DE UFFELSE MOLEN
Vanwege een gemeentelijke herindeling in 2007 zijn een aantal gemeenten in Midden-Limburg samengevoegd tot de gemeente Leudal. De nieuwe plattelandsgemeente, in oppervlakte de op één na grootste gemeente van de provincie, draagt met recht de titel “de molengemeente van limburg”. De waterrad en windmolens hadden een belangrijk aandeel in de regio. Er staat een groot aantal molens, en liefst acht daarvan zijn nog in werking op wind- of waterkracht. Een aantal daarvan zijn zelfs heel bijzonder. Deze reeks gaat over de waterradmolens in de gemeente Leudal. De Uffelse watermolen is een onderslagmolen en werd bedreven als een korenmolen. Ze staat aan de Uffelsebeek, deze ontspringt uit talloze kleine beekjes in de omgeving van België. De molen dateert vermoedelijk uit de 13e of 14e eeuw, begin 1400 wordt de molen banaal verklaard, d.w.z. aangewezen als banmolen, een molen waarop ieder uit een bepaald gebied verplicht is zijn graan te laten malen. Meestal heeft een molen een lange geschiedenis en wordt vaak van eigenaar gewisseld, hieronder vind je een opsomming van de belangrijkste overnames, verbouwingen en gebeurtenissen.
Eigenaar: John Klerkx
Bezoekmogelijkheid: vanaf Pinksteren tot en met 25 september dagelijks open voor publiek tussen 11.00 en 18.00 uur. Vanaf september tot aan het begin van het nieuwe seizoen zijn we alleen zondags open van 10.00 tot 18.00 uur op afspraak Er is een horecagelegenheid aanwezig
Gegevens molen: 1e Onderslagrad van hout met een diameter van 4,54 meter 2e Onderslagrad van ijzer met een diameter van 5,14 meter Radbreedte 0,74 meter In eerste instantie drie , later nog maar twee koppels maalstenen.
1429: Uit een acte blijkt dat de molen eigendom is van Jan II van Bronshorn van Reiffenscheid. Tot ca 1872 is de molen in aderlijk bezit.
1726: De molen kent een roerig verleden. Geregeld waren er conflicten over de ban, de prijs, de kwaliteit en de stuwhoogte. In 1726, 1742 en 1879 raakte de molen in vuur en vlam, de eerste keer zeker door brandstichting doordat men een brandend stuk turf naar binnen gooit.
1742: Er breekt brand uit in de molen.
1795: Het einde van de banmolen.
1872: De molen kwam in bezit van Margaretha van Ratingen die getrouwd was met molenaar Cornelis van Esser.
1879: Er breekt brand uit in de molen.
1884: Het echtpaar gaf de molen door aan Jacobus van Esser en zijn zusters Elisabeth en Helena.
1894: Jacobus en Elisabeth kregen ieder de helft in bezit. Jacobus van Esser vestigde zich op de Uffelse molen, maar dat jaar nog kocht hij ook de Hammermolen in Neer. Hij laat zijn boedel veilen en verhuist naar Neer. In de krant van 26 juli 1894 staat een advertentie waarin de molen ter verpachting wordt aangeboden door Jacobus van Esser.
1901: Jacobus van Esser, zelf molenaar op de Hamermolen in Neer, zet de Uffelse molen te koop of te pacht. De molen werd verpacht aan de familie Verstappen.
1921: Toen de waterradmolen met boerderij geveild werd, bracht pachter Louis Verstappen het hoogste bod uit. Hij bleef ruim dertig jaar eigenaar.
1939: De watermolen had ooit drie koppels maalstenen, maar toen het maalbedrijf terugliep werd aan het einde van de jaren dertig een koppel verwijderd en een ander op een dieselmotor aangesloten.
1953: De ongehuwde Verstappen verkocht de molen aan de familie Peeters bij wie hij inwoonde. De familie was pachter van de molen en het boerenbedrijf.
1961: De stuwrechten van de molen werden afgekocht en de meanderende beek recht getrokken, de molen verloor zijn krachtbron. Na de drooglegging werd het bestaande maalwerk uitgebroken en vervangen door een hamermolen, daarmee is tot eind 1983 gemalen.
2008: Het rad hangt inmiddels boven het water door het gezakte waterpeil. Het waterschap wil de beek weer laten meanderen maar het waterpeil zal nooit meer hoog genoeg komen om het waterrad te laten draaien. inmiddels is een restauratie van het hele complex in gang gezet. Het rad zal gerestaureerd worden en de hamermolen in ere hersteld.
2015: De restauratie is inmiddels klaar en de molen is weer maalvaardig wel met dieselmotor. De buitenkant waaronder rad en sluizen verdeelwerk wil men nog in de oorspronkelijk staat terugbrengen.