De echte tonderzwam heeft zijn naam deels te danken aan het feit dat zijn vlees vaak wordt gebruikt voor het vervaardigen van tondel. In de 17e eeuw werd dit licht ontvlambare materiaal, dat werd gebruikt voor het laten smeulen van vuur, 'tonder' genoemd.
Het vruchtlichaam van de echte tonderzwam is meerjarig. Het kan consolevormig zijn, maar in de meeste gevallen is het klok- of koepelvormig en hooggewelfd, waarbij een groot deel van de onderste helft vrij van het substraat hangt. De paddenstoel kan in de loop der tijd een afmeting bereiken van 10 tot 30 bij 5 tot 20 centimeter, met een dikte van 10 tot 25 centimeter. De bovenzijde is sterk gewelfd en bedekt met een harde korst van een à twee millimeter dik. Wanneer deze in aanraking komt met vuur, zal het niet smelten als bij de meeste paddenstoelen, maar verkolen. Hierdoor is de zwam erg vuurbestendig.