Skip to content

Octupus v.s Vogel Traditional Cache

This cache has been archived.

qSquid: -

More
Hidden : 8/7/2017
Difficulty:
1 out of 5
Terrain:
2 out of 5

Size: Size:   regular (regular)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:


Terpen Het is moeilijk te bepalen waar de geschiedenis van ons dorp begint. Aan de hand van terpvondsten neemt men aan dat er voor 500 v Chr. al bewoning is geweest. Omstreeks 1900 zijn er in de terp Fyns Romeinse munten gevonden, waar we uit op kunnen maken dat er toen zeker een redelijk uitgebreide permanente bewoning is geweest. De zee had het veen, dat tussen de eilanden en de hoge zandgronden lag, weggeslagen en er klei voor terug gelegd. Langzamerhand werd de kleilaag zo hoog dat het geschikt voor bewoning werd. Het zeepeil was ongeveer 1.70 m. lager dan nu. Toen het zeepeil begon te stijgen heeft men de hoogste woonplekken opgehoogd tot terpen. In de omgeving van Wommels liggen veertien van de oudste terpen van Friesland, nl Hottinga; Westerlittens; Walpert; Britsaerd; Geins; Fyns; Sippens; Tywerd, Tellens; Swyns; Stapert, Swiegaerd; Braerd en Hondsboad. Gemeenschappelijke belangen zorgden ervoor dat enkele terpen het dorpsgebied van Wommels gingen vormen. Vooral het bouwen van kerken (800-1000) heeft daarin een belangrijke rol gespeelt. Schieringers en Vetkopers De naam Wommelenze komen we voor het eerst tegen op een lijst van kerken uit ± 1270 . De naam betekent: de plaats waar Womel en zijn familie woont. Men leefde hier hoofdzakelijk van de landbouw. Sommige families werden steeds machtiger en speelden een rol in het conflict tussen Schieringers en de Vetkopers (± 1300 – 1500). In Wommels stond de stins van de Hottinga's die bij het kamp van de Schieringers hoorden. De Donia’s uit Easterein en de Van Harinxma’s uit Sneek en enkele families uit Bolsward hoorden bij de Vetkopers. Meerdere keren hebben ze de Hottinga’s aangevallen. De Hottingastins was echter moeilijk te veroveren, wel werden omliggende boerderijen platgebrand, het vee meegenomen en de kerk leeggeroofd. Worp van Thabor schrijft hierover: Doen togen Boelsverdera nae Wommels, ende branden dat munckehuys, by die kercke, dat Hottinga toe hoorde, ende beroofden Syaerdema ende Hottinga landssaeten ende andere huysluiden, ende naemen veel gueds uit die kercke, ende naemen veel beesten mede De Hottinga’s hebben op hun beurt in 1491 de oude Agge Donia (Hidaard) vermoord. Later werd de Hottingastins aangevallen door Geldersen, dezen bezaten grote “bussen”, een soort kanon. De stins was niet te behouden en Jarich Hottinga moest vluchten. Toen Karel V in 1524 de macht over Friesland kreeg keerde de rust terug. In Wommels stond ook de stins van De Jongema’s, deze heeft geen grote rol gespeeld in het conflict tussen Schieringers en Vetkopers. Van pastoor naar dominee De kerk waar Worp van Thabor over spreekt werd in de 12de of 13de eeuw op de Terp gebouwd. Zeker is dat daarvoor ook al een kerk heeft gestaan. De kerk was gewijd aan de heilige Jacobus. In 1508 is de kerk groter gemaakt en verbouwd, wat later ook nog enkele malen is gebeurd. De stompe toren heeft halverwege de 19de eeuw een spits gekregen. In de kerk laten oude grafstenen en fraaie rouwborden iets meer zien van oude adellijke families. In 1580 kwam er een eind aan de Roomse tijd en ging “over” waarmee de pastoor verdween en de dominee kwam. Dorp van grietmannen Nadat het ambt van grietman tot 1629 in handen van de Van Burmania’s uit Iens was geweest, ging het daarna over naar De Jongema’s en bleef voortaan in Wommels. In 1706 werd Idsert van Sminia grietman en bouwde een slot bij de Terp. Wommels werd het belangrijkste dorp in de