. Hij werd er erg snel aanvaard, en tussen het drukke leven als priester-missionaris door vond hij nog tijd om zijn talenten als kunstenaar te gebruiken. Hij componeerde nog voor het concilie ontelbare kerkliederen, missen en psalmen in het Kirundi, en al snel werd de missiepost van Gitega in Burundi het centrum van de liturgische gezangen. Hij legde ook een merkwaardige collectie voorwerpen uit de prehistorie aan, en zijn voordrachten over de vroegste geschiedenis van Burundi lokten notabelen en historici. Zijn impressies over de streek en het volk legde hij als ‘Klerk’ vast in heel kleurrijke schilderijen, de mooiste nog altijd in de kerk van Gitega hangen. Het is een kruisweg, waarop hij zichzelf drie keer erg symbolisch een plaats geeft. Hij tekende er zichzelf als Simon van Cyrene, bij de grafligging en ook in de figuur van de verrezen Christus zitten zijn trekken. De burgeroorlog - of was het stammenoorlog - knakte ‘de pater’. Het leed van zoveel vrienden ging vreten aan zijn gezondheid, en toen ook het gerucht ging dat hij misschien kon uitgewezen worden, keerde hij in november ‘74 naar Vlaanderen terug. Met de vraag om hier dorpspastoor te worden, het liefst in de Westhoek. Begin januari al stond hij in Haringe, en hij wekte nogal opzien. Want na pastoor Bruneel was die pastoor met fluwelen broek, dikke anorak, baard en lang haar niet direct wat de Haringenaars verwachtten. Maar hij bleek erg vriendelijk en het ijs was snel gebroken. Op 17 januari werd hij plechtig ingewijd. Met muziek, vendelzwaaiers en ... een pint voor alle genodigden. Snel werd de kettingrokende pater ‘het gezicht’ van Haringe. Hij was een charismatische figuur die met iedereen meeleefde. Hij motiveerde het dorp en hij bracht Haringe weer tot leven. Hij lag aan de basis van de Kultuurgemeenschap en er kwamen kunsttentoonstellingen, orgelconcerten, openluchttoneel en andere manifestaties waarop nogal wat vreemden, waaronder heel wat Fransvlamingen afkwamen. Hij schreef boeken en heerlijke poëzie, hij deed volop mee aan karnaval en andere dorpsactiviteiten en na de mis ging hij graag een pintje drinken en dobbelen. En niet zelden moest hij de banbliksems van zuster Benigna trotseren als hij weer eens ‘door de noene’ gevallen was. Met meester Gheysens speurde hij naar het verleden van Haringe, en samen schreven ze de geschiedenis van onze kerk en het dorp uit. Tussendoor bleef hij ook schilderen. Aan sommige werken besteedde hij dagenlang aandacht, andere werden als het ware in enkele uren uit zijn penselen getoverd. Hij werkte het liefst met olie- en waterverf, maar hij tekende ook met potlood, stift en houtskool. De ‘bollaard’ is zowat zijn merkteken geworden op de doeken die hij in Haringe schilderde, maar daarnaast tekende hij ook de kracht van het volk uit in veelzeggende portretten. Zijn humor raakte hij in soms erg ludiek geïllustreerde spreuken kwijt, en de kleuren in zijn werk verraden zijn gemoedsgesteltenis of soms zijn lijden. Zijn pastorie was een open huis voor al wie aanklopte, en er werd daar soms heel lang vergaderd. De pater hield van mensen om zich heen, maar ook van de stilte en de rust. Hij genoot van volkse grappen en humor, maar hij kon heel ernstig zijn. Hij was op de eerste plaats een priester en een diepgelovig mens. Toen hij op 4 november 1981 naar het ziekenhuis te Roeselare gebracht werd, was zowel materieel als geestelijk op de stap naar de dood voorbereid. Zijn laatste gedichten en enkele doeken illustreren dat, en in zijn studeerkamer in de pastorie stond zijn zelf ontworpen grafzerk al een tijdje klaar. “Zo weet ik tenminste hoe mijn zerk er later uit zal zien,” spotte hij soms,” alleen kan ik niet zelf de datum invullen!”
Additional Hints
(Decrypt)
npugre 'raxry ibbe urera'!
Treasures
You'll collect a digital Treasure from one of these collections when you find and log this geocache:

Loading Treasures