Omstreeks 1860 vestigde Piet van Thiel zijn spijkerfabriek aan de Zuid-Willemsvaart. De Beek en Donkse timmerman en aannemer was in 1842 de stichter van een fabriek voor handgesmede sijkers, voornamelijk ten behoeve van de (houten) scheepbouw die een grote bloei doormaakte. De ligging aan het kanaal bood voordelen voor aan- en afvoer van de zware grondstoffen en eindproducten. Ook Piet's jongste broers Hendrik en Martinus worden vanaf nu deelgenoot in het groeiende bedrijf. Beide broers zouden later de grondleggers worden van de metaalbedrijven Robur en Nedschroef in Helmond. De uitvinding van de draadnagelmachine in 1860 maakte het mogelijk om sneller en goedkoper te produceren. Er komt een eigen draadtrekkerij en een verzinkerij. In Beek aan het kanaal wordt een draadnagelfabriek opgericht voor de export naar Indië. In 1903 wordt gestart met de productie van puntdraad (prikkeldraad). In 1907 werd een nieuwe fabriek geopend voor de productie van klinknagels en schroefbouten. Met de komst van de stalen schepen was een grote vraag onstaan naar deze materialen. Door verdere groei en afsplitsingen onstond in Beek en Donk een omvangrijke metaalindustrie die aan duizenden werknemers een inkomen heeft geboden. De komst van vele nieuwe arbeiders en hun gezinnen zorgde tevens voor een sterke ontwikkeling van Beek en (vooral) Donk. Het resulteerde ondermeer in de stichting van een eigen Donkse parochie met de St. Leonarduskerk (1897), de bouw van vele woningen voor arbeiders en middenkader en fraaie villa's voor de directieleden van de families Van Thiel, veelal gelegen aan het kanaal, zoals de villa's Leefdael en Vrededael (1896).
De loskraan
De loskraan diende voor het lossen van schepen met grondstoffen voor de fabriek, vooral rollen walsdraad uit de staalfabrieken, maar ook steenkool en turf voor de stoommachinen en de gloeiovens. De loskraan en de hoge ijzeren loopbaan werden gebouwd in 1920 voor de firma Van Thiel's Draadindustrie. De aandrijving van het hijs-, zwenk- en rijmechaniek was elektrisch. "De motoren worden door één machinist bediend, welke met de kraan mede rijdt", zo vermeldt de bouwvergunning. Het hijsvermogen bedroeg 2500 kg. Vóór de bouw van de kraan moest het zware loswerk met de hand worden verricht, een forse verbetering van de arbeidsomstandigheden van de werknemers. Tot in de jaren '80 van de vorige eeuw werd de kraan intensief gebruikt. De rollen draad werden per schip aangevoerd, veelal vanuit de staalindustrie in het Belgische Ougree. Het transport per schip werd geleidelijk overgenomen door de vrachtwagen. In 2015 is de kraan met een klein deel van de oorspronkelijke loopbaan naar de huidige positie verplaatst.