regio hoewel Easterein meer inwoners telde. De ligging aan de Bolswarder Vaart is van groot belang geweest voor de ontwikkeling van Wommels. Het was de belangrijkste verkeersverbinding van die tijd. Er vestigden zich nogal wat kooplui, winkeliers, ambachtslui en zelfs een chirurgijn in ons dorp. In 1791 telde Wommels 405 inwoners en 705 in 1855. Na de Franse Tijd kwamen de grietmannen uit de familie Van Eysinga, die in de oude Van Sminiastate woonden. Achter deze state had men een bos aangelegd. (‘t Bosk). Het oude dorp lag langs de Bolwarder Vaart en om de Terp. Wel woonden er veel mensen buiten het dorp in de arbeiderswoningen bij de vele boerderijen. Na 1850 werden er nieuwe verharde wegen aangelegd, een naar Spannum, een naar Easterein en een naar Bolsward. De 20ste eeuw Er ontstond een bloeiende kaashandel in het dorp en toen er aan het eind van de 19de eeuw twee zuivelfabrieken werden gebouwd groeide het inwonertal hard. De Hofkamp is rond 1900 volgebouwd en Wommels telde toen 1163 inwoners en 1373 in 1954 . Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Wommels steeds meer een centrumfunctie. Het dorp veranderde snel, het aantal woningen verdubbelde. Aan de ene kant werden er veel oude huizen afgebroken en aan de andere kant kwamen er veel nieuwe wijken bij. In 1986 had Wommels 2000 inwoners, na de sluiting van de laatste zuivelfabriek zakte het inwonertal weer onder de 2000 maar in 2006 telde Wommels 2105 inwoners Het bos van Wommels bestaat niet meer. Het was er tot de winter van 1872, toen notaris De Jong op Sminiastate in dat dorp ‘eene zeer aanzienlijke partij’ kapitale eiken, iepen, essen, linden, kastanjes, esdoorns, dennen, beuken, wilgen, abelen en vruchtbomen te koop aanbood, als mede week- en kaphout, ‘alles om te rooijen’. Het bos van Sminiastate bij Wommels, 1878 Fragment van een plattegrond uit het gemeentearchief Littenseradiel: het bos van Sminiastate bij Wommels, 1878. Wat er van rest is de straatnaam It Bosk, ongeveer op de plaats waar eertijds de lanen van de buitenplaats Sminiastate zich uitstrekten[2]. Het bos werd gerooid omdat Sminiastate zelf werd afgebroken. Het had als zoveel buitenplaatsen en states in de negentiende eeuw zijn functie verloren. Daarmee was ook het bos zelf als ‘bos tot vermaak’ zoals het nog op de kadastrale minuutplan van 1832 heet, overbodig geworden. Zoals adel en patriciaat de oude buitenplaatsen en zelfs de provincie in de negentiende eeuw in groten getale verlieten, zo paste ook het landschap zich aan aan de nieuwe heersers van het platteland, de moderne vee- en bouwboeren, die geen behoefte hadden aan bossen om in te wandelen, maar des te meer aan bouw- en weiland. Afvoer van bomen bij Dekamastate, Weidum Afvoer van bomen uit het bos van Dekemastate, Weidum Het bos van Wommels was geen uitzondering. De kaarten van 1832 laten ook op andere plaatsen in de Greidhoeke nog wandel- en plezierbossen bij de buitenplaatsen zien zoals bij het kapitale Wibrandastate onder Hichtum, op Doniastate in Burgwerd en in Weidum bij Dekemastate. Advertenties in de Leeuwarder Courant maken in de negentiende eeuw ook gewag van de verkoop van aanzienlijke hoeveelheden bomen van buitenplaatsen onder Witmarsum (Aylvastate), Zweins (Kingmastate) en Finkum. Doeke Wijgers Hellema van Barrahûs is in 1843 verbijsterd als hij de boeldag op Oenemastate onder Wirdum meemaakt en de teloorgang van plantsoen, vruchtbomen en kronkelende paden aanschouwt. Eerst duizenden guldens verspild en later verwaarloosd, zo treurt hij om deze verwoesting[3]. Wat er in de negentiende eeuw nog over was aan buitenplaatsen, staten en stinzen was echter het topje van een ijsberg. Het proces