Het natuurgebied de Oostoever ligt in Eastermar, het grenst voor een groot deel aan het Bergumermeer. (Het natuurgebied wordt ook wel het Piter Jehanneswei genoemd)

Veel gebeurd
Sinds de oertijd is hier veel gebeurd. In de laatste ijstijd vormde zich, als een grote dobbe, (pingoruïne), een enorm meer. In de laagtes langs de rand van dit Bergumermeer ontstond veengroei op de zandondergrond. Planten stierven af en de resten verteerden niet volledig . De eerste bewoners - jagers uit de steentijd - vestigden zich op de hoger gelegen zandkopjes dichtbij het meer.
In de 13e eeuw steeg de zeespiegel weer flink en kwamen nogal wat mensen deze kant op. Ze vestigden zich op de hogere zandgronden rond het meer. Veen werd afgegraven als brandstof, heide werd ontgonnen en lager gelegen veengrond langs het meer werd o.a. hooiland. Het oudere boerenland, met de houtwallen of hege dyken als veekering en perceelsscheiding, is grotendeels bewaard gebleven.
Na de bloeitijd
De oude hooilanden stonden vol bloemen en bijzondere planten zoals waterdrieblad en moeraskartelblad. Het was schrale en natte grond, die regelmatig zelfs onder water liep. Daardoor kregen nooit enkele soorten de overhand, zoals in bemest grasland. Om die rijkdom te handhaven, maaien we en voeren het maaisel af. En dat gebeurt pas in de tweede helft van augustus, nadat de bloemen hun zaad hebben verspreid.

Schoon water
Regen die neerkomt op de hogere zandgronden, sijpelt heel langzaam door de verschillende grondlagen. Onderweg pikt het allerlei mineralen op. De kwelstromen komen in lager gelegen gebieden aan de oppervlakte. Bepaalde planten profiteren daarvan. Zonder dat schone water met al die mineralen kunnen ze niet overleven. Teer vederkruid en krabbescheer zijn twee van die planten.

Parkeer uw auto zo dat bewoners er geen last van hebben!
U mag onderstaande banner toevoegen als u alle 4 moaie plakjes/mooie plekjes heeft gevonden.
Dit zijn:
Bootsma's Poel
De Snipspoel
Leijenspolder en polder Malen
Oostoever Bergumermeer
