IK HOU VAN HOLLAND
Welkom bij de serie “Ik hou van Holland”!
Deze art bestaat uit 99 mysterie puzzels en een bonus. De puzzels zijn een tocht langs veel bekende en onbekende weetjes over Nederland van “vroeger en nu”. De informatie voor de bonus vind je onderweg.
Voor het veldwerk wacht een fietsroute van ruim 80 km over het oostelijk deel van het eiland “Goeree-Overflakkee”, die indien gewenst op te delen is in twee ronden van ca 40 km.
Voor meer detail informatie over de hele route verwijzen we je naar de bonus https://coord.info/GC7ZVK0. Eventuele wijzigingen of problemen op de route zullen ook op deze pagina worden benoemd.
Op de route liggen ook vele andere caches, genoeg voor meerdere dagen cacheplezier.
Veel plezier met puzzelen en het veldwerk!
GROENTE EN FRUIT
Nederland voor 1900
De voedselgeschiedenis van het gebied dat nu Nederland heet begint natuurlijk met de eerste bewoners, maar het wordt mijns inziens pas écht interessant in de twintigste eeuw. Het belangrijkste moment in deze eerdere eeuwen is misschien wel de ‘Columbiaanse uitwisseling’: doordat Amerika en Eurazië aan het eind van de vijftiende eeuw met elkaar in aanraking komen, krijgt men in Europa beschikking over onder andere aardappelen, tomaat, cacao en pepers (en in Amerika krijgt men onder andere appels, varkens, kippen, en rijst). Tot ruim honderd jaar geleden is het overgrote deel van de bevolking in Noordwest-Europa echter zo arm, dat de gemiddelde maaltijd bestaat uit zaken als erwten, meelpap, of – later dus – aardappelen. In het stedelijke Nederland is vlees zo prijzig dat veel mensen noodgedwongen vegetariër zijn. Gevarieerder, internationaler, en dus ook spannender eet men aan het hof, of in de rijkere gezinnen. In deze elitaire kringen zijn de verscheidene liflafjes meestal direct afgekeken van andere grote Europese keukens – bij voorkeur de Franse.
Gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw stijgen de inkomens van armere Nederlanders, die nu ook gevarieerder kunnen eten. Voedsel wordt nu langzaam voor de gehele bevolking meer dan enkel brandstof om te overleven; het kan worden gebruikt om betekenis te geven aan het leven. Nu worden de voedingsgewoonten van álle Nederlanders interessant om te bestuderen.
1900-1945: Stijgende levensstandaard en terugval
Voor de arbeider begint het desalniettemin eenvoudig: wat thee, een beetje boter of reuzel, of een beetje vlees. Bovendien vormt de Eerste Wereldoorlog een terugslag: vooral in de laatste winter moet heel Nederland zuiniger gaan leven, zelfs de keurige dames die het tijdschrift van de huishoudscholen lazen.
Na de Eerste Wereldoorlog vindt er een omslag plaats in de voedselgeschiedenis van Nederland. Zelfs de economische crisis van de jaren dertig kan niet voorkomen dat de levensstandaard van de lagere klassen – in ieder geval voor hen die hun baan weten te houden! – snel toeneemt. Verwerkt voedsel wordt snel populairder bij alle bevolkingslagen: bouillonblokjes, gecondenseerde melk, koekjes. Vooral blikvoedsel is de trots van de kruidenier, omdat deze uitvinding (c. 1800) groenten en fruit wonderlijk genoeg van hun seizoens gebondenheid verlost. Naast groenten en fruit neemt in het interbellum de per capita consumptie van vlees, eieren, suiker en zuivel toe. Het nationale dieet leunt vanaf nu veel minder sterk op basale koolhydraatbronnen als brood en aardappelen.