van neergang van deze karakteristieke elementen in het Friese landschap was rond 1832 al heel lang aan de gang. Op de laat zeventiende-eeuwse kaarten zien we welke staten toen in ons gebied nog in wezen waren: voor zover ze honderd jaar later nog bewoond werden door adel en patriciaat mogen we er wel vanuit gaan dat naar de smaak van de tijd, landhuis of state omgeven was door hoog opgaand geboomte en liefst door een ‘wandelbos’, een ‘plezierbos’ of met hoge bomen omzoomde fraaie lanen en paden. Een voorbeeld daarvan was Thetinga- of Waltastate onder Wiuwert, de vermaarde verblijfplaats van de sekte der Labadisten. Het gezicht op deze state werd zo gedomineerd door hoge bomen dat dit landgoed ook wel het Labadistenbos of het Wieuwerderbos werd genoemd. De state en het bos werden kort na 1733 met de grond gelijk gemaakt. Ook hier namen de boeren het over, van een buitenplaats is (behalve in de grond) geen spoor meer te ontdekken. Het open landschap aan deze kant van Wiuwert lijkt er altijd zo te zijn geweest. Ook bij Sassingastate onder Hinnaard heeft tot aan het einde van de achttiende eeuw een bos gelegen[4]. Op het vermeende boomloze karakter van de Greidhoeke is dus heel veel af te dingen. Het landschap is allerminst tijdloos, zoals sommigen ons willen doen geloven[5], maar juist het product van de door de eeuwen heen veranderende functies en eigendomsverhoudingen. Als zodanig is de boomloze Greidhoeke een mythe, een invented tradition uit de late negentiende eeuw, toen inderdaad een voorlopig einde was gekomen aan een zeer langdurig proces van steeds verder gaande rationalisering van landbouw en landschap en de Friezen behalve hun geschiedenis, taal en cultuur, ook hun landschap ‘codificeerden’. Het andere, diep ingrijpende proces van verwoesting van het bestaande cultuurlandschap was natuurlijk dat van de massale afgraving van de terpen. Die ontwikkeling behoeft hier verder geen toelichting. In de beeldvorming van het landschap is er echter een opvallende overeenkomst met het verdwijnen van de bossen bij de buitenplaatsen en ander geboomte. Ook hierin werd het landschap van zijn nog overgebleven verticale elementen ontdaan. De combinatie van beide ingrepen zorgde in de periode 1700-1900 uiteindelijk voor het platte vlak dat we nu zo kenmerkend achten voor de Greidhoeke. Goffe Jensma toont in zijn meesterlijke studie Het rode tasje van Salverda. Burgerlijk bewustzijn en Friese identiteit in de negentiende eeuw aan hoe veel van wat Fries was, pas in de negentiende eeuw definitief als zodanig werd vastgelegd. Hij beschrijft hoe binnen het vernauwde provinciale perspectief van de nieuwe cultuurdragende elite van het Frysk Selskip in de negentiende eeuw de verschillen binnen Friesland benadrukt werden: ‘zoals Beucker Andreae Friesland vanuit nationaal perspectief tot eetbare statistische eenheidsworst maakte, zo deelden de Selskipskleden Friesland nu vanuit hun provinciale perspectief in naar streekculturen. Die twee ontwikkelingen staan niet tegenover elkaar, maar versterken elkaar. (…) De diversiteit aan tongvallen en volkskarakters binnen Friesland werd nu gecodificeerd. Er kwam ruimte voor de traagsprekende, trotse kleibewoner maar ook voor het extraverte geratel van de kwieke woudman.’