Praktische zaken
Voor deze route heb je nodig:
- Onderstaand verhaal, digitaal of geprint
- Een UV Lamp
- Kennis over het maken van een projectie
- Kennis van een stripkaart
De route is geschikt voor kinderen en is tussen de 1,5 en 2 km lang en je zult er 3 kwartier tot een uur mee bezig zijn. Bij de eindcache heb je Slotcode 737 (22-01-2018) nodig om de cache te openen. Zorg vooral bij de eindcache dat de rovers je niet zien, want anders zouden ze je weleens kunnen aanvallen als je de Gouden Bloem pakt.
Let op: deze cache mag enkel met daglicht gelopen worden. Ga dus enkel tussen zonsopkomst en zonsondergang op pad.
De Zoektocht naar de Gouden Bloem.
Er was eens een koning in een land hier ver vandaan. De koning was erg goed voor zijn onderdanen. Het volk was dan ook altijd erg tevreden en blij. De koning hield ontzettend veel van bloemen en planten. Zijn grootste trots was het grote rozenperk midden in de paleistuin.
Op een uitbundig feest ter gelegenheid van zijn verjaardag, kreeg de koning van zijn onderdanen een heel speciale Gouden Bloem. Het was een prachtige bloem in een kristallen vaas. De vaas was gevuld met speciaal geel bloemenwater. Door dit bloemenwater, zou de bloem voor altijd glanzend goud blijven. De koning was enorm blij met dit mooie geschenk. Vol trots plaatste hij de Gouden Bloem onder een glazen stolp en stelde hem tentoon aan de gevel van het paleis.
Echter meteen in de eerste nacht, juist toen de laatste gasten het feest verlaten hadden en naar huis waren gegaan, werd de Gouden Bloem compleet met vaas en stolp gestolen. Toen de diefstal de volgende ochtend ontdekt werd, was de koning ontroostbaar. Niemand had iets gezien of gehoord, op 1 iemand na. De bakker, die al vroeg in touw was met het brood voor die dag, had een oude oranje of heel roestige koets voorbij zien denderen.
Omdat de Moedige Ruiter het niet kon aanzien dat de koning zo verdrietig was, besloot hij de Gouden Bloem voor de koning terug te gaan halen. Hij pakte wat eten bij elkaar en besteeg zijn machtige paard. Hij groette de koning en verliet door de poort het koninkrijk. Direct na het verlaten van het koninkrijk, viel hem op dat er langs het pad allemaal bomen omgereden waren. Wellicht kan dit een spoor zijn van de roversbende en hij spoorde zijn paard nog eens extra aan.
Na een tijdje moest de Moedige Ruiter een keuze maken op een viersprong. Zou hij één van de paden volgen die het open veld op liepen of zou hij toch kiezen voor het donkere woud. Dat laatste leek hem het het beste, aangezien de roversbende zich in het donkere woud het veiligst zou voelen.
Toen de Moedige Ruiter weer op een kruising kwam, zag hij vanuit zijn linker ooghoek gele glinsteringen op de bomen langs het pad. Toen hij dichterbij kwam, schrok hij. De glinsteringen die hij had gezien, bleken gele druppels bloemenwater. Hij hoopte maar dat de Gouden Bloem voldoende bloemenwater overhield. Snel volgde hij pad waarlangs de druppels bloemenwater tegen de bomen gespat waren in de hoop de roversbende snel te achterhalen.
Helaas voor de Moedige Ruiter hield het druppelspoor al snel op toen hij bij een poel kwam. Hij stuurde zijn paard voorzichtig aan de rechterkant langs de poel door de ondiepe stukken drijfzand. Net na de poel zag hij aan de rechterkant een pad. Dit pad besloot hij in te gaan. De Moedige Ruiter merkte op dat het pad naar rechts draaide. Als hij dit pad zou blijven volgen, zou hij weer terug naar het koninkrijk gaan.
Plots hield zijn machtige paard stil. Ze waren bij een splitsing aangekomen. Rechts van het pad waar hij op liep stond nog een stam van een afgebroken boom. De bovenkant van de stam had oranje-achtige roest vegen. De Moedige Ruiter herinnerde zich wat de bakker gezegd had. Hier moesten de rovers ook geweest zijn. Hij besloot linksaf te slaan, richting het noord-westen.
Nadat het pad verder kronkelde en steeds smaller werd, zag de Moedige Ruiter aan zijn rechterhand ineens het witte huis van de kluizenaar die diep in het bos leefde. Hij liep het huis voorbij en sloeg linksaf op de kruising. Een stuk verderop zag de Moedige Ruiter schitteringen aan het eind van het pad. Even hoopte hij opnieuw op een spoor van bloemenwater. Maar toen hij dichterbij kwam, bleek het glinsteren te komen van de zon die door de takken scheen.
De temperatuur was inmiddels flink opgelopen en de Moedige Ruiter had al een flinke tijd in de brandende zon gereden. Daarom zocht hij wat beschutting om even te kunnen rusten. Rechts van hem, op zo'n 25 meter afstand stond een grote boom met grote over het veld hangende takken. De Moedige Ruiter ging er heen, ging tegen de stam van de boom zitten en gooide vermoeid zijn hoofd achterover.
Tot zijn verbazing zag hij tegen één van de takken tekens die hem hielpen te kiezen welke kant hij op de kruising van zojuist heen moest. Verrast door deze onverwachtse hulp, pakte hij snel zijn spullen weer bijeen. De Moedige Ruiter hing zijn spullen aan het paard en klom erop. Hij liep terug naar de kruising en volgde de richting die hem was aangereikt bij de boom.
Na een paar minuten, toen hij het bos doorkruist had, kwam hij wederom bij een open veld. In de verte links op het veld zag hij een groot aantal ongure figuren lopen. De Moedige Ruiter besloot de confrontatie niet aan te gaan en galoppeerde daarom naar de overkant van het veld, om snel weer tussen de bosjes te verdwijnen.
Ook nu bleek na het passeren van het bos een open veld op te doemen. Hier was echter een poel waar zijn paard wat kon drinken. Terwijl zijn paard dronk, zag de Moedige Ruiter een zwart stuk hout in de grond steken. Hierop stonden vreemde witte tekens. Het leek wel een stuk van een koets. Mogelijk was het afgebroken door de hobbels en kuilen in pad langs het ven. Hij nam aan dat dit wel van de koets van de roversbende moest zijn. Daarom besloot hij met zijn paard het zwarte stuk hout aan zijn rechterhand te houden en het pad te volgen tot hij in meer bebost gebied kwam.
Een stukje verderop in het beboste gebied, was aan de linkerkant van het pad grote boom omgevallen. Bij de boom vond Moedige Ruiter 2 stukken afgebroken zwart hout. Wellicht was de boom precies omgevallen op het moment dat de koets van de roversbende passeerde. Op één van de stukken hout zag hij een getekende route kaart. Zou het geluk hem weer een handje helpen en was dit een deel van de route die leidde naar de roversbende? Hij besloot het erop te wagen. Het stuk hout zat te vast aan de boom om mee te nemen, dus deed hij zijn best de route goed te onthouden. Hij liep terug naar het pad en volgde precies de aanwijzingen die hij zag op de kaart.
De route bleek helaas niet volledig en toen hij de laatste aanwijzing op de routekaart gevolgd had, stond hij tussen een aantal éénzame bomen, vlakbij een poel. Dit bleek een Magische Poel te zijn. Want toen de Moedige Ruiter zijn hand op de zwarte paal bij de poel te rusten legde, kwam er plots een blauw paars licht uit het water. Hierdoor werden aan de achterkant van de paal tekens zichtbaar.
Compleet overdonderd door wat er gebeurd was, volgde de Moedige Ruiter de aanwijzing die hij kreeg. Dit bracht hem naar de omheining van het rovershol. Hij liep nog een stukje door tot hij onder de bomen uit was en bleef geschrokken even staan. Hij hoorde rechts van hem takken kraken. Moedig maar onverschrokken liep hij langs de bomenrij aan zijn rechterhand. Toen hij het einde van de bomenrij naderde, zag hij op een van de laatste bomen een twee druppels geel bloemenwater.
De Moedige Ruiter liep snel de bosschage in. Daar trof hij achter een tweestammige boom, de vierde boom vanaf waar hij de druppel rozenwater gezien had, ongeschonden de Gouden Bloem terug. Snel borg de Moedige Ruiter de Gouden Bloem veilig op. Hij schreef een briefje aan de rovers en stopte dit op de plek waar de bloem lag. Daarna reed hij triomfantelijk met zijn paard terug het paleis om de koning het goede nieuws en natuurlijk de Gouden Bloem te brengen!
Toestemming:
Voor deze cache is toestemming verleend door mevr. D. Boogaards van de Gemeente Tilburg. Voor meer informatie telefoonnummer 14-013 (Informatienummer Gemeente Tilburg).