Dit is de derde cache van een wandeling doorheen het landelijke Pajottenland, we doorkruisen Beert, Bellingen en Pepingen.
Je kan 6 caches vinden op de route die ongeveer 5,6 km bedraagt.
Deze cache is gelegen nabij een knoteik.
De meeste mensen zijn wel vertrouwd met knotwilgenrijen die je vaak in weilanden vindt. Maar knoteiken? Die kom je niet zo vaak tegen.
Het principe bij de knoteik is hetzelfde als bij andere knotbomen. Bij deze snoeivorm worden de takken regelmatig afgezaagd tussen de 2 à 4 meter hoogte. Zo ontstaat er na verloop van tijd een knot, een soort van bult, waaruit telkens nieuwe takken groeien.
Knotbomen zijn van origine gebruiksbomen. Onze verre voorouders ontdekten dat je bepaalde bomen en struiken als duurzame houtproducenten kan inzetten. ‘Duurzaam’ omdat je van één en dezelfde plant telkens opnieuw kan oogsten zonder dat deze aan de gevolgen ervan sterft. In tijden waar hout schaars was, leverde dit enorme voordelen op. Snoeihout van knotbomen had ontelbare toepassingen. Afhankelijk van de houtsoort had het gesnoeide hout andere toepassingen.
Het gros van de huidige knotbomen is verwaarloosd. Ze zijn lang niet meer geknot en kwijnen weg tussen andere bomen en struiken. De al maar toenemende verstedelijking heeft er voor gezorgd dat vele knoteiken die vroeger in agrarisch gebied stonden, tussen de bebouwing zijn komen te liggen. Ze staan – of stonden – vrijwel allemaal in rijen op de perceelsgrenzen van voormalige akkers of weilanden, langsheen veldwegen of op het erf van een boerderij.