D'racelaan [Dreeslaan] is zo vernoemd omdat hier vrij hard gereden wordt.
Willem Drees (Amsterdam, 5 juli 1886 – Den Haag, 14 mei 1988) was een Nederlands politicus van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en de latere Partij van de Arbeid (PvdA). Hij was minister-president van Nederland van 1948 tot 1958, en wordt door menigeen beschouwd als een van de belangrijkste naoorlogse Nederlandse politici. Onder zijn leiding vonden zowel de dekolonisatie van Nederlands-Indië als de wederopbouw van Nederland plaats. Drees was een overtuigd sociaaldemocraat, maar wel zeer pragmatisch ingesteld ('niet alles kan, en zeker niet alles tegelijk').
Drees genoot een populariteit die de partijpolitieke grenzen overschreed en kreeg de bijnaam Vadertje Drees. Hij was de initiator van diverse sociale wetten. Als minister van Sociale Zaken legde hij al in 1947 met de Noodwet Ouderdomsvoorziening de grondslag van sociale wetgevingen. Vandaar ook de uitdrukking: Hij trekt van Drees (waarmee wordt bedoeld dat iemand ouderdomspensioen ontvangt). Tien jaar later loodste minister Ko Suurhoff zijn Algemene Ouderdomswet door het parlement. Deze verschilde sterk van de Noodwet. Voor de uitkeringen volgens de Noodwet had niemand premies betaald. Het was in feite het door de Bond voor Staatspensionering bepleite staatspensioen, betaald uit de belastingen. Voor de AOW moet ieder premies afdragen. Iedere Nederlander die via de belasting premie heeft betaald, heeft recht op een AOW-uitkering.
In de jaren zeventig, toen zijn zoon Willem Drees jr. opgang maakte met zijn gematigd linkse partij DS'70, brak Drees met zijn partij, de PvdA, uit onvrede over de in zijn ogen steeds radicalere en onrealistische koers van de PvdA onder invloed van Nieuw Links.
Willem Drees werd geboren als zoon van Johannes Michiel Drees en Anna Sophia van Dobbenburgh. Zijn vader was bankbediende bij de Twentsche Bank en overleed toen Drees vijf jaar oud was. Zijn ouders waren lid van de Nederlandse Hervormde Kerk en behoorden daarbinnen tot de orthodoxe stroming. Als tiener volgde hij een aantal jaren catechisatie maar besloot uiteindelijk geen belijdenis van zijn geloof af te leggen omdat hij onoverkomelijke bezwaren had ten aanzien van de gedachte dat wie niet in het verlossingswerk van Jezus Christus gelooft voor eeuwig verloren zou zijn. Hij ontwikkelde zich daarop in de loop der jaren tot een agnost.
Drees werd een vurig aanhanger van de sociaaldemocratie nadat hij in december 1902 in Amsterdam de viering van de verkiezingsoverwinning van Troelstra in het district Amsterdam III had bijgewoond. Zijn hele verdere leven zou hij ondanks wat punten van kritiek Troelstra blijven bewonderen.
Hij bezocht de Tweede driejarige HBS voor Jongens aan de Marnixstraat te Amsterdam van 1898 tot 1901. Daarna volgde hij handelsonderwijs aan de Eerste Openbare Handelsschool aan het Raamplein 1 te Amsterdam, van 1901 tot 1903, toen hij eindexamen deed. Hier wekte de diamantbewerkerszoon Eli d'Oliveira zijn belangstelling voor het socialisme.[1]
In 1904 behaalde hij het praktijkdiploma boekhouden en in 1909 kreeg hij een diploma M.O.-staathuishoudkunde en statistiek.
Op 28 juli 1910 trouwde Drees te Amsterdam met Catharina Hent. Ze kregen twee zoons en twee dochters, waarvan één dochter jong stierf. Zoon Willem Drees jr. werd ook politiek actief. Hij was minister, Tweede Kamerlid en lid van de Algemene Rekenkamer.
Over Drees doen allerlei anekdotes de ronde over zijn spreekwoordelijke zuinigheid, zoals die dat hij tijdens een bezoek van Amerikaanse inspecteurs voor de Marshall-hulp zijn gasten op thee met mariakaakjes zou hebben getrakteerd (wat voor de gasten reden zou zijn geweest om overtuigd te zijn van een zuinig financieel beleid in Nederland). Hoewel deze anekdote waarschijnlijk niet op waarheid berustte, klopt het beeld van zuinigheid wel. De anekdote gaat waarschijnlijk terug op een later bezoek van William Averell Harriman aan Nederland voor de viering van één jaar Marshallhulp, waarbij hij informeel ontvangen werd bij Drees thuis, op 3 april 1949 na de lunch.[2] Aan zijn eenvoudige levensstijl, ook volgehouden toen hij minister-president was, had de voormalige wethouder van 's-Gravenhage de bijnaam Wethouder van Nederland te danken.
Als geheelonthouder kreeg Drees tijdens diners geen wijn geserveerd, maar toostte hij met op wijn gelijkend druivensap.
Drees zou ook, nadat tijdens een receptie de dochter van de Italiaanse premier Alcide De Gasperi tegen hem had gezegd dat het zo fijn was dat er nu zes katholieke ministers van Buitenlandse Zaken kwamen in de E.E.G., geconcludeerd hebben dat het maar beter was als Nederland (in 1952) geen katholieke minister van Buitenlandse Zaken kreeg. Overigens overwoog hij toen de katholieke Joseph Luns als buitenlandminister in zijn nieuwe kabinet.
Volgens Willem Vliegen was de lijst van functies die Drees op den duur uitoefende "een van de langste die een mensch op zich kan nemen." Een van die functies was het voorzitterschap van een SDAP-commissie die het vraagstuk van de cumulatie van functies onderzocht.