De impact van de Tweede Wereldoorlog is in Nederland groot. Op het gebied van de voeding is de hongerwinter de culminatie van jarenlange tekorten. Als men op het woord ‘honger’ zoekt in Delpher (een grote dataset van Nederlandse tijdschriften en kranten) dan valt het verschil in impact tussen de twee wereldoorlogen wel te raden:
1945-1980: Gezondheid, gemak, en exotisme
Ook na de oorlog zijn er nog lang tekorten (suiker, koffie). Nederland moet herbouwen, en de echte welvaart laat – mede door de ingevoerde loonpolitiek (1945-1963) – lang op zich wachten. Gedurende de jaren vijftig zijn echter veranderingen te zien in het Europese voedsellandschap. Door een combinatie van stijgende welvaart, technologische ontwikkelingen en schaalvergroting openen de eerste supermarkten en neemt het aantal nieuwe producten enorm toe. Producenten laten hun fantasie de vrije loop, niet alleen in Nederland, maar ook in België.
De meest fascinerende periode in de voedselgeschiedenis van Nederland breekt aan. Er zijn drie thema’s aan te wijzen die in de meer dan zes decennia na de Tweede Wereldoorlog van doorslaggevend belang zijn voor de voedselkeuzes van Nederlanders: gezondheid, gemak, en exotisme. Geen van deze trends ontstaat overigens spontaan in 1945. Bijvoorbeeld gezondheid is natuurlijk al langer van belang, wat verklaart dat producenten hun producten er door de jaren heen graag mee associëren. Of het nu suikerbeschuitjes, chocolademelk of bier is.
Wat nou precies gezond is blijft voor veel mensen – misschien niet geheel verrassend – vaak onduidelijk, en is bovendien modegevoelig. Al sinds het begin van de twintigste eeuw bestaan er voedselhypes, aangewakkerd door wilde verhalen in de kranten. Zelfs in de jaren zeventig verschijnen nog krantenberichten als: “Doe als een Bulgaar … Drink yoghurt en word honderd jaar!”. Naast voedsel dat zo ongeveer de eeuwige jeugd beloofde, bestond er natuurlijk ook eten om te ‘zondigen’. En al was men gewaarschuwd, dan nog kon de verleiding soms onweerstaanbaar zijn. De Schijf van Vijf waarschuwt al vroeg tegen vet eten, en ook de Consumentengids luidt na de oorlog voortdurend de alarmbel. In een kwaliteitstest wordt geprobeerd de consument af te schrikken.
Maar de populariteit van ongezond eten staat niet op zichzelf; er is een sterk verband met de behoefte aan meer gemak. Voor en na de oorlog is er nog wel een gemakstaboe: een huisvrouw die zomaar een maaltijd bij elkaar gooide met wat blikjes, zakjes en potjes, had die wel genoeg voor haar gezin over? Hoewel de meeste Nederlandse vrouwen anno 1950 binnenshuis werken, neemt hun aantal af, en hun enorme opoffering voor hun gezin wordt langzaam minder vanzelfsprekend. Gemaksvoeding is zowel een stimulans als een gevolg van de emancipatiestrijd. Bedrijven hebben hun vinger aan de pols van de Nederlandse maatschappij, en reageren soms ludiek.
Hier is direct te zien dat na de oorlog verwerkt voedsel en ‘exotische’ producten uitstekend samengaan. Nederland gaat vaker uit eten. In 1960 zijn er al 44 Chinees-Indische restaurants in Amsterdam. Maar ook thuis wordt geëxperimenteerd. De eerste stapjes in vreemde keukens zijn overigens wel voorzichtig, en naar hedendaagse normen niet altijd ‘authentiek’. Zeker in de grote steden kon men allang zaken als komijn en ketjap krijgen, maar te snel te veel nieuwigheid zou ook weer intimiderend zijn. Daarom wordt bijvoorbeeld in het boek De ‘Hollandse Rijsttafel’ voor de Hollandse Huisvrouw en de ‘Indische Rijsttafel’ (1959) een aantal compromissen gesloten: waarom geen koemelk in plaats van kokosmelk, mosterd in plaats van gember, en tomatenpuree in plaats van Spaanse peper? In Margriet werd de bouillabaisse in 1950 nog gewoon met haring en spiering gemaakt, en in Libelle waagde men zich in 1970 ook aan fusion door de babi pangang te flamberen met cognac. Alles voor wat meer variatie en spanning in de keuken: een ‘ongevaarlijk avontuur’.
