
Stel je voor. Aan de huidige Kerkstraat stond in 1775 nog geen huis of boerderij. Maar waar die weg van Meijel naar Helden kruiste met de weg van de Donk naar het Startebos (dat toen Trippelbergen heette) laat de kaart van Ferraris uit 1775 wel een kapelletje zien. Graaf Joseph de Ferraris was generaal bij de Oostenrijkse artillerie en veldmaarschalk. Hij kreeg van keizerin Maria Theresia en keizer Jozef II tussen 1771 en 1778 de leiding bij de opmetingen van de Oostenrijkse Nederlanden. Daar hoorde Meijel toen bij. Dat kapelletje stond dus ver buiten de Straat, waaraan de kerk, boerderijen, herbergen en huizen stonden. Natuurlijk kwamen er wel mensen voorbij, voerlui op weg naar Helden en Venlo, boeren op weg naar hun akkers, soldaten op weg naar een nieuw slagveld.

De kapel heeft een hoog spits puntdakje en het was gestukadoord alsof men natuursteen wil nabootsen. De vorm van de kapel lijkt op die in het land van Thorn. Dat is niet verwonderlijk, want het lijkt erop dat deze kapel gesticht is door of ter herinnering aan Anna Catharina Schoenmackers. Zij was de echtgenote van Christiaan Frische die van 1738 tot zijn dood op 17 december 1759 scholtis van Meijel was. Hij werd in Meijel als scholtis opgevolgd door zijn zoon Jan Jacob Frische. Een andere zoon van Christiaan Frische en Anna Schoenmackers werd in 1764 in Meijel benoemd als pastoor, Jean Mathieu Frans Frische. Deze familie Frische kwam uit Thorn. Moeder Anna ging bij haar zoon de pastoor wonen in de pastorie aan de Kalisstraat, waar ze op 25 april 1768 overleed. Men neemt aan dat deze Anna de kapel heeft laten bouwen of dat de pastoor het deed kort na het overlijden van zijn moeder.
Nu was de H. Anna niet alleen de patrones van Anna Schoenmackers, maar ze was als moeder van Maria en als grootmoeder van Jezus in Meijel al lang een vereerde heilige.

Ver voor 1600 was ze hier al een van de vier meest gewaardeerde heiligen: Antonius abt, Nicolaas, Maria en moeder Anna. Rond 1650 werd in de Meijelse kerk het rechter zijaltaar aan haar gewijd. De pastoor moest tweemaal per week aan dat St. Anna-altaar een mis lezen. Dat de H. Anna vooral bij vrouwen zo'n aandacht kreeg is begrijpelijk. Ze is de patrones van zwangere vrouwen en van vrouwen die moeilijk in verwachting raken, maar bovendien is ze de beschermheilige van een goed huwelijk en van huisvrouwen. Die steun konden de Meijelse vrouwen wel gebruiken en bovendien kon je nog altijd bij Anna om hulp gaan als je maar geen vrijer kon vinden. Een kapel met een lange geschiedenis, die na een grondige opknapbeurt in volle glorie aandacht trekt van voorbijgangers, dankzij het onderhoud door buurtbewoners.