De naam Keigat verwijst naar een bosrijke plek en heuvelkam waar veel keien en stenen te vinden waren. Het was tussen de 10de eeuw en 13de eeuw dat een eerste poging werd ondernomen om het natuurlandschap naar cultuurlandschap om te zetten.
Het was een zeer onzekere periode, met onder andere woelige godsdienstoorlogen. Het is pas rond 1750, toen vele hoeves in puin lagen, dat men terug overging van veld naar bos. In eerste instantie plantte men vooral loofbomen, met daarna de overgang naar naaldbos. Nu nog heel erg herkenbaar zijn de dreven in dambordpatroon. In een laatste fase, rond 1855, ging dankzij betere landbouwtechnieken een deel van het bosgebied terug over naar akkerland. De meest marginale gronden werden nooit omgezet naar akkerland. De omzettingen van bos tot landbouwland gebeurde met behoud van de 18de eeuwse drevenpatroon.