IK HOU VAN HOLLAND
Welkom bij de serie “Ik hou van Holland”!
Deze art bestaat uit 99 mysterie puzzels en een bonus. De puzzels zijn een tocht langs veel bekende en onbekende weetjes over Nederland van “vroeger en nu”. De informatie voor de bonus vind je onderweg.
Voor het veldwerk wacht een fietsroute van ruim 80 km over het oostelijk deel van het eiland “Goeree-Overflakkee”, die indien gewenst op te delen is in twee ronden van ca 40 km.
Voor meer detail informatie over de hele route verwijzen we je naar de bonushttps://coord.info/GC7ZVK0. Eventuele wijzigingen of problemen op de route zullen ook op deze pagina worden benoemd.
Op de route liggen ook vele andere caches, genoeg voor meerdere dagen cacheplezier.
Veel plezier met puzzelen en het veldwerk!
RECHTSPRAAK
Geschiedenis
De Romeinen waren de eersten die een wetten-stelsel gebruikten. Hoewel die wetten ook vaak misbruikt werden in het voordeel van de rijke burgers en in het nadeel van de arme burgers. Er werden dan vaak wetten herroepen of zelfs snel nieuwe gemaakt en daarom was het dus niet helemaal eerlijk. Eén van de vele goden te beledigen of te mishagen was toen bijvoorbeeld ook een misdaad. Keizer Justinianus I, die van 527 – 565 n. Chr. regeerde, hervormde deze wetten tot de “Codex Justinianus”. De huidige wetgeving in heel de wereld.
De Romeinen hadden een rechtshof uitgevonden waar misdaden en klachten werden behandeld. In Rome gebeurde dit in de basilica, een groot en mooi gebouw van het forum. De verdachte kon dan een advocaat inhuren, die hem verdedigde. Er was veel vraag naar goede advocaten en daarom stond dit beroep ook in hoog aanzien. Een van de beroemdste advocaten was Cicero, die van 106 – 43 v. Chr. leefde. Hij was opgeleid in Athene en Rome en kon heel goed in het openbaar spreken. Zijn toespraken en brieven waren zo beroemd dat ze werden opgeschreven en ze worden ook zelfs vandaag de dag nog vertaald en gelezen!
De rechtszaak werd geleid door 100 senatoren. Je kon door je stad tot senator gekozen worden en dan bleef je dit ook meestal je leven lang. Samen waren de senatoren de jury, die erover stemde of de verdachte schuldig was of niet. De straf werd meestal niet door een ervaren rechter bepaald maar door een lekenrechter, omdat de Romeinen het liefst door één van hun gelijken berecht wilden worden.
Er waren weinig gevangenissen omdat de straf die iemand kreeg vaak eigenlijk geen straf maar een schadeloosstelling was. Maar je kon ook veroordeeld worden om in het Colosseum tegen gladiatoren of wilde dieren te moeten vechten. En op veel misdaden, bijvoorbeeld verraad en diefstal, stond de doodstraf.
Grondwet
Waar mensen samenleven, moeten afspraken gemaakt worden over wat wel en wat niet mag omdat het zonder deze regels lastig kan worden het leven van iedereen leuk en veilig te maken. Deze regels en afspraken zijn de wetten en iedereen in Nederland moet zich hieraan houden. Dat geldt niet alleen voor alle burgers in Nederland maar ook voor de overheid omdat Nederland een rechtsstaat is.
De belangrijkste wet is de Grondwet omdat alle anderen wetten hiervan zijn afgeleid. Veel wetten en regels worden voortdurend veranderd en aangepast, bij de Grondwet gebeurt dat bijna nooit omdat het de basis vormt voor de Nederlandse samenleving. De Grondwet is dus een speciale wet. Behalve de rechten en plichten van alle inwoners van Nederland staat in het Grondwet ook hoe in Nederland de wetten worden gemaakt en hoe rechters hun werk moeten doen.
De Grondwet is beschreven in een boek dat uit 8 hoofdstukken bestaat, bevat bijna 150 wetten.
Hier een heel korte samenvatting van de jeugdsite van het openbare ministerie (genaamd “vetverkeerd” ):
- Hoofdstuk 1 van de Grondwet bevat wetten waarin staat opgeschreven welke belangrijke rechten de burgers van Nederland hebben.
- In hoofdstuk 2 is geregeld dat Nederland een koningin heeft. Verder staat er in hoe de ministers hun werk moeten doen.
- Hoofdstuk 3 gaat over de volksvertegenwoordigers. Er staat hoe deze mannen en vrouwen worden gekozen en hoe ze als volksvertegenwoordiger moeten werken.
- In hoofdstuk 4 worden allemaal zaken geregeld over organisaties die advies moeten geven aan de overheid en die erop moeten letten dat de overheid haar werk goed doet.
- In hoofdstuk 5 wordt van alles geregeld over de wetgeving en het bestuur.
- In hoofdstuk 6 van de Grondwet staan allemaal regels over hoe de rechtspraak in Nederland werkt.
- Hoofdstuk 7 gaat over de provincies, de dorpen en de steden.
- Hoofdstuk 8 bevat de wetten waarin staat hoe de Grondwet gewijzigd moet worden.
In Artikel 1 van de Grondwet staat bijvoorbeeld dat je niet mag discrimineren. In Nederland is iedereen gelijk en heeft iedereen recht op een gelijke behandeling. Dat houdt in dat je mensen niet mag uitschelden of dingen verbieden omdat ze een ander geloof of huidskleur hebben of omdat ze homoseksueel zijn.
Vrijheid van meningsuiting staat in artikel l7: Dat betekent dat je in Nederland mag zeggen hoe je over van alles denkt zolang je geen leugens vertelt en ook niemand beledigt.
Verder staat in het Grondwet bijvoorbeeld ook dat je vrij bent om een eigen godsdienst of politieke partij te kiezen, dat niemand je spullen mag afpakken of zomaar je huis mag binnenkomen en dat iedereen recht heeft op een eerlijk proces. Niemand kan zonder proces worden veroordeeld en er wordt recht gesproken door onafhankelijke rechters.
Maar in de Grondwet staan ook plichten: bijvoorbeeld voor de burgers de leerplicht (dus de plicht om naar school te gaan!), de plicht om je aan verkeersregels te houden en de plicht om belasting te betalen. De overheid moet bijvoorbeeld ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen werk hebben, het milieu beschermd wordt, de inwoners van Nederland gezond kunnen leven en dat er voldoende scholen zijn.
Burgerlijk recht
Het burgerlijke recht is afgeleid van de Code Civiel uit de tijd van Napoleon. Eerst was het Nederlandse wetboek niet meer dan een vertaling van het Franse wetboek. Maar in de tweede helft van de 20e eeuw is het Nederlandse wetboek herschreven. Dat gebeurde onder leiding van hoogleraar Eduard Maurits Meijers die in 1954 overleed.
Een andere naam voor burgerlijk recht is civiel recht. Het regelt de rechtsverhoudingen tussen burgers. Stel je koopt iets dan moet je betalen. Als je iets huurt heb je bepaalde rechten. Als je ergens werkt mogen ze je niet zomaar ontslaan. Kopen, huren, trouwen, werken maar ook scheiden, staken, erven, iets beschadigen zijn bijvoorbeeld dingen waar rechten aan vastzitten.
Vaak is iedereen ook gewoon tevreden: je leent een boek van de bibliotheek en als je het boek kwijt raakt of kapot maakt dan moet je daarvoor betalen. Normaal doe je dat natuurlijk ook zonder problemen. Maar toch is dat niet altijd zo en soms zijn de twee partijen het niet eens en dan gaan ze naar de rechter. Die moet dan de beslissing nemen. Bij een civiele zaak staan dus twee partijen tegenover elkaar. De eiser en de gedaagde. De eiser stapt naar de rechter en de gedaagde is de tegenpartij van wie iets wordt geëist. Meestal hebben beide partijen een advocaat. De rechter luistert naar de eiser en de gedaagde en neemt daarna zijn beslissing. Daarbij gebruikt hij het burgerlijke wetboek.
Strafrecht
In het strafrecht zijn de wetten vastgelegd waaraan je je als burger moet houden. Doe je dat niet dan heb je een strafbaar feit gepleegd. Bijvoorbeeld: een fiets stelen, discrimineren, afpersen, bedreigen, iemand beroven, wildplassen of dronken achter het stuur zitten. Ook downloaden of illegale cd’s verspreiden is verboden, want dan verdient de winkel niks meer en gaat het slecht met de economie. Deze strafbare feiten worden opgesplitst in twee groepen: overtredingen en misdrijven. Een overtreding is als je iets gedaan hebt wat niet zo heel ernstig is. Bijvoorbeeld zwartrijden in de trein. Een misdrijf is als je een zwaardere overtredingen hebt begaan. Bijvoorbeeld een beroving. De officier van justitie bepaalt of de zaak voor de rechter moet komen en vraagt de rechter om een bepaalde straf, wat dan de eis is. Bij het strafrecht staan dus net als bij het civiele recht twee partijen tegenover elkaar. Alleen is het nu niet burger tegen burger, maar de officier van justitie namens het Openbaar Ministerie tegen de verdachte burger met zijn advocaat. Je kunt als straf geldboetes, gevangenis of dienstverlening krijgen. Dienstverlening betekent dat je moet werken zonder er geld voor te krijgen. In het Wetboek van Strafrecht staan de maximale straffen waaruit de rechter een keuze kan maken.
EN DAN NU…DE PUZZEL!
Weet jij in welke plaats onderstaande rechtbanken staan? Plaatsnamen op alfabetische volgorde zetten en woordwaarde stapeltellen voor A t/m H.
Je kunt het veld coördinaat vinden op :
Noord : 51.4(E+A-F).(B-E)(C+H)(C+A)
Oost : 004.14.(D-A)(D+G)(C-A)
Heb je deze puzzel gemaakt voor 18-4-2019 vooe 18:30 uur, dan noord +80 en Oost +551

U kunt uw oplossing valideren met certitude.