Van Stationsplein tot Polenplein
Tramlijnen in Ruiselede
In 1885 werd dankzij de Wet op de Buurtspoorwegen het startsein gegeven voor de aanleg van landelijke tramlijnen. De aanleg van de slechts 1m brede sporen zou vooral gebeuren in de bedding van de bestaande steenwegen.
Het kleine Ruiselede werd bij het begin van de 20e eeuw het knooppunt van twee belangrijke landelijke tramlijnen en begon op die manier een nieuw hoofdstuk in haar transport- en vervoersgeschiedenis.
De lijn Tielt-Aalter zorgde voor een directe aansluiting van Ruiselede op de twee belangrijkste treinstations in de regio en betekende een belangrijke stap in de toename van de mobiliteit van de dorpsbewoners. Later werd met de aanleg van de tramverbinding tussen Ruiselede en Gent via Nevele een nieuw gebied voor de Ruiseledenaar ontsloten.
Tielt-Ruiselede-Aalter
De lijn Tielt-Ruiselede-Aalter werd in 1886 aangelegd vanuit Aalter, nu eens links, rechts of zelfs in het midden van de bestaande kasseiwegen.
De uiteindelijke inhuldiging van de nieuwe tramlijn verliep vooral in Ruiselede heel feestelijk: ‘(…) Welhaast is men te Ruijsselede, het schoon en groote dorp, dat nu eindelijk zijnen kleinen ijzeren weg en zijne drij standplaatsen heeft. ’t Zijn al vaandels hier, tot zelfs te lande (…) De muziek van de Congregatie der Jongelingen staat vaardig, de Brabançonne weerklinkt, geheel de gemeenteraad is daar, de afgeveerdigden van nationale en exploiteerende maatschappij worden op het gemeentehuis geleid en den wijn van eer aangeboden. (…)’
In Ruiselede volgde deze lijn de steenweg Aalter-Ruiselede-Tielt, nu Aalterstraat, Kasteelstraat en Tieltstraat. In de Kasteelstraat werd een uitwijkspoor of wissel aangelegd waar de goederenwagens door de plaatselijke handel konden geladen en gelost worden.
Gent-Nevele-Ruiselede
De plannen voor een tramverbinding tussen Nevele en Gent werden reeds in 1899 besproken in het provinciegebouw in Gent. Om ook de aansluiting met de lijn tussen Aalter en Tielt te kunnen verzekeren werd door enkele gemeenten een studie aangevraagd voor het verlengen van de geplande tramlijn tot in Ruiselede.
In 1901 werd definitief gekozen voor het traject Gent, Drongen, Baarle, Sint-Martens-Leerne, Vosselare, Nevele, Poesele, Lotenhulle, Poeke en Ruiselede.
De lijn had uiteindelijk een lengte van 26,6 km.
Het traject tussen Gent en Drongen was al op 6 juni 1909 in dienst en op 29 januari 1911 werd vervolgens de lijn tot Nevele ingereden. De tramlijn tussen Nevele en Ruiselede werd feestelijk ingereden op 29 februari 1912.
De tramstatie
De aanleg van de tramlijn tussen Ruiselede en Nevele had heel wat gevolgen voor de Ruiseleedse dorpskern. Niet enkel werden nieuwe sporen aangelegd, ook de reeds bestaande lijn tussen Tielt en Aalter die via centrum liep, werd verlegd. De tramlijn Tielt-Aalter volgde voortaan vanuit de huidige Tieltstraat de Tramweg om er te stoppen aan het nieuwe goederenstation.
Plan van Ruiselede-centrum met het tracé van de tramlijnen van vóór en na 1912 (uit: Oud Ruysselede, jg. 1987, nr. 2, tekening: Luc Depredomme)
Dit goederenstation met ruime losplaats en weegbrug werd, na de heraanleg van de lijn Tielt-Aalter en het aanbrengen van de nieuwe sporen tussen Ruiselede en Nevele in 1912 in gebruik genomen.
De tramstatie in de twintiger jaren. De locomotief en de ontdubbeling van de spoorlijn richting Aalter en Nevele zijn duidelijk zichtbaar. (uit: Oud Ruysselede, jg. 1987, nr. 2, foto archief Godelieve Deroose)
Het statieplein met links de herberg De Wachtzaal. Midden staat De Tramstatie – postkaart, omstreeks 1925 – door César Standaert uitgegeven (uit: Oud Ruysselede, jg. 1987, nr. 2, foto archief Agnes Goethals)
Het einde van de tram in Ruiselede
Diverse toekomstplannen om de bestaande tramlijnen te verbeteren, te verbreden of te verlengen werden gedwarsboomd door het uitbreken van de Eerste en later de Tweede Wereldoorlog.
Op 13 oktober 1914 legden vijandelijkheden alle tramverkeer stil. Diverse bruggen op het traject Gent-Nevele-Ruiselede waren vernietigd, er was een gebrek aan materiaal en heel wat tramsporen werden door het Duitse leger verwijderd om de metalen te recupereren. Ongeveer 80% van de buurtspoorlijn Gent-Nevele-Ruiselede werd uitgebroken waardoor tramverkeer zo goed als onmogelijk was geworden.
Enkel de lijn Tielt-Aalter bleef in dienst tussen 24 november 1914 en 15 maart 1916, tot ook hier de Duitsers de exploitatie stil legden. De tram reed de komende jaren wel nog op dit traject voor oorlogsdoeleinden en vervoerde bijvoorbeeld gewonde Duitse soldaten die van het front naar het lazaret in het klooster van Ruiselede werden gebracht.
