De cache ligt op privé terrein
Ga niet met de auto naar de cache ,zet hem voor aan bij aangeven plek neer
De draagtijd van een zeug is ongeveer 115 dagen (3 maanden, 3 weken en 3 dagen). Een varken kan wel tot 20 biggen per worp krijgen, gemiddeld worden er ongeveer 13 levende biggen geboren. De verhouding zeugen en beren is ongeveer gelijk. Een worp biggen wordt een toom of nest genoemd. Biggen worden onderscheiden in zuigende biggen en gespeende biggen. Zuigende biggen drinken melk bij een zeug. Zuigende biggen heten zo totdat zij gespeend worden, het spenen gebeurt tussen de 21 en 28 dagen na de geboorte. Op biologische varkensbedrijven wordt pas na 42 dagen gespeend. Na het spenen spreken we van een gespeend big. Biggen kunnen ook een ziekte onder de leden krijgen, waaronder de wegkwijnziekte (PMWS).

Het varken wordt massaal gefokt om zijn vlees. In Nederland en België worden varkens voornamelijk in de intensieve varkenshouderij gehouden, maar er zijn ook alternatieven zoals de biologische varkenshouderij en de scharrelvlees varkenshouderij. In de intensieve veehouderij worden varkens gehouden in vrij kale hokken met vaak minder dan 1 m² ruimte per dier. In dergelijke hokken kunnen varkens hun natuurlijke gedrag, zoals wroeten en zoelen slechts in zeer beperkte mate uitvoeren. Omdat verveling bij varkens gemakkelijk aanleiding geeft tot gedragsproblemen zoals oor- en staartbijten worden de staarten vaak op jonge leeftijd gecoupeerd. Als een varken 6 maanden oud is (en inmiddels ongeveer 100 kg weegt), is het rijp voor de slacht. Varkens die niet geslacht worden, kunnen tot 12 à 13 jaar oud worden. Een varken zet zo'n 35 % van zijn voedsel om in vlees. Bijna alle delen van een varken kunnen door mensen worden gegeten.