


Zoals eerder vermeld werden balk of lijnstempels gebruikt om postzegels te ontwaarden. Elk kantoor had zo zijn eigen nummer, bijvoorbeeld Gent was "45" (foto 40ct zegel). Deze nummering werd bekomen door een alfabetische lijst van gemeentes/steden met postkantoren (aanvankelijk 135). Bij sluiting, maar vooral bij het opkomen van nieuwe locaties zorgde dit systeem voor problemen.
De 63 hulppostkantoren kregen stempels met verticale ipv horizontale balken. Ook met elk hun eigen nummer. "45" hier zou een stempel uit Overpelt betekenen.
Daarnaast waren er ook nog ambulante kantoren. Dit waren in feite postkantoren geïnstalleerd in een treinwagon. Zo waren er 4 lijnen mobiel vanuit Brussel. Ze kregen ipv een nummer een letter M,E,O mee en een Romeins cijfer. Op die manier kan men zien van welk spoorwegtraject de stempel afkomstig is. Op de 10ct en 20ct zegels bovenaan ziet u landelijke of rurale afstempelingen. Die stempel werd gehanteerd door de postbode op zijn dagronde. Hoewel de zegels zelf niet zeldzaam zijn, zijn ze het wel met deze soort stempel.
De "Recepse"

Het was weer zover, nieuwjaar. Alsof het nog niet druk genoeg was, werd Phil ook nog eens belast met het organiseren van de receptie. Hij kreeg er de "sèskes" van! Maar goed weten dat hij ze zou liggen hebben...
In plaats van het adres op te schrijven had hij er wat anders op gevonden. De bodes zouden er geen probleem mee hebben, maar de bazen moesten het maar uitzoeken.