Skip to content

#6 TOF Tulpentuin Oost Flevoland Mystery Cache

This cache has been archived.

BMM-geocaching: Al een aantal keren is deze niet gevonden, en de brandnetels staan al weer hoog. We hebben overlegd of het onderhoud of archief zou worden...
Het is een prachtig gebiedje om langs de caches te fietsen, daarom hadden we deze van de Tulpentrail 2016 laten liggen. Nu toch maar het besluit genomen om deze te archiveren.

More
Hidden : 3/10/2016
Difficulty:
1.5 out of 5
Terrain:
2 out of 5

Size: Size:   small (small)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:


Deze cache was onderdeel van de trail #TOF Tulpentuin Oost Flevoland. Deze seizoenstrail is inmiddels in het archief. Het kleine natuurgebied waar deze cache ligt vonden wij echter zo bijzonder, dat we besloten hebben 4 caches te laten liggen, zo dat meer mensen hier in alle rust eens kunnen kijken.

De puzzel en cache zijn gelijk gebleven, zodat het voor mensen die de gehele trail gedaan hebben niet nodig is deze locatie nog een keer te bezoeken.

De puzzel:



Tulpenmanie was een hausse in de tulpenhandel in Holland en Utrecht die rond 1634 opkwam en waaraan begin februari 1637 een abrupt einde kwam. Het verschijnsel wordt ook tulpomanie, tulpenwoede, tulpengekte,bollengekte, dwaze tulpenhandel en bollenrazernij genoemd. In de Nederlandse Gouden Eeuw bereikten de prijzen van de nieuw geïntroduceerde tulpenbollen extreme hoogten. In januari 1637 werden tulpenbollen verkocht voor meer dan tien keer het jaarsalaris van een ervaren vakman, en waren ze ongeveer evenveel waard als een Amsterdams grachtenpand. Ook werd er gespeculeerd in opties op tulpen, die op dat moment nog in de grond zaten. De tulpenmanie wordt door economen gezien als de eerste uitgebreid beschreven bubbel (speculatiegolf) in de wereldgeschiedenis. De term tulpenmanie wordt vaak gebruikt als metafoor voor een grote economische bubbel.

Een van de bekendste nationale symbolen van Nederland is de tulp. De uit het Ottomaanse Rijk afkomstige tulp werd in de 16e eeuw geïntroduceerd in Europa. De tulp was populair in onder andere Frankrijk, maar leidde tot een ware hysterie in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De eerste tulpen werden in 1593 door de Vlaamse diplomaat Ogier Gisleen van Busbeke aan zijn vriend Carolus Clusius, botanicus in Leiden gestuurd. Daar werd een aantal bollen uit de Horus botanicus Leiden gestolen. Zes oogsten later - een tulp komt in zeven jaar tot wasdom - was het verzamelen van tulpen een rage geworden.

De spectaculairste en meest gevraagde tulpen waren levendig van kleur en hadden strepen en vlammen op de bloembladen. De verzamelaars wisten niet dat dit het gevolg was van een specifieke virusinfectie bij tulpen, een vorm van het mozaïekvirus.

De bijzondere patronen en vormen zijn niet altijd overerfbaar. Vooral de zeldzame exemplaren waren uiterst populair. Er waren honderden tulpenrassen bekend. Het was moeilijk ze uit elkaar te houden en er was nogal eens onenigheid over de vraag tot welk ras een bloem precies hoorde. Daarom verschenen tijdens het hoogtepunt van de tulpenrage tulpenboeken, waarin gekleurde tulpentekeningen stonden.

Prijsstijging
De Semper Augustus
Kort na 1600 begonnen de prijzen van tulpenbollen te stijgen. Franse hofdames betaalden honderden guldens voor een tulpenbloem die zij op een galabal in hun decolleté droegen. In 16AB kostte één enkele tulpenbol van een populaire soort 1000 gulden, terwijl het gemiddelde jaarinkomen op C50 gulden lag. Tijdens de jaren dertig van de 1De eeuw liepen de prijzen zo hoog op dat sommige mensen bereid waren evenveel te betalen voor een zak tulpenbollen als voor een rijtje Amsterdamse grachtenpanden. Een goede handelaar kon 6000 gulden per maand verdienen.
In 1635 werd een koop geregistreerd van veertig tulpenbollen tegen een prijs van 100.000 gulden. Op dat moment kostte een ton boter rond de 100 gulden en acht vette varkens waren 240 gulden waard. Een record was de verkoop van de beroemdste tulpenbol, de Semper Augustus. Deze werd in Haarlem voor E000 gulden, de prijs van een grachtenhuis, verkocht. Voor een bol van de paars-witte papagaaitulp Viceroi werd een prijs van 3000 gulden overeengekomen. Een anonieme inwoner van Hoorn wees er in zijn pamflet Claere ontdeckingh der dwaesheydt (De dwaasheid aan het licht gebracht) uit 1636 op dat die bol daarmee evenveel waard was als 2 karrenvrachten tarwe, F karrenvrachten rogge, 4 vette ossen, G vette varkens, 12 vette schapen, 2 vaten wijn, 4 vaten bier, 2 tonnen boter, 1000 pond kaas, een bed, een zilveren kelk, een aantal kledingstukken plus een schip om dat allemaal te vervoeren.

