Brug en bunker briegden
Het Albertkanaal werd tussen 1930 en 1939 gegraven. Op 31 mei 1930 stak koning Albert I de eerste symbolische spadesteek van het kanaal dat naar hem genoemd werd. Er was onder meer nood aan een snelle waterweg, een verbinding tussen Luik en Antwerpen. Dit kwam door de snelle uitbreiding van de Luikse industrie en de steenkoolontginning.
De Duitse inval in België in augustus 1914 bracht verschillende gebreken aan het licht. Om een nieuwe Duitse inval langs “het gat van Limburg” te ontmoedigen, werden de kanalen in Limburg tijdens het interbellum uitgerust met een bunkerlinie en werd een nieuw fort in Eben-Emael gebouwd. De kanaalbunker die onderaan de brug, in het water, geplaatst werd, werd in 1939 gebouwd.

Het citaat van Louis Paul Boon dat op het informatiepaneel wordt weergegeven, verwijst naar de intensiteit van de confrontatie om de Albertkanaal- en Maasbruggen in deze omgeving. De strijd was inderdaad kort, maar zeer bloedig geweest: zo’n 1.075 militairen (745 Belgen, 270 Duitsers, 7 Nederlanders, 45 Britten en 9 Fransen) en ongeveer 250 burgers lieten in amper twee dagen het leven.