Vlieg nooit te hoog m’n kleine vriend.
Aan de oever van een beekje zat een man.
Dat hij eenzaam was, dat zag je hem zo aan.
In de boom die naast hem stond.
keek een vogel in het rond.
de man die zag het beestje zitten en hij zong:

Refr.
Vlieg nooit te hoog men kleine vriend.
want als je valt, dan val je diep.
wie te hoog vliegt aan de top komt in gevaar.
vlieg nooit te hoog mijn kleine vriend.
boven de bomen vang je wind.
niemand helpt je meer.
je staat alleen, men vriend dat doet je zee.
na een tijdje was de zon ondergegaan.
maar ze kwamen nog nie van hun plek vandaan.
de vogel floot wat voor zich uit.
de man genood van dat geluid.
hij dacht aan vroeger wat ooit was mis gegaan.
Refr.
vlieg nooit te hoog men kleine vriend.
want als je valt, dan val je diep.
wie te hoog vliegt aan de top komt in gevaar.
vlieg nooit te hoog mijn kleine vriend.
boven de bomen vang je wind.
niemand helpt je meer.
je staat alleen, men vriend dat doet je zeer.
een dag later stond hij liftend langs de weg.
de auto's raasden hem voorbij hij had steeds pech.
er lag een vogel dood in’t gras.
en hij dacht ten einderaad.
dat het kleine dier, zijn vriend van gister was.
Refr.
vlieg nooit te hoog men kleine vriend.
want als je valt, dan val je die.
wie te hoog vliegt aan de top komt in gevaar.
vlieg nooit te hoog mijn kleine vriend.
boven de bomen vang je wind.
niemand helpt je meer.
je staat alleen, men vriend dat doet je zee.