De citroengele bonen
De citroengele boon of citroenboon is een klein ras, waarvan men blijkens de uitkomsten van de enquête
hier en ginds een of enkele verbouwers aantreft, zonder dat ergens, behalve in Noord-Holland, de teelt
algemeen wordt bedreven. Als gebieden, waar het type iets veelvuldiger voorkomt, zijn misschien nog
Limburg en de streek om Amersfoort aan te wijzen, terwijl in Groningen en Friesland de liefde voor de
strogele bonen maakt, dat de citroenboon er bijna onbekend is. Van het Noordhollandse materiaal komt
iets aan de beurs en veel zaadhandelaren vermelden het ras in hun catalogus.
De citroenboon levert middelmatig grote, gevulde, in omtrek ovale of iets eivormige zaden met een
lichtgeel gekleurde zaadhuid. De tint van dit geel kan van partij tot partij nog wel uiteenlopen; meestal
vindt men een zwavelgele kleur, soms is de tint lichter en als Napels-geel aan te duiden, soms ook treedt
een iets donkerder bruinachtige tint
op. De zaden vertonen meestal om de navel een tegen het geel opvallend afstekende, blauwe corona (een
duidelijk kiemoog). De zaadkleur van de citroenboon is in enkele der ingezonden monsters aangetroffen
bij zaad, dat naar de vorm niet tot de citroenbonen is te rekenen, bijvoorbeeld bij zaden van het
langwerpig niervormig model, of van het vormtype der Noordhollandse bruine bonen. In De Streek kent
men nog een tot de citroenbonen gerekend rasje, de Blokkerboon met kleine, zeer gevulde, kort-ovale, wat
grauw-bruinachtig gele zaden. Het is een bijna verdwenen type, waarvan men zich slechts met moeite enig
zaad kan verschaffen. De naam citroenboon is voor de citroengele boon algemeen gangbaar. Men spreekt
ook van citroentjes, citroengele boon, gele boon en gele hardschil. Ten onrechte worden andere bonen,
bijvoorbeeld strogele, soms als citroenboon aangeduid.