Standerdmolen Dye Sprancke
Standerdmolen Dye Sprancke aan de Oudestraat te Sprang-Capelle is gebouwd in 1747 te Vrijhoeve bij Sprang. De molen is van het gesloten type. Dat wil zeggen dat de voet is voorzien van een kap en de paraplu en de teerlingen zijn ommuurd, waardoor er bergruimte ontstond en het staande werk tegen de weersinvloeden werd beschermd.
Begin 19e eeuw is de molen verplaatst naar zijn huidige standplaats. Ontdaan van wiekenkruis en trap werd de molen in zijn geheel voort getrokken door paarden en rollend over boomstammen naar de Oudestraat vervoerd.
De laatste molenaar-eigenaar, Jacobus Volkers, heeft de molen tot in de Tweede Wereldoorlog nog bemalen, waarbij hij de wieken liet voorzien van stroomlijnneuzen, de zogenaamde Van Busselwieken. Hierdoor kreeg de molen een groter rendement. Tijdens de restauratie in 1969 is dit systeem verwijderd en kwam het Oudhollands-wieksysteem weer terug.
De molen was destijds voorzien van 3 koppel maalstenen, een schorsmolen om eikenschors te malen t.b.v. de leerlooijerijen en een koekbreker om veekoeken te pletten, dit alles door de wind aangedreven.
In 1958 wordt de molen gemeente-eigendom en draaide niet of nauwelijks.
In 1980 begon molenmaker Bos uit Almkerk met een restauratie die als doel had de molen maalvaardig op te leveren. Het oude koppel maalstenen werd verwijderd en vervangen door een nieuw, vervaardigd door de fa. Kees uit Leende. Gangwerk en vang werden grondig nagezien, evenals het gevlucht, wat hersteld en voorzien werd van vier nieuwe zeilen. Echter het trapgebint, wat met de restauratie in 1969 niet werd meegenomen, bleef ook nu in zijn slechte staat gehandhaafd.
In 1994/95 nam molenmaker Vaags uit Aalten de molen onder handen, met als doel de molen wederom op te knappen en de voet (standerd, kruisplaten en steekbanden) grondig te herstellen. Daarnaast werden de oude roeden vervangen(binnenroe Pot en buitenroe De Bie, de plaatselijke smid) door exemplaren uit eigen werkplaats. Op advies van de toen aangestelde adviseur, kreeg de molen een veel te diepe zeeg in hekwerk en borden: de gang die een standerdmolen nodig heeft was eruit, maar de trekkracht was als van een pelmolen. Het trapgebint bleef echter onaangeroerd.
In 2005 begon molenmaker Beijk uit Afferden aan een nieuwe restauratie, waarbij uiteindelijk het trapgebint in volle glorie werd hersteld, gebruik makend van zoveel mogelijk historisch materiaal. Ook het gevlucht werd aangepast, de enorme trekkracht werd er uitgehaald en de gang kwam er weer in. De maalstenen, inmiddels gescheurd en kapot gebarsten, werden vervangen door nieuwe, afgestemd op het uitmalen voor bakkerstarwe. Daarnaast werd de vang scharnierend gemaakt en kreeg de kast nieuw kleedhout, nadat de verbindingen in weegbanden, hoekstijlen, steenlijsten etc. drastisch waren verstevigd. Tenslotte kreeg de molen weer zijn kleuren zoals altijd is geweest: een zwarte borst met witte naald, lichtgrijze zijwegen en trapgebint, rondom voorzien van en frisse witte bies, hier en daar met een rood accentje.