Vele jaren geleden leefden ze op de Noordpool. Toen het ijs en de onophoudelijke sneeuwstormen begonnen, ging het volk op de vlucht, geleid door de vader en zijn vrouw. Ze konden geen andere kant op dan door de grond en zo begonnen ze te graven. Tijdens de tocht legde de vader het Grote Lood; liefdevol maakten de ze een beeld van hem en dat namen ze mee op hun verdere reis door de aarde. Na een avontuurlijke reis die eeuwen duurde, kwamen ze uiteindelijk hier terecht, nadat ze hun kreet "Alaaf!" hoorden.