De wijze mier
Tussen bomen en steen, tussen gras en water, dichtbij Park 21 leefde een oude wijze mier die geliefd was bij alle dieren in de omgeving. Omdat hij zo wijs was, luisterden de dieren graag naar zijn woorden en zijn raad.
Ook voor de nieuwe dieren rondom Park 21 was de mier belangrijk. Zij gingen eerst langs de oude wijze mier voordat ze een geschikte woonplek zochten. Hij heette hen welkom en wees de weg.
Op een dag stond er een mus voor de wijze mier. ‘Wijze mier,’ vroeg hij, ‘hoe zijn de dieren in dit park? Ik zou hier graag willen wonen.’ De wijze mier vroeg: ‘Hoe waren de dieren in jouw park?’
’Tja,’ zei de mus, ‘In het park waar ik vandaan kom zijn de dieren onaardig en gemeen. De dieren mopperen op elkaar en kijken alleen naar het slechte van elkaar.’ De wijze mier zei: ‘Zo is het hier ook.’
Een tijdje later kwam er een tor aanvliegen. Hij stelde dezelfde vraag aan de mier. ‘Hoe zijn de dieren in dit park? Ik zou hier graag willen wonen.’ De wijze mier stelde weer dezelfde vraag terug. ‘Hoe waren de dieren in jouw park?’
De tor antwoordde: ’Ze zijn altijd vriendelijk en hulpvaardig geweest. In mijn park geven de dieren elkaar complimenten en zijn de dieren aardig voor elkaar.’ De wijze mier zei wederom: ‘Zo zijn de dieren hier ook.’
Een vlinder, die in de buurt rustte, had beide gesprekken gehoord. ‘Waarom vertelt u twee totaal verschillende dingen over de dieren in ons park? vroeg de vlinder. ‘Tegen de een zegt u dat de dieren slecht en onaardig zijn, terwijl u tegen de ander vertelt dat iedereen hier vriendelijk en aardig is.’
De grote wijze mier antwoordde: ‘De dieren in het park kunnen vriendelijk zijn en complimenten aan je geven. Maar ze kunnen ook boos en onaardig zijn. Ze kunnen je helpen, maar ze kunnen ook gemeen tegen je doen.’
De vlinder dacht na over de wijze woorden die hij hoorde. De wijze mier sprak verder. ‘Het heeft te maken met de manier waarop je zelf tegen de dieren doet. Als je vriendelijk doet, zul je vriendelijkheid terug krijgen. En als je boos doet, zal je boosheid terug krijgen.’
De vlinder bedankte de mier voor de wijze raad en vloog het park in. Daar zag hij een mooi gekleurde vogel op een tak zitten. ‘Wat een prachtige veren heeft u,’ zei de vlinder. De vogel keek op, lachte en vloog de lucht in. Even later dwarrelde een prachtige veer voor de vlinder neer. De vlinder had nog nooit zo’n mooie veer gezien. Hij keek omhoog, maar zag niets. Wel hoorde hij wat vanuit de verte: ‘Een prachtige veer voor een prachtig compliment!’