Ons huidige eetpatroon
Zo wordt voedselconsumptie gedurende de twintigste eeuw dus steeds meer bepaald door mentaliteiten. In de huidige maatschappij zijn ‘superfoods’, de kant-en-klaarmaaltijd, en dat ene authentieke restaurantje dat nog niet bekend is bij het grote publiek allemaal uitingen van dezelfde mentaliteiten. Gedurende de laatste honderd jaar kon onder het grote publiek de behoefte aan avontuur of de hoop op eeuwig leven plotseling een doorslaggevende factor zijn in het consumptiepatroon. En hoewel economische en technologische ontwikkelingen nooit minder belangrijk zijn geworden, zijn deze culturele factoren nog altijd essentieel bij het begrijpen van ons huidige eetpatroon.
Introductie groenten en fruit in Nederland
Al vroeg in de Nederlandse geschiedenis kwamen er exotische groenten en vruchten naar Nederland. Meestal alleen voor de rijken. Vooral in jaren zeventig van de twintigste eeuw werd het buitenlandse voedsel ook voor gewone mensen populair en betaalbaar.
◦AARDAPPEL
Herkomst: Zuid-Amerika (Andesgebergte)
Wanneer voor de consument: Rond 1650 wordt de aardappelteelt in de Noordelijke Nederlanden geïntroduceerd. Vanaf de achttiende eeuw wordt de aardappel pas volksvoedsel
◦AUBERGINE
Herkomst: Vermoedelijk India
Wanneer voor de consument: Halverwege de jaren zeventig van de twintigste eeuw
◦AVOCADO
Herkomst: Centraal Amerika
Wanneer voor de consument: In de jaren zeventig van de twintigste eeuw
◦BROCCOLI
Herkomst: Vermoedelijk het oostelijk deel van het Middellandse Zeegebied
Wanneer voor de consument: Eind jaren zeventig van de twintigste eeuw
◦COURGETTE
Herkomst: Mexico
Wanneer voor de consument: Jaren zeventig van de twintigste eeuw
◦KIWI
Herkomst: China (later in nieuw-Zeeland)
Wanneer voor de consument: In de jaren zestig van de twintigste eeuw
◦KOMKOMMER
Herkomst: In India wordt de komkommer al 3000 jaar als cultuurplant geteeld
Wanneer voor de consument: Sinds de zeventiende eeuw (vooral in Amsterdam toen een bekende groente)
◦PAPRIKA
Herkomst: Zuid-Amerika
Wanneer voor de consument: Rond 1970
◦MANGO
Herkomst: India
Wanneer voor de consument: Begin jaren zeventig van de twintigste eeuw
◦RAMBOETAN
Herkomst: China
Wanneer voor de consument: Begin jaren zeventig van de twintigste eeuw
◦LYCHEE
Herkomst: China
Wanneer voor de consument: Eind jaren zeventig van de twintigste eeuw
◦TOMAAT
Herkomst: Zuid-Amerika
Wanneer voor de consument: Begin 1900 (Sinds 1939 worden er in Nederland tomaten onder glas geteeld)
Nederland na VS grootste in export groente en fruit
De Nederlandse land- en tuinbouwsector heeft wederom een exportrecord geboekt. In totaal is er in het afgelopen jaar voor bijna 92 miljard euro verhandeld. Na de Verenigde Staten is ons land de grootste landbouwexporteur ter wereld.
De oer-Hollandse bloemen en bloembollen worden nog altijd het meest uitgevoerd. Onze zuivel volgt op de voet: de exportwaarde nam in een jaar tijd toe met 21 procent. In het verleden stond vlees op de tweede plek.
Niet alleen de handel in groente, fruit, vlees en bloemen floreert. We hebben buiten de landsgrenzen ook nog eens voor 9,1 miljard euro aan andere producten als landbouwmachines, kunstmest en bestrijdingsmiddelen verkocht. Bij elkaar opgeteld passeren we voor het eerst de magische grens van honderd miljard euro.
Minister Schouten (Landbouw) presenteert de cijfers morgen op de internationale landbouwbeurs Grühne Woche in Berlijn.
Naast productie in eigen land levert de doorvoer van producten een belangrijke bijdrage aan de mooie exportcijfers.
EN DAN NU..DE PUZZEL!

U kunt uw oplossing valideren met certitude.