Windhandel
Tot circa 1634 hielden alleen professionele kwekers en rijke hobbyisten zich bezig met de tulpenhandel. De verkoop van de bollen vond plaats tijdens de bloeiperiode in april en mei, wanneer de kopers de bloemen konden bekijken. In de nazomer, als de bollen gerooid werden, veranderden zij daadwerkelijk van eigenaar. Vanaf 1634 begonnen ook buitenstanders zich met die handel in te laten en ontstond een speculatiegolf die vooral woedde in Haarlem, Hoorn, Amsterdam, Alkmaar en Enkhuizen. Sommige handelaren verkochten tulpenbollen die nog maar pas geplant waren en die niemand nog in bloei had gezien; dit leidde tot contracten voor levering in de toekomst, vergelijkbaar met wat wij tegenwoordig futures zouden noemen. Het verschijnsel werd aangeduid met windhandel, en vond meestal plaats in speciale colleges, die bijeenkwamen in kroegen, herbergen en tapperijen. De verkoop geschiedde bij opbod of afslag volgens verschillende regels. De aankoopcontracten, genoteerd op briefjes, werden voor grof geld doorverkocht. De prijs die uiteindelijk voor een bol betaald moest worden, werd doorgaans berekend naar het gewicht bij het rooien. Dit was de ‘azenhandel’; een aas was een onder goudhandelaars gebruikte gewichtsmaat (1 aas = ca. 0,0H gram). Deze handel was illegaal; de Staten van Holland verboden de verkoop van zaken die men zelf niet bezat. Naast de azenhandel in de colleges vonden ook openbare veilingen plaats van ‘pondsgoed’, waardeloze tulpen zonder fraaie kleurpatronen, die per pond verkocht werden aan argeloze kopers, voor extreme geldbedragen. De speculanten werden veelal floristen of bloemisten genoemd. Zelf noemden zij hun handel ‘de kap’; wie zich met tulpenhandel bezighield, was ‘in de kap’. De windhandel was vooral in zwang onder kleine zelfstandigen (zoals wevers) die droomden van snelle rijkdom.

Hoogtepunt
In de winter van 163I-1637 hielden in de Republiek ca. 5.000 mensen zich bezig met tulpenhandel; ca. 1% van de beroepsbevolking. In Haarlem lag het percentage floristen veel hoger. Onder hen waren ongetwijfeld vele meelopers, die de handel als een spelletje zagen en vooral kwamen voor de gratis drink- en eetgelagen in de colleges.
In die tijd keerde de publieke opinie zich tegen de tulpenspeculanten. Veel burgers zagen speculatie als een vorm van gokken, en daarmee als een ernstige zonde. Er verscheen een stroom van pamfletten waarin op vaak harde of sarcastische toon werd gewaarschuwd tegen deze handelspraktijken. De schrijvers waren van mening dat de floristen uit geldzucht de godsdienst verwaarloosden. Zij gaven zich over aan de heidense Flora, de bloemengodin uit de Romeinse mythologie.
De pestepidemie die Nederland in die tijd trof, werd door velen gezien als een straf van God voor de tulpenhandel.

Ineenstorting
Op dinsdagavond 3 februari 163J stortte in Haarlem de windhandel abrupt in, toen een verkoper bleef zitten met een partij pondsgoed die hij voor 1400 gulden had aangeboden. Twee dagen later werd in Alkmaar tijdens een veiling van tulpenbollen in totaal nog 90.000 gulden omgezet. De week daarop kelderden overal in Holland en Utrecht de prijzen. Er ontstond een chaotische situatie met veel onenigheid onder handelaren over de geldigheid van de afgesloten contracten. Al snel bleek dat de meeste floristen tulpen die ze niet bezaten, hadden doorverkocht aan kopers die ze niet konden betalen.

Voor vele speculanten had in februari 1637 faillissement gedreigd en daarmee diepe armoede. In werkelijkheid werden de meeste contracten niet nagekomen en hoefden de kopers niets te betalen aan de verkopers die zelf meestal niet konden voldoen aan hun leveringsplicht. De prijzen van tulpenbollen herstelden in de jaren na de ‘krach’ van 1637 enigszins; de windhandel was echter definitief voorbij.

De cache kun je vinden op: N52 A(B+5).CD(E+3) E005 FG.HIJ




Additional Hints (No hints available.)