
Sinds 1878 was bij buurtschap De Lange Schouw een steenfabriek gevestigd.
De steenfabriek werd in 1878 opgestart door Cornelis Loos, een Nederlander die in Belgie woonde. Bij de fabriek hoorde een hoge schoorsteen ook wel de lange schouw genoemd. De buurtschap heeft hier zijn naam aan te danken.
Hoewel de fabriek gebouwd is op een zandrug, die de wind nog eens tot hoge schrale zandduinen heeft opgeworpen vanaf de middeleeuwen, is er in de ondergrond leem en klei te vinden. Deze delfstoffen zijn een miljoen jaar geleden door de oergedaanten van Rijn, Maas en Schelde hier afgezet.
De oprichter Cornelis loos investeerde niet alleen in deze steen- en pannenbakkerij. Hij was een van de ontginners van de Oude Zoek en liet ook de heide van de huidige Landgoed Jachthuis Schijf (Carlier) bebossen.
De commerciële belangen hebben er ook voor gezorgd dat de weg tussen Essen en St. Willebrord al in
1908 geheel verhard was.
Voor de productie van baksteen en dakpannen werd leem gewonnen uit verschillende winputten uit de omgeving van de fabriek.

Met deze karretjes werd de leem naar de fabriek vervoerd. Aanvankelijk werden de karren getrokken door paarden, later werden daar kleine locomotiefs voor gebruikt.
De leem moest goed worden gekneed en gemengd: zwaar werk wat handmatig moeilijk te doen was. De vroeger handmatig gemaakte stenen waren dan ook nogal eens slecht van kwaliteit. De stenen werden in eerste instantie met de hand gevormd in een mal en daarna opgestapeld in op droogloodsen. Drogen in de open lucht maakte dat de baksteenindustrie eeuwenlang seizoensgebonden is geweest.
Daarna werden de stenen gebakken.

Tot de oorlog was de productie vooral op dakpannen gericht. Het complex beschikte over verschillende pannenbakhuisjes, droogloodsen en een pannenpers. Begin jaren ’30 werd daar ook nog een ringoven bij gebouwd en was De Schouw uitgegroeid van een fabriekje tot een volwaardig keramisch bedrijf.
In de oorlog heeft de oven nog een tijd dienstgedaan als onderduikadres en schuilkelder.
De laatste fabriek is gebouwd in 1966. Deze beschikte over een moderne tunneloven en kunstmatige drogerijen in plaats van droogloodsen in de open lucht. Er kon nu jaarrond continu doorgewerkt worden. In 1980 werd de fabriek nogmaals gemoderniseerd. De tunneloven werd vernieuwd en uitgebreid. Nieuw waren ook een kleiloods, een laad- en ontlaadmachine en automatisch wagentransport.
Lang heeft het niet mogen duren. De productiekosten waren hoog, de karakteristieke geelbakkende leem moest uit Limburg worden aangevoerd, nieuw bouwmaterialen kwamen in zwang en er heerste malaise in de bouwsector.

In 1985 ging de toenmalige holding Terwindt en Arntz failliet en viel de Schijfse baksteenindustrie voorgoed stil.
Sloop
Het duurde nog tot 2016 voor de gebouwen werden gesloopt en de herinnering aan de oude fabriek vervaagd.
Deze leem kar is al enkele jaren geleden met toestemming van de eigenaar opgehaald uit de fabriek en heeft tijdelijk in de tuin gestaan van de Jorishoeve van de familie Lambrechts.
De gerestaureerde leem kar van de fabriek staat nu hier aan de Achtmaalsebaan in Schijf als herinnert aan dit tijdperk.