In het verleden stroomde de Gelderse Vallei bij een doorbraak van de Grebbedijk regelmatig onder water. Door het hoogteverschil van ongeveer 10 meter tussen de Rijn en het IJsselmeer stroomde het water snel de vallei in. De oorzaak van de dijkdoorbraken was de voortdurende strijd tussen Utrecht en Gelre waardoor de dijken in het grensgebied sterk verwaarloosd werden.
In de 16e en 17e eeuw overstroomde de Gelderse Vallei vier keer, in 1595, 1599, 1643 en 1651 waarbij het rijnwater tot aan Amersfoort en daarom besliste men dat er een slaperdijk moest komen tussen de Amerongse Berg en de Emminkhuizerberg. Vanwege de gespannen sfeer tussen Utrecht en Gelre werd de dijk volledig op Utrechts grondgebied aangelegd. De eerste fase, van de Amerongse Berg tot aan het Grand Canal bij kasteel Renswoude werd aangelegd in 1652-54 en het deel tot aan Daatselaar in 1664. In 1711 bleek echter dat het water om de Slaperdijk heen kon stromen en dus werd deze in 1799 verlengd tot aan de Groeperkade. Hierdoor was Renswoude in principe veilig voor het Rijnwater. In 1855 brak de Slaperdijk echter alsnog door bij de Munnikenheul na een eerdere doorbraak van de Grebbedijk.
De Arnhemseweg tussen Renswoude en De Klomp doorsnijdt de Slaperdijk en hier werd een coupure aangelegd die met schotbalken kon worden gesloten. In de meidagen van 1940 was hier het steunpunt Slaperdijk dat werd verdedigd door een sectie van het 22e R.I. Deze wisten zich enige tijd succesvol te verdedigen tegen het oprukkende Duitse 368e Infantrieregiment. Uiteindelijk leidde dit tot de slag om Scherpenzeel waar de Duitse troepen teruggeslagen werden en pas door de capitulatie hier de Grebbelinie konden innemen.
Zoals de naam al aangeeft, is de Slaperdijk geen actieve dijk. De werking is pas van belang bij een dijkdoorbraak van een primaire dijk en dient om het water dan in tweede instantie tegen te houden en te voorkomen dat het achterliggende land onderstroomd. In de Grebbelinie had de Slaperdijk ook als functie om het water in de inundatiekommen te houden.