[6] Deze vorm van codificatie strekte zich volgens mij ook uit over de fysieke omgeving. En zo werd in deze ideaaltypische constructie het ‘smûkskaadzjend beamtegrien’ van de Wouden gezet tegenover de kale klei van het westelijk deel der provincie, een landschappelijke dichotomie met vermeende eeuwigheidswaarde. Er werd een beeld geschapen dat als momentopname misschien correct was, maar in wezen ook a-historisch was, een ontkenning van de geografische en economische dynamiek. Het beeld van het landschap versteende, en in een volgende stap werd dit beeld normatief. De vermeende eeuwige kale klei moet liefst voor altijd zo blijven. Dit verklaart de enigszins overspannen reacties op het Elfstedenbos langs de Zwette, een plan van de Leeuwarder collegepartijen PvdA en VVD begin 2010. Natuurlijk hadden de tegenstanders gelijk als ze beweerden dat in het open Middelzeegebied langs de Zwette, ontstaan door de laatmiddeleeuwse inpoldering van deze zeearm, nooit een bos (en trouwens ook zeer weinig bewoning) was geweest. Het argument werd echter door sommigen opgerekt tot het Friese weidegebied sui generis, en daar steekt de a-historische benadering weer de kop op. Het was immers pas enkele generaties geleden dat door een zware storm op 2 maart 1898 de laatste restanten van het bos van Dekamastate onder Weidum tegen de vlakte gingen[7]. Weliswaar aan de rand van het Middelzeegebied gelegen, maar toch onmiskenbaar aan de Zwettekant van de Hegedyk, die het oude en nieuwe land van elkaar scheidde. Het verwoeste bos van Dekemastate bij Weidum na de storm van 2 maart 1898 Ook hier heeft men gemeend geen nieuwe bomen te moeten planten op de oude park- en bosgrond. Het open landschap tussen dorp en Zwette ligt er bij alsof het nooit anders is geweest. Het ‘nieuwe’ terpdorp Weidum doet het zonder terp, want waar ooit de terp lag, ligt nu het kaatsveld, zonder staten en stinzen en zonder bos en park. De sporen van voor 1800 zijn hier op veel plaatsen grondig uitgewist. Is dit de reden, vraag ik mij af, dat veel dorpen in de Greidhoeke, met uitzondering van de kerk, zo’n onmiskenbaar negentiende-eeuwse indruk maken? De fraaie kaaszolders boven de huizen in Easterein of de beschermde dorpsgezichten van Rien, Mantgum en Jorwert uit die periode roepen echter ook de vraag op hoe het er voor die tijd was. Heel veel van wat er eerder was is juist in die dynamische negentiende eeuw verdwenen. Het gaf ruimte voor nieuwe dorpsuitleg in de opgaande economie van voor de landbouwcrisis. Het bedrieglijke historische beeld van dit deel van Friesland, is toch vooral het beeld van de ‘gestolde’ late negentiende eeuw. Deze ‘kleine leugen’ van het Friese landschap speelt vaak een rol als verdediging van het open karakter van het greideland. Het is echter een verdediging met verkeerde argumenten. Het echte respect voor een cultuurlandschap kan alleen gestoeld zijn op het begrijpen van de historische dynamiek van de fysieke omgeving. Wie die dynamiek niet ziet, onderschat het aanpassingsvermogen van Friezen uit vroeger eeuwen, onderschat ook het wezen van een cultuurlandschap als een product van menselijk streven. BELANGERIJK: Ga niet via het weggetje tussen de huizen, dit leidt naar een tuin en dit is privé terrein! Niet voorbij een hek anders ontsnapt de hond ;) dit is niet nodig! Ga niet tussen de schuur en de schutting kijken hier is niks! U kunt op de tegel staan en erbij komen. Dieren krijgen genoeg eten deze hoeft u niet te voeren Onze hond blaft maar hij doet niks!

Additional Hints (Decrypt)

Mbrx anne rra bpgbchf! ORYNATREVWX: Tn avrg ivn urg jrttrgwr ghffra qr uhvmra, qvg yrvqg anne rra ghva ra qvg vf cevié greerva! Avrg ibbeovw rra urx naqref bagfancg qr ubaq ;) qvg vf avrg abqvt! Tn avrg ghffra qr fpuhhe ra qr fpuhggvat xvwxra uvre vf avxf! H xhag bc qr grtry fgnna ra reovw xbzra. Qvrera xevwtra trabrt rgra qrmr ubrsg h avrg gr ibrera Bamr ubaq oynsg znne uvw qbrg avxf!

Decryption Key

A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M
-------------------------
N|O|P|Q|R|S|T|U|V|W|X|Y|Z

(letter above equals below, and vice versa)