Een simpele, 7,5 meter hoge lichtopstand markeert de Rotterdamse Hoek, een dijkhoek in de ringdijk van de Noordoostpolder tussen Urk en Lemmer waar de Westermeerdijk overgaat in de Noordermeerdijk. De vierkante, bakstenen toren met plat dak is gebouwd in 1950. Het elektrisch licht bevindt zich op 13 meter hoogte en heeft het lichtkarakter IsoWR10s, een ritmisch licht waarin de looptijden van 5 seconde licht gevolgd wordt door 5 seconde duisternis. De Rotterdamse hoek ligt op de vaarroute tussen het Ketelmeer en Lemmer en is een beruchte plek voor de scheepvaart. Menig schip is hier bij storm in de moeilijkheden geraakt. De Rotterdamse Hoek wordt ook wel aangeduid als het laatste 'schepenkerkhof' in Nederlandse wateren.
De 'Rotterdamse Hoek', dankt zijn naam aan de aanvoer van puin van het bombardement op Rotterdam. De naam is, in tegenstelling tot de meeste namen in de Noordoostpolder, bedacht door de polderwerkers 'opdat niemand zou vergeten waar het puin vandaan kwam'. Later is dit de officiële naam geworden. Op 14 mei 1940 werd het centrum van Rotterdam door de Duitsers gebombardeerd, met als gevolg dat er van de 600 jaar oude stad niets meer overeind stond en 80.000 mensen dakloos raakten. Een paar dagen na het 13 minuten durende bombardement begon Rotterdam met het ruimen van 5 miljoen kubieke meter puin. Achttienduizend arbeiders dempte met kiepwagens en scheppen de Blaak, de Schie en de Kolk in Rotterdam. Achtentwintig weken lang reden honderden vrachtwagens af en aan. De brokstukken werden al snel door heel Nederland verspreid. In de zomer van 1940 werd een deel van het puin ook met schepen afgevoerd naar dit gedeelte van de ringdijk en een depot onder Urk. De hoeveelheid puin werd op de dijk opgeslagen en had een lengte van bijna 2 km bij een hoogte van 10 m. Het puin kon nog niet in de Noordoostpolder gestort worden omdat die pas in september 1942 droog viel. Uit bestekken van het Departement van Waterstaat blijkt dat het puin in 1942/43 gebruikt is voor de afwerking van 5,5 km dijk boven Urk, ondermeer als wegverharding in de buitenste berm. De fundering bestaat uit een 6 cm dikke vlijlaag, in dit geval een laag gebroken puin in het talud, waarop later de zetsteen geplaatst is. Na de bevrijding zijn veel polderwegen rondom Urk, zoals bijvoorbeeld de Domineesweg en de Karel Doormanweg, met het puin verhard.
Bron:
http://www.flevolanderfgoed.nl/