Reeds in de middeleeuwen werd er recht toegepast op de ommelanden. Één of meer karpsels(dorpen) vormden een rechtstoel, rechtsgebied of jurisdictie. Rechters (In die tijd redgers geheten) werden gevonden in de bezitters van een behuisde boerenplaats met minstens 30 grazen land (15 hectare). Deze huizen werden later edele heren genoemd. De dorpen Uithuizen en Uithuizermeeden vormden samen een rechtstoel met twintig edele heerden, zodat het redgerschap eens in de twintig jaar aan één en dezelfde heerd toeviel.
De rechtspraak in de middeleeuwen vond in de open lucht plaats. In de rechtstoel Uithuizen/Uithuizermeeden kwam de Ding ( vergadering der rechtsgenoten) bijeen aan de grens van beide karspels. Hier werd elk jaar op hemelvaarstdag de nieuwe redger beëdigd. De taken van de rechter bestonden uit:
- Spreken van recht.
- Uitvoering van vonnissen zoals geldboetes.
- Gevangenneming en bewaking van misdadigers.
- Toezicht houden op herbergen.
- Ijken van gewichten.
De rechters werden bijgestaan door wedmannen (de latere veldwachters).
Naast de redgers waren er de overrechters, per buurschap of karpsel door de inwoners gekozen. Deze overrechters geschillen over de bediening van van het redgerambt of indien een redger zelf partij of belanghebbende in een strafzaak was. In 1476 werd te Uithuizen hier een verderag gesloten inzake de uitoefening van het overrecht (Zie onderstaande afbeelding).

In de 16e en 17e eeuw werd de macht van de adel zo groot, dat de overrechters werden opgeheven.
De Franse revolutie maakte een einde aan de oude rechtsbedeling en in 1803 werden de rechtstoelen opgeheven.
Tegenwoordig staat er op de oude grens tussen Uithuizen en Uithuizermeeden een monument ter herinnering aan de vroegere rechtspraak.