Van tram tot bus
Tussen 1919 en 1921 werden overal in Vlaanderen de meeste buurtspoorwegen hersteld. Op de lijn Gent-Nevele-Ruiselede gebeurde dit pas tussen april en oktober 1921. De lijn Tielt-Ruiselede-Aalter werd reeds in 1919 heropend.
Deze opleving zou echter van vrij korte duur blijken.
Op het einde van de jaren twintig werden heel wat trams afgeschaft wegens financiële problemen voor de uitbatende maatschappijen. Ook de dienstregeling van bepaalde trams werd in vraag gesteld.
In de regio werden op dat moment bussen voorzien op donderdag, marktdag in Tielt die de trajecten Aarsele-Ruiselede-Tielt en Aalter-Ruiselede-Tielt aflegden.
Vanaf 1932 werd de lijn tussen Gent en Nevele volledig geëlektrificeerd en kreeg een N als kenteken. Het resterende traject van Nevele tot Ruiselede kreeg het lijnnummer 377 en werd afgelegd door het ‘Kamielke’. Deze rijtuigen van de stoomtram waren vanaf 1932 omgebouwd tot benzine-motorwagens om te gebruiken op de minder winstgevende lijnen, waaronder het traject Nevele-Ruiselede. Deze voertuigen werden officieel spoorauto’s genoemd, maar waren op het platteland vooral gekend onder hun volkse naam ‘het Kamielke’.
In 1939 worden, tot groot ongenoegen van de reizigers, het aantal tramritten naar Aalter gehalveerd, wegens ontoereikende ontvangsten.
WOII zou de tramtoekomst van Ruiselede en de regio in sterke mate bepalen. De lijn Ruiselede-Aalter werd van 5 januari 1943 af tussen beide gemeenten opgebroken en zou niet meer hersteld worden. Vanaf 1948 werd een autobus ingelegd.
De lijn Tielt-Ruiselede en Ruiselede-Nevele bleef tijdens de oorlog in gebruik maar er werden opnieuw stoomlocomotieven in omloop gebracht wegens brandstofgebrek. Tussen 1949 en 1953 kwamen de ‘kamielkes’ terug.
WOII zou echter een laatste stuiptrekking betekenen voor de toekomst van de (stoom)tram tussen Ruiselede en Nevele. Op 8 augustus 1953 werden de ‘kamielkes’ tussen Ruiselede en Nevele vervangen door een autobus. Poesele, Lotenhulle en Poeke werden dan door een vaste busdienst vanuit Nevele met Ruiselede verbonden. Vijf jaar later werd ook een vervangende busdienst ingericht tussen Gent-Sint-Pieters en Nevele.
De tramlijn behoorde definitief tot het verleden.
Polenplein
Op het einde van de jaren 1990 werd het oude stationsplein heraangelegd en bij de officiële heropening omgedoopt tot Polenplein. Ruiselede heeft immers een nauwe band met Polen, gezien het op 8 september 1944 bevrijd werd door de 1e Poolse Pantserdivisie onder leiding van Generaal Maczek. Een historische link die er ook toe leidde dat de gemeente een verbroederingsovereenkomst sloot met de Poolse stad Krasnik.
Op het plein werd een kunstwerk geplaatst van de hand van Jef Claerhout. Het bronzen beeld kreeg de titel ‘Wachten op de tram’ en herinnert aan de periode van 1912-1953 waarin deze plek fungeerde als tramstation op de lijn Nevele-Tielt. De stoomtram op de lijn Tielt-Aalter liep reeds door het dorp vanaf 1886.
Een hoge, ronde sokkel draagt een tafereel met een voorstelling van mensen, wachtend op de tram of levend en werkend in de nabijheid van de tram. Op het plein figureren onder andere een verliefd paar onder een boom, een paard met kar, de landmeter die een nog te realiseren wegeniswerk voorbereidt, de vrederechter op de brug die naar zijn moestuin gaat, de herbergier uit ‘Café De Tramstatie’, …
Ook de leden van het College van Burgemeester en Schepenen kregen hun plaats. De burgemeester draagt de sjerp als ambtskledij, de schepen van landbouw bracht een haan mee en de schepen van cultuur houdt samen met de gemeentesecretaris een schilderij vast. Dit alles onder het waakzaam oog van de schepen van sport.
Daarnaast werd in het beeld een element verwerkt dat herinnert aan de Poolse bevrijding: een pompje met daarop een zuil waarop een Poolse soldaat én het divisieteken van de 1e Poolse Pantserdivisie (een 17e-eeuwse ruiterhelm met een gestileerde adelaarsvleugel) prijkt.
In het rurale gedeelte van het beeld werd een brugje geplaatst over de waterloop waarop de vrederechter wordt afgebeeld. Deze motebeek lag hier in de onmiddellijke buurt en vormde een kleine eilandje met een soort omwalling. De vrederechter had er zijn moestuin. Ruiselede had tot rond 1967 een vredegerecht. Het meer stedelijke aspect manifesteert zich vanaf de tramsporen en de kasseiweg.
Bronnen:
Etienne Van Wonterghem, Honderd jaar geleden: De stoomtram Tielt-Ruiselede-Aalter, in: Oud Ruysselede, 1986, nr. 2, pp. 89-102.
Etienne Van Wonterghem, Honderd jaar buurtspoorwegen te Ruiselede, in: Oud Ruysselede, 1987, nr. 2, pp. 67-86.
‘De buurtspoorweg en de tram in het Land van Nevele’, in: Het Land van Nevele, 2011, jg. XLII, aflevering 4, pp. 3-62.