't Leihuis
Om het beeld van de badinrichting op de juiste manier te zien, is het noodzakelijk de aandacht te vestigen op de omstandigheid dat de Stichting in die jaren eigenaresse was van een landgoed ter grootte van circa 460 ha. De drie expapiermolens, in de 20e eeuw wasserijen, behoorden ertoe, evenals het bos in de driehoek Harderwijkerweg - Oude Eerbeekse weg, een terrein ten oosten van de Harderwijkerweg en de watermolen. De brongebieden van de twee beken, de Spanjaardslaan en de Winternitzlaan en van zelfsprekend de Badhuislaan maakten er eveneens deel van uit. Zij vormden de begrenzing van het aaneengesloten gebied aan de noordkant.

De landerijen en huizen aan de Rozensteinweg, de Huetlaan en aan de westzijde van de Harderwijkerweg vielen er buiten. De grens in het westen werd gevormd door de Soerense Zandweg, die dwars op het einde van de Stokvislaan staat. De bosweg van de Soerense zandweg naar het Leihuis vervulde die functie in het zuiden. Het bosgebied omvatte onder meer de Zeven Heuvelen, de Hooge Hut en het grillige complex van de Jutberg met de oostelijke stuwwal en stuifzandduinen. Tenslotte noemen we de oude kern van het landgoed, de Enk, met de plantage en het hotel. Het inkomen dat de stichting uit jacht en bosbouw verwierf, moet aanzienlijk geweest